Eén Rotterdamse straat, twee Turkse clubs, één familie

Zondag is Fenerbahçe-Galatasaray; broer en zus runnen de fanshops in Rotterdam.

Senem Arslan (Fenerbahçe) en haar broertjeSercan (Galatasaray). Foto’s BOAZ TIMMERMANS

Turkse muziek knalt uit de tv in de officiële fanshop van Fenerbahçe. De winkel hangt vol met spullen van de Turkse voetbalclub – van shirtjes en truien tot bierpullen en oordopjes. Eigenaresse Senem Arslan (29) komt naar voren gelopen. Ze draagt een strak trainingsjack met het felgeel en donkerblauw van Fenerbahçe. „Kopje thee?”

De multiculturele Zwart Janstraat in Rotterdam is de plek waar je moet zijn als Turkse voetbalfan in Nederland. Nummer 135 B is voor Fenerbahçe en op 131 B zit de officiële fanshop van die andere populaire Turkse voetbalclub, Galatasaray. Eén pand scheidt de fanshops: een winkel voor Marokkaanse feestkleding voor vrouwen.

Stap bij Senem Arslan de deur uit naar links, loop tien meter, en je staat voor de etalage van de ‘GS Store’ van Galatasaray. Achter de kassa tref je het vriendelijke hoofd van haar 23-jarige broertje, Sercan Arslan.

Hij is de trotse eigenaar van de officiële fanshop van Galatasaray. Ook hier klinkt Turkse muziek door de boxen. En ook hier hangen de muren vol met spullen van de club. Enige verschil is dat de clubkleuren drastisch anders zijn: kersenrood met donkergeel.

Rivaliteit

Eén Rotterdamse straat, twee rivaliserende Turkse clubs, één familie. De spanning loopt deze dagen op bij broer en zus Arslan. Zondag is in Istanbul de beladen derby tussen de twee clubs. Nummer drie Fenerbahçe moet thuis winnen van koploper Galatasaray wil het nog serieus meevechten om de landstitel. Het is tegelijkertijd ook een clash tussen de Nederlanders Dirk Kuijt van Fenerbahçe en Wesley Sneijder van Galatasaray.

Samen de wedstrijd kijken doen broer en zus Arslan dit weekend niet. Dat doen fans van beide clubs eigenlijk nooit, zeggen ze. Daarvoor ligt het duel te gevoelig. „Dan gaan we elkaar slaan”, lacht Senem.

De twee fanshops openden vorig jaar. Fenerbahçe had die maandagavond in april een speciale gast ingevlogen, hun Nederlandse troetelkind Kuijt. Het liep een beetje uit de hand, vertelt de eigenaresse. Er kwamen bijna duizend dolenthousiaste supporters op af. Ze had hekken en beveiligers ingehuurd, maar het hielp allemaal niet. „Het werd een chaos”, zegt Senem. Op een gegeven moment kwam de ME, zij hebben de groep weggedreven.

Gastarbeider

Senem en Sercan wonen nog bij hun ouders op Rotterdam-Zuid. Dagelijks rijden ze samen in de auto van zuslief naar de Zwart Janstraat. Hun opa kwam als gastarbeider naar Nederland, hij is inmiddels terugverhuisd naar Turkije. Hun vader was zestien toen hij naar Nederland kwam, en heeft een restaurant in Rotterdam.

Senem is van jongs af aan voor Fenerbahçe. Vroeger had ze haar kamer helemaal in de kleuren van De Gele Kanaries. Haar broertje groeide op in de tijd dat Galatasaray het grootste Europese succes in de clubhistorie beleefde: winnaar van de UEFA Cup in 2000. Sercan is een fanatieke fan, hij zit bij de Nederlandse supportersclub van Galatasaray. Hun moeder wast de kleding van de twee clubs apart van elkaar – alleen al vanwege de botsende kleuren.

103 fanshops heeft Fenerbahçe, tegenover 98 voor Galatasaray. De twee winkels in Nederland zijn de enige buiten Turkije. Hoe kregen broer en zus Arslan het voor elkaar om hier te starten? Het begon simpel. Ze vonden het vreemd dat ze in Nederland geen accessoires van hun clubs konden kopen. Ruim twee jaar geleden stuurden ze beiden een e-mail naar hun favoriete club: waarom er geen fanshop is in Nederland en of er mogelijkheden waren om er een te openen.

De clubs bleken geïnteresseerd. Nederland is een aantrekkelijk markt, met 400.000 inwoners van Turkse afkomst. Na een jaar met onderzoeken, bezoekjes en vertrouwen kweken kregen ze groen licht.

Kickstart

In de eerste maanden hadden ze een kickstart. Lange rijen bij de kassa’s – er moest extra personeel worden ingehuurd. Vorig jaar juli stond de winkel van Fenerbahçe op een warme zomerdag al vanaf 11.00 uur vol toen de nieuwe tenues onderweg waren. Het was wachten op de koerier, die uiteindelijk pas om 16.00 uur de straat binnenreed. Senem: „Met zijn allen stonden we bij de deur te kijken, waar blijft de bus van DHL nou?”

Het is een voordeel dat de fanshops zo dicht bij elkaar zitten, vertelt Sercan. In Turkije gaat het ook zo. „Het idee erachter is dat als mijn concurrent daar zit, ik daar ook voor mijn fans moet zijn, anders lijk ik kleiner.” En verdeelde gezinnen kunnen bij beide fanshops winkelen.

Het levert discussies op onder klanten, zegt Senem. „Waarom zitten zij naast ons, konden ze geen andere plek vinden?” De rolluiken van haar winkel werden met graffiti bespoten door fans van Galatasaray. „En in het begin kreeg ik bedreigingen.”

Ze kan niet in kleding van Fenerbahçe de winkel van haar broer binnenwandelen. „Dan word ik een keer geslacht”, grapt ze. Bij de opening van de fanshop van Galatasaray vorig jaar juni – waar zevenhonderd man op afkwam – waakte haar broertje over haar veiligheid.

Sercan: „Ik heb van te voren tegen de politie gezegd: luister, onze voorzitter van de supportersvereniging in Nederland zorgt ervoor dat niemand, maar dan ook niemand, aan mijn zus haar winkel komt.”