Alcoholslot onthult zwakte wetgeving en wetshandhaving

Deze week werd de staat maar liefst twee maal gecorrigeerd door de hoogste rechter wegens het schenden van rechtsbeginselen. En ook nog bij dezelfde wet: de bestuurlijke maatregel waarbij een alcoholslot wordt opgelegd. Wat is hier aan de hand: een zwakke wetgever of een zwakke handhaver? Het lijkt vooralsnog op beide.

Dinsdag oordeelde de Hoge Raad dat het alsnog strafrechtelijk vervolgen van automobilisten die al eerder van de overheid op eigen kosten een alcoholslot van 5.000 euro moesten inbouwen, strijdig is met de ‘goede procesorde’. Praktisch komt dat neer op (verboden) dubbele bestraffing voor hetzelfde feit. Eerder oordeelden lagere rechters al dat een billijke strafrechtspleging eigenlijk niet meer mogelijk was als de verdachte al zo’n ingrijpende bestuurlijke maatregel had gekregen. Gisteren oordeelde de Raad van State dat de alcoholslot-maatregel als zodanig ook niet deugt. De hoogste bestuursrechter vindt dat deze sanctie haar doel voorbijschiet, tot willekeur en ongelijkheid leidt, inflexibel is en daardoor disproportioneel in haar uitwerking.

De minister van Justitie kreeg van de rechter te horen dat hij onvoldoende had nagedacht over de gevolgen van de maatregel. De gebreken in de regeling waren structureel en dus ook niet zomaar te repareren met een hardheidsclausule. Een algemene uitzonderingsbepaling voor ‘bijzondere gevallen’.

Daarmee is het complete alcoholslot-programma vooralsnog van de baan; de juridische basis is eraan ontvallen. Dat is ronduit een blamage en overigens geen verrassing. Dit stond te gebeuren. Achteraf is het de vraag waarom de staat zo koppig volhield en de redelijkheid van de bezwaren niet wilde inzien. Nu is de schade voor het aanzien van de staat en de wetshandhaving groter dan nodig.

Voor de hoogste rechters moeten het overigens geen heel moeilijke oordelen zijn geweest om te vellen. Van meet af aan was er veel begrijpelijke onrust over de samenloop van beide sancties, die meestal apert onrechtvaardig uitwerkten. Wie geen vijf mille kon betalen voor een alcoholslot dat maximaal twee jaar gebruikt moest worden, raakte zijn rijbewijs helemaal kwijt. En wel automatisch voor vijf jaar. Ongelijke behandeling dus, met een zwaardere sanctie voor burgers met minder geld.

Daarbij was maatwerk niet mogelijk – ook niet voor mensen die voor hun werk in meerdere auto’s moesten rijden, mensen met een handicap of een afhankelijk gezinslid voor wie autovervoer essentieel is. Rijden onder invloed moet uiteraard consequenties hebben, maar die dienen wel in verhouding en voor iedereen gelijk te zijn. Dat is een heel eenvoudige les. Maar kennelijk was die nodig.