Doden op veilige afstand, maakt dat je een held?

American Sniper vertelt het verhaal over scherpschutter Chris Kyle. In de film is hij de held, maar past die rol wel bij een scherpschutter?

Bradley Cooper speelt de scherpschutter Chris Kyle als een moderne Dirty Harry. Foto Warner Bros Pictures

‘Nederig’ is het woord dat je te binnen schiet bij het terugzien van het bezoek van Chris Kyle in de talkshow van Conan O’Brien, begin 2012. En dat terwijl je uit de kort daarvoor gepubliceerde autobiografie van Kyle, American Sniper, zou kunnen concluderen dat hier niemand minder dan een Amerikaanse held zijn opwachting maakte.

Immers, Kyle had in Irak 160 tegenstanders van het Amerikaanse leger gedood. En dan was dat nog een minimale schatting: het onbevestigde aantal liep op tot liefst 255. En toch stelde Kyle zich bij O’Brien in het geheel niet op als iemand die iets belangrijks gepresteerd had. Niet alleen beantwoordde hij O’Briens vragen met een onderdanig ‘Yes, sir’ en ‘No, sir’, hij bleef ook herhalen dat hij zijn bodycount aan iets anders te danken had dan aan aanleg of heldhaftigheid. Er hadden zich gewoon veel kansen aangediend om de trekker over te halen. Daarnaast was het bedienen van een scherpschuttersgeweer met dank aan de technologische innovatie inmiddels een peuleschil geworden. „Ik beschikte over een computer die me opdroeg wat ik moest doen. I’m just a monkey on a gun”, zei Kyle.

Dit is geen valse bescheidenheid, als we het doden van veel mensen tenminste als een prestatie van formaat beschouwen. Kyles boek is in alle opzichten een ontnuchterende ervaring voor wie geneigd is om een uiterst effectieve, dodelijke soldaat met bekwaamheid of zelfs heldhaftigheid in verband te brengen. Kyle geeft ruiterlijk toe dat hij tijdens zijn opleiding omringd werd door commando’s die beter konden schieten, dat hij in Irak zo veel slachtoffers maakte omdat hij op het juiste moment op de juiste plek was en dat hij voor iemand met zo’n imponerende palmares buitengewoon weinig gevaar trotseerde. Kyle was in zekere zin een buitenstaander geweest in het leeuwendeel van de gevechten waaraan hij had meegedaan. Hij vonniste door zijn training en zijn apparatuur over de levens van honderden strijders, terwijl zijn eigen leven veel minder in het geding was. Kyle is geen gladiator die 160 andere gladiatoren een voor een versloeg. De meeste van zijn tegenstanders hebben niet eens geweten dat ze het tegen hem opnamen.

Vertaald naar film is dit een uiterst ongelukkig uitgangspunt. Hoe dramatiseer je een man of een handeling die in het boek eerder bureaucratisch overkomt dan als heldhaftig en risicovol? Hoe maak je van de strijder op afstand een strijder met wie de kijker zelfs kan sympathiseren?

Fictief gevaar voor de schutter

Clint Eastwood heeft geprobeerd het op te lossen door Kyles werkzaamheden in de verfilming fictief te problematiseren. Zo jaagt er plots een voormalige olympisch kampioen scherpschieten op hem, is het prijzengeld dat op Kyles hoofd stond drastisch opgeschroefd en worstelt Kyle met het dilemma of hij dat kind moet neerschieten, terwijl Kyle in het boek over een vergelijkbare situatie stellig zegt: „I wasn’t going to kill a kid, innocent or not.

Aanvankelijk kon Hollywood alleen met de scherpschutter uit de voeten als krankzinnige, zeker na de slachtpartij van ex-marinier Charles Whitman, die in 1966 veertien voorbijgangers doodschoot op de Universiteit van Austin, Texas. In Targets (1968) liet Peter Bogdanovich een Vietnamveteraan net zo willekeurig Amerikaanse automobilisten en bioscoopbezoekers onder vuur nemen. Alvorens de dodelijke schoten te lossen, geniet hij van een lunch: zijn motief is een raadsel. En in God Told Me To, een gerespecteerde horrorfilm uit 1976 van Larry Cohen, richt een man in New York een bloedbad aan door vanaf een watertoren vijftien burgers dood te schieten. Alvorens zelfmoord te plegen, geeft de dader aan dat God hem zijn moordzucht influisterde.

Naast de scherpschutter als maniak en als koele contractmoordenaar in thrillers als The Day of the Jackal (1973) wordt de scherpschutter in actiefilms gaandeweg toch een gewaardeerd teamlid die op afstand waakt over zijn kameraden. Een belangrijke stap is de heldenrol van acteur Barry Pepper in Saving Private Ryan (1998). Opvallend is dat Pepper er, in navolging van God Told Me To, een lijntje met God op nahoudt. Hij denkt dat hij een „God given talent” heeft en prevelt de Heer om hulp bij het herladen. Die religieuze dimensie is logisch. Een scherpschutter is een soort God op het slagveld die van grote afstand in koel beraad beschikt over leven en dood. Hij moordt niet impulsief of uit lijfsbehoud: elk schot is een morele keuze.

De vervolmaking van de scherpschutter als held werd afgerond toen mooie jongen Jude Law in 2001 het leven van de legendarische Sovjet-schutter Vasili Zajtsev vertolkte in Enemy at the Gates. Om Law/Zajtsev innemender te maken, besloot regisseur Jean-Jacques Annaud een Duitse scherpschutter op Zajtsev te laten jagen in de puinhopen van Stalingrad. Deze Major König is naar alle waarschijnlijkheid een verzinsel om van Zajtsev een nog grotere volksheld te maken.

Een held met bloeddorst

Sovjetpropagandisten hadden dus, net als Eastwood, de behoefte om iets van duel en gevaar in het leven van de scherpschutter brengen, een strijder die van afstand uitdeelt maar zelden incasseert. Maar misschien slinkt die latente weerzin tegen de scherpschutter door computergames, waar je geen lafaard bent als je onzichtbaar en van grote afstand toeslaat.

Toch blijft de scherpschutter voor Hollywood een dubieuze held. Kyle maakt in zijn boek geen enkel geheim van zijn bloeddorst: „Man, dit gaat geweldig worden, dacht ik. We gaan geweldig veel slechteriken vermoorden. En ik zal er middenin zitten.” Een van de eerlijkste weergaven van de verknochtheid van de schutter aan zijn geweer en zijn behoefte om het te gebruiken, vind je in Jarhead (2005), Sam Mendes’ verfilming van het boek van Eerste Golfoorlog-veteraan Anthony Swofford, een Albert Camus lezende pacifist die transformeert tot scherpschutter die niet kan wachten om iemand te doden (waartoe hij tot zijn woede de kans niet krijgt).

Met die moordlust, die tegen de willekeur aanzit, weet Hollywood zich nog steeds weinig raad. Je bent benieuwd in welke bochten men zich wringt om de efficiënte strijder van de toekomst, de dronepiloot, tot held te maken.