Brieven

Onjuist wat Rouvoet zegt

Het artikel van de heer Rouvoet (NRC, 27/2) staat, net als dat van minister Schippers (NRC, 14/2), vol onjuiste beweringen. Anders dan Rouvoet beweert, konden in de tijd van het ziekenfonds mensen met hogere inkomens zich helemaal niet goedkoop particulier verzekeren. Toen wij in 1979 uit het ziekenfonds kwamen, duurde het vijf jaar tot wij met drie kinderen weer hetzelfde netto inkomen hadden. Dit kwam door de hoge zorgverzekeringspremies. Later hebben wij vijfmaal MOOZ-solidariteitsbijdragen betaald voor een gezin van vijf. Dus Rouvoet vergeet onze solidariteit met de ‘oververtegenwoordiging van ouderen in het ziekenfonds’.

• Risicoselectie is er wel degelijk voor de aanvullende verzekeringen. Alleen het basispakket met acceptatie is opgelegd door het Rijk.

• De zorgcoöperaties zijn gewoon bedrijven met hoge salarissen en miljarden winst, commerciële uitingen zijn er te over op aanvullende verzekeringen (oud, gezin, jong).

• Invloed hebben verzekerden nauwelijks: het inkoopbeleid is niet gebaseerd op ‘outcome’ parameters maar op ‘proces’ parameters die de patiënt niet kan beïnvloeden; de verzekeraar controleert niet ‘maatschappelijk verantwoord’ op kwaliteit en effectiviteit.

• De zorgverzekeraar is geen belangenbehartiger van de verzekerde . Het stelsel is door koppeling van diagnose, behandeling en facturatie in één hand oncontroleerbaar en onbetaalbaar.

• Kwaliteitsstandaarden zijn alleen goed voor veel voorkomende behandelingen. Het meten van klanttevredenheid werkt beter. Ons stelsel is met kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid in internationaal perspectief allang geen absolute top meer omdat de solidariteit ver te zoeken is tussen jong en oud, gezond en ziek.

Pas Mededingingswet aan

Zowel André Rouvoet (Zorgverzekeraars Nederland) als Ab Klink (VGZ) zien de zorgverzekeraars als vertegenwoordiger van de patiënt en als hoeder van zijn belangen. Maar zorgverzekeraars hebben, zoals het woord al zegt, verstand van verzekeren, dus van geld, niet van zorg.

De patiënt moppert, net als de huisarts, over de zorgverzekeraar die voorschrijft welk medicijn de patiënt moet gebruiken, naar welk lab hij moet voor bloedonderzoek, en binnenkort dus ook naar welke dokter hij moet.

Vroeger was het niet beter, betoogde Rouvoet. Hij meende dat er in de ziekenfondswet geen sprake was van vrije artsenkeuze. Niets is minder waar: met een verwijskaart van de huisarts kon de patiënt in heel Nederland terecht bij een arts naar keuze.

Ab Klink voerde een dag later in zijn opiniestuk KNO-arts dr. Oei op. Die zou geen onnodige ingrepen doen, maar de patiënt uitleggen dat de aandoening ook zonder ingreep geneest. Goed idee, maar het stelsel waar Klink voorstander van is, bereikt juist het tegendeel.

Klink belijdt met de mond het belang van huisartsen, maar als zorgverzekeraar bindt hij ze aan handen en voeten. Hij handhaaft het beloningsbeleid voor verwijzing naar de door de verzekeraar aangewezen laboratoria. Zelfde geldt voor door de verzekeraar voorgeschreven medicijnen. Doelmatig voorschrijven doet de arts echter al jaren met behulp van zijn computer.

Het is van groot belang dat huisartsen weer op een gewone manier met zorgverzekeraars kunnen onderhandelen. Daartoe moet minister Schippers de Mededingingswet aanpassen.

Hans Gimbel

Onderwijsselectie

Sorteren gebeurt te snel

Het Nederlandse onderwijsstelsel is verworden tot een onverbiddelijke sorteermachine. De niveauplaatsing in het voortgezet onderwijs is steeds bepalender geworden voor het verloop van de schoolloopbaan. Die plaatsing heeft veel weg van een zichzelf waarmakende voorspelling. Wie met een vmbo-t-advies naar een brede brugklas vmbo-t/havo/vwo gaat, heeft aanzienlijk meer kans om op een hoger niveau examen te doen dan leerlingen met eenzelfde cito-score die naar een categorale vmbo-t-klas gaan.

De staatssecretaris kan ontstemd reageren wanneer scholen, ouders en leerlingen morrelen aan de schroefjes van de sorteermachine die hij net had aangedraaid. Zinniger is het de hele machine te vervangen door een flexibeler model.

