‘We wisten precies wat we met die tanks gingen doen in Oekraïne’

Een Russische militair vertelt gedetailleerd hoe hij met zijn eenheid naar Oekraïne ging om te vechten. Novaja Gazeta is het eerste medium dat zo’n ooggetuigeverslag optekent.

Zijn gezicht is verbrand en verbonden, en het bloed sijpelt uit het verband. Ook zijn handen zijn verbonden. Zijn oren zijn verbrand en verschrompeld.

Ik weet dat hij gewond is geraakt in Logvynove. Logvynove – het knelpunt van de streek rond Debaltseve – werd in de vroege ochtend van 9 februari ontruimd en bezet door een compagnie speciale troepen van de separatisten (voor 90 procent bestaand uit georganiseerde Russische vrijwilligers). Het gebied werd zo snel afgesloten dat de Oekraïense soldaten in Debaltseve er niet van wisten. In de paar uur erna staken de troepen van de zelfbenoemde Volksrepubliek Donetsk ongestraft auto’s in brand die Debaltseve uit reden. Zo werd ook een plaatsvervangend bevelhebber van de Oekraïense antiterreurtroepen gedood.

De commandotroepen trokken zich terug en werden vervangen door een groep kozakken, die vervolgens door de Oekraïense artillerie werden beschoten. Intussen maakten Oekraïense troepen zich op om uit te breken. Een Russisch tankbataljon, dat al een paar dagen in de regio Donetsk was, werd erop afgestuurd om de posities vast te houden.

We spreken elkaar in Donetsk, in een brandwondencentrum van het regionale ziekenhuis.

„Op 19 februari ontplofte ik. Het schemerde. De 19de was het boeddhistische Nieuwjaar. Dus het jaar begon slecht voor mij. (Probeert te lachen, maar meteen gutst het bloed uit zijn lip.) Gisteren hebben ze mijn gezicht verbonden. Mijn gezicht is helemaal uitgedroogd. Ze opereren me nog niet omdat ik dan moeilijker te vervoeren ben. Als ik mijn vingers beweeg, komt er ook bloed uit. Ik hoop dat ik snel weer in Rusland ben.

Dan vertelt Dorzji Batomoenkoejev hoe hij gewond is geraakt. Eerst raakt hij zelf een tank van de Oekraïners. Die gaat de lucht in. Daarna raakt hij nog een tank. Maar die blijft intact en schiet terug: een voltreffer. Als Dorzji Batomoenkoejev zijn ogen opendoet, ziet hij vuur. Hij denkt dat hij doodgaat. Met moeite slaagt hij er toch in uit zijn tank te klauteren. Hij voelt zijn gezicht branden, ook zijn tankhelm brandt. „Ik doe hem af en zie dat de huid op m’n handen meekomt.” Dan komt er iemand uit een pantserwagen tevoorschijn. Die slaagt erin het vuur te blussen, en Dorzji Batomoenkoejev wordt geëvacueeerd, eerst naar Gorlivka, daarna naar het nabijgelegen Donetsk.

Hoe ben je hier gekomen?

„Ik werd op 25 november 2013 opgeroepen voor mijn dienstplicht. Maar ik ben hier vrijwillig. Ze stuurden hier alleen beroepssoldaten heen. Toen ik in Rostov aankwam was ik nog dienstplichtig. Maar tijdens mijn dienstplicht behaalde ik goede resultaten. Ik was begonnen in Tsjita, volgde daar de opleiding en besloot vervolgens als beroeps bij de eenheid Oelan-Oede te blijven. In juni diende ik hiertoe een verzoek in. Ik kwam bij het tweede bataljon. En het tweede bataljon gaat tijdens een oorlog altijd als eerste, elke legereenheid heeft zo’n detachement. Ons bataljon had ook wel beroepssoldaten, maar vooral dienstplichtigen. Tegen oktober werden uit alle bataljons van onze eenheid beroepssoldaten verzameld om één bataljon uit te vormen. We hadden niet genoeg beroeps om een tankbataljon te vormen en daarom werden er ook nog beroepssoldaten uit Kjachta naar ons overgeplaatst. We werden bij elkaar gebracht, maakten kennis, waren een dag of vier samen en gingen op pad.

Mijn dienstplicht zou op 27 november aflopen. Toen we in oktober in Rostov kwamen, liep mijn tijd nog. Ik ben hier beroeps geworden. Wij zijn de 5e tankbrigade.”

Moest je ontslag nemen?

„Nee, dat hoefde niet.”

Gingen jullie op oefening?

„Ze zeiden dat het een oefening was, maar we wisten waar we heen gingen. We wisten allemaal waar we heen gingen. Moreel en mentaal was ik er klaar voor dat ik naar Oekraïne moest.

De tanks hebben we nog in Oelan-Oede overgeschilderd. Ze stonden al op de trein. We schilderden de nummers over, alles. Op de legerbasis hebben we onze insignes verwijderd. We hebben alles eraf gehaