Een ‘bloedlink’ gebrek aan kennis

Achttien woningcorporaties doen onderzoek naar tussenpersonen.

Verhoor van tussenpersoon Arjan G., een van de hoofdverdachten in de Vestia-affaire, tijdens de parlementaire enquête over woningcorporaties vorig jaar. Foto Bart Maat/ANP

Ze vindt het „een ultieme uiting van naïviteit”, zegt Daphne Braal, directeur van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) in Baarn dat financieel toezicht houdt op woningcorporaties.

Eerst verdampte 2,7 miljard euro door speculatie met derivaten en fraude bij woningcorporatie Vestia. Daarna kwamen alle schandalen in de sector van de laatste twintig jaar nog eens voorbij tijdens een parlementaire enquête. En vervolgens schreef Braal afgelopen najaar aan 27 corporaties dat er alle aanleiding is om zelf onderzoek te doen naar „mogelijke integriteitsschendingen” door tussenpersonen (de bemiddelaars met banken) met wie ze hebben gewerkt, externe financiële adviseurs en soms ook hun eigen kasbeheerders.

De reactie van corporatiebestuurders en commissarissen? Veelal: onnodig, zoiets gebeurt niet bij ons. Die reactie kwam juist van de corporaties waar de signalen voor mogelijke fraude of omkoping het sterkst waren, schrijft Braal in een brief die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Alle corporaties hebben uiteindelijk actie ondernomen. Achttien doen nader intern of forensisch onderzoek. „Het aanmanen en aanjagen van corporaties is echt nodig geweest om ze in actie te laten komen”, zegt Braal.

Was u verbaasd over die reactie?

„Ja. Iedereen kent de Vestia-casus. De betrokkenen [Arjan G., tussenpersoon van kasbeheerder Marcel de V., red.] hebben breeduit in alle kranten gestaan. Wij dachten: als jij als woningcorporatie met diezelfde personen hebt samengewerkt, moet dat genoeg zijn om zelf een onderzoek in te stellen of dat in ieder geval te overwegen. Dat bleek niet in alle gevallen gebeurd te zijn. Dat vonden wij echt teleurstellend en onder de maat. Het is voor corporaties belangrijk om te weten of mensen die je adviseren integer zijn. En zo niet, of je schade hebt geleden en of je die schade kunt verhalen. Laten we wel wezen: corporaties werken met maatschappelijk vermogen.”

Hoe verklaart u die houding?

„In eerste plaats merkten we over de hele linie dat corporaties zich vrij weinig bewust zijn van de integriteitsrisico’s die het inhuren van een financieel adviseur met zich meebrengt. Ze hebben weinig inzicht in het verdienmodel van tussenpersonen, terwijl ze soms wel veel vertrouwen hadden in deze mensen. Misschien omdat ze zelf weinig expertise hebben op dat vlak en echt leunen en steunen op zo’n adviseur. En als je weet dat zo iemand breder werkt in de sector denk je misschien: het zal wel goed zijn.”

Welke signalen of informatie over misstanden heeft u?

„We weten dat de personen uit de Vestia-zaak ieder jaar op een congres bij elkaar kwamen, met andere kasbeheerders, tussenpersonen en financiers. Goh, wat werd daar uitgewisseld, dachten we? We zagen ook rode vlaggen bij individuele derivatentransacties met banken. Waarom sluiten corporaties derivaten af die geen renterisico’s afdekken, maar speculatief zijn? Waarom kopen ze derivaten om ze daarna heel snel te herstructureren? Wie adviseert hen daarbij en waarom? Verdient die adviseur daar misschien mee? En waarom gingen ze in op uitnodigingen van banken voor uitjes, het fêteren? We dachten: we moeten niet de illusie hebben dat dit maar bij één corporatie gebeurd kan zijn. Het gaat om een patroon van corruptie, om enkele tussenpersonen die bij meerdere corporaties werkten.”

Over hoeveel tussenpersonen hebben we het dan?

„Minder dan tien.”

En u denkt dat dit ook in andere sectoren zou kunnen spelen?

„Dat signaal is eigenlijk heel concreet. Deze tussenpersonen werken ook in de zorg en mogelijk het onderwijs. Niet onlogisch: er zijn meerdere adviseurs met een focus op de semipublieke sector. We kunnen niet uitsluiten dat er elders integriteitsrisico’s zijn. We hebben de Onderwijsinspectie en Nederlandse Zorgautoriteit geïnformeerd over het onderzoek.”

Hoe kunnen corporaties zich dan wapenen tegen foute adviseurs?

„Als je bezig bent met financieel beheer of treasury of met de aanbesteding van projecten, heb je een minimaal kennisniveau nodig. Je kunt je nooit 100 procent verlaten op een extern adviseur, dat is bloedlink. En om de onafhankelijkheid van een adviseur te borgen, moet je inzicht hebben in het verdienmodel. Maak vooraf duidelijk afspraken: wordt een tussenpersoon ook betaald door een andere partij, een bank of een andere tussenpersoon? De AFM heeft duidelijk vastgelegd welke vergunningsplicht tussenpersonen hebben voor welke activiteiten. Corporaties moeten behoorlijk wat voorwerk doen om de integriteit te toetsen.”

Welke risico’s ziet u rond de nieuwe Herzieningswet voor corporaties?

„Het werkterrein in de sociale huisvesting wordt strikter afgebakend. Alle corporaties staan voor de opgave om hun maatschappelijke en commerciële vastgoed te scheiden. Wij verwachten dat een heleboel adviseurs zich zullen aanbieden om hen daarbij te helpen. Daar zullen ongetwijfeld hele goede, eerlijke experts tussen zitten. Maar er kunnen ook adviseurs zijn die zelf winst willen behalen, bijvoorbeeld via transacties met marktpartijen die zich aandienen.

Denk goed na wat ze komen doen.”