Laat gebleken toppers naar het gymnasium gaan op basis van heldere toelatingscriteria en bied leerlingen aan de echte onderkant eveneens een gericht programma op maat. Maar laat de grote groep middenmoters en twijfelgevallen na groep 8 in een brede onderbouw rustig uitvinden waar hun talenten liggen, liefst door vakken te volgen op verschillende niveaus. Goed voor de kansen van leerlingen en voor het rendement.

Louise Elffers

Studentenprotest

Gaat al niet om publicaties

Het verbaast me dat rond het studentenoproer geen aandacht wordt besteed aan het nieuwe evaluatieprotocol voor onderzoek (2015-2021) van de KNAW , NWO en de VSNU. Voor onderzoek, ook belangrijk voor universitair onderwijs, zijn er drie beoordelingscriteria. Het eerste (‘kwaliteit’) wordt nu niet meer beoordeeld op basis van het aantal publicaties, een belangrijke verandering. De twee andere criteria, ‘maatschappelijke relevantie’ en ‘toekomstbestendigheid’ vormen de basis voordiscussie tussen studenten, docenten, bestuurders en overheid. Immers is niet alleen economisch renderend onderzoek voor het bedrijfsleven ‘maatschappelijk relevant’, en hopelijk ‘toekomstbestendig’, maar ook onderzoek en onderwijs in oude talen. Toekomstvisie en vakkennis moeten centraal staan. Bedrijfseconomische overwegingen zijn secundair.

J. Bouma

Studentinspraak is farce

Als student 17 jaar geleden zat ik in de faculteitsraad, was ik een jaar fulltime studentbestuurder van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), protesteerde ik op het Malieveld tegen afschaffing van de OV jaarkaart voor studenten en zat ik als studentlid in de Commissie Franssen (accreditatie).

Ik heb zo meer vaardigheden geleerd dan door mijn studie. Achteraf blijkt studenteninspraak slechts een middel om snel het fiat te krijgen van ‘de studenten’: akkoord van de faculteitsraad op instituutsniveau, akkoord van de studentenraad op instellingsniveau of akkoord van studentenbonden (ISO en LSVb) op landelijk niveau is voldoende voor bestuurders om besluiten te nemen. Meer inspraak van studenten leidt dan ook niet tot een hogere kwaliteit van het onderwijs. Ze zijn te onervaren om gelijkwaardige gesprekspartners te zijn van bestuurders.

Het gaat dus niet om meer of minder studenteninspraak, maar om verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs. Gebrek aan financiën, bekostiging op basis van output, incapabele bestuurders, focus op alleen onderzoek en gebrek aan motivatie bij studenten en docenten zijn hier onder meer debet aan. Studenten en docenten moeten dit samen oppakken.

Saskia Knoop

Marjolein Faber

Met kanon op muggenjacht

Het wil me voorkomen dat NRC met een kanon op muggenjacht was bij het wob-onderzoek naar de integriteit vanMarjolein Faber van de Gelderse PVV-Statenfractie(28/2). Volgens het artikel heeft zij ‘het bedrijf van haar zoon ingehuurd’. Voor wel 8.445 euro in twee jaar. Nou en. Wat is slimmer dan je eigen familie verantwoordelijk maken voor het leveren van goed werk? De compagnon van de zoon voerde de klus uit, de zoon keek mee over diens schouder. De beste garantie voor goed werk tegen een schappelijke prijs. De gebruikte terminologie suggereert dat er toch een corruptieluchtje aan zit. Mag je dus nooit je kinderen inschakelen voor een klus die betaald wordt met een daartoe bestemde overheidssubsidie? Is dat geen discriminatie? Nadat het NRC-onderzoekssmaldeel zijn vondsten aan Mevrouw Faber had voorgelegd, raadpleegde zij hoogleraar staatsrecht Elzinga. Die verschool zich achter wollige taal: hij zou het wijs vinden als de Gelderse PVV de opdracht aan het bedrijf van Fabers zoon ‘in deze vorm’ zou beëindigen. De PVV-fractie zou ‘een integriteitsrisico hebben genomen’. De terechte jacht op integriteitsfalen begint, vooral nu de Statenverkiezingen in zicht zijn, te ontaarden in een (politiek gemotiveerde?) heksenjacht.

Arie C. de Goederen Boskoop

Correcties en aanvullingen

Jill Leovy

De auteur van het gerecenseerde boek Gettoside. A true Story of Murder in America (27/2, p. C11) heet Jill Leovy.

Susan Rice

In Bibi speelt hoog spel in het Congres (4/3, p.12) staat dat Susan Rice VN-ambassadeur is. Dat was ze tot 2013, nu is ze de Nationale Veiligheidsadviseur.