Een kip meer of minder, wat maakt het uit?

Vier pluimveebedrijven staan in Arnhem voor de rechter wegens gesjoemel met legkippen.

Illustratie Studio NRC

1 Wat is de zaak?

Een broederij, die kuikens opfokt tot leghennen, verkocht meer hennen dan op de factuur stonden. Drie pluimveehouders hielden meer leghennen dan was toegestaan. De eieren kregen ten onrechte scharrel- of vrije uitloopstempels (2 en 1).

2 Hoe deden ze dat?

De broederij kreeg van een leghennenbedrijf bijvoorbeeld een bestelling voor 77.000 leghennen, leverde ook 77.000 leghennen, maar zette er maar 72.000 op de factuur. De overige 5.000 hennen werden als ‘extra kosten in opfokperiode’ in rekening gebracht. De kippenhouders hielden zo meer kippen dan uit hun administratie viel op te maken en konden meer eieren produceren op hetzelfde oppervlak. Dat zijn, zegt de officier van justitie, dus geen scharreleieren of vrije uitloopeieren en zo wordt de consument bedot en de concurrentie de pas afgesneden.

3 Wat zeggen de pluimveehouders?

De drie eierboeren ontkennen niet dat ze meer kippen kochten en hielden dan op papier stond. Maar hun eieren waren wél scharrel- of vrije uitloopeieren, zeggen ze. Omdat, zo zei één boer, zijn stal groter was dan op het certificaat stond. Of, zo zei een ander, omdat zijn kippenoverschot in een aparte stal stond – in zijn gecertificeerde stallen stond geen hen te veel, en alleen uit die stallen verkocht hij eieren met een stempel. De derde kippenboer had zoveel malaise met zieke, dode en slecht leggende (‘droge’) kippen dat hij wel meer kippen moest inkopen om de kippenstapel op peil te houden. „Ondercapaciteit was desastreus voor het bedrijf.”

4 Allemaal incidenten dus?

Nou, dat is de vraag. Om te beginnen werd gedoogd dat boeren 2 procent meer leghennen hielden dan de regels voorschreven, omdat er nog weleens een kip ‘uitvalt’. Zo is het geleidelijk normaal geworden om standaard minstens 2 procent jonge hennen te veel in te kopen. De verdachte broederij schreef op ongeveer de helft van de facturen kippen weg onder de noemer ‘overige opfokkosten’. Waarom? „Dat wilde de klant. En klant is koning. Wij zijn niet verantwoordelijk voor zijn boekhouding.” Dat ze zich er op den duur toch niet senang bij voelden, bleek wel uit afspraken van een belangenclub van kuikenbroeders om niet meer mee te werken aan de wegschrijfpraktijken.

5 Is het nu voorbij?

Waar gekeurd wordt, wordt geknoeid. Zoveel is wel duidelijk geworden na de voedselschandalen van de laatste jaren. Wakker Dier toonde ooit met succes aan dat legbatterij-eieren als scharreleieren werden verkocht. Dat lijkt nu verleden tijd. Maar er worden in Nederland op bijna duizend bedrijven jaarlijks 10 miljard eieren geproduceerd – het is ondoenlijk om elke kip te tellen. Zolang de supermarkten lage prijzen blijven afdwingen en de controle beperkt is (de hele boekhouding moet overhoop om incongruenties te vinden tussen hoeveelheden voer, eieren en kippen) zullen pluimveehouders de mazen in de wet zoeken om het hoofd boven water te houden, denkt Wakker Dier.

6 Is de gezondheid in gevaar?

Voor de scharrelkippen is het vast niet prettig om met meer vriendinnen dan negen op een vierkante meter te staan, maar voor uw uitsmijter maakt het niet uit. Slecht is het vooral voor het consumentenvertrouwen. Waarom vrije-uitloopeieren kopen als je niet weet of het wel vrije-uitloopeieren zijn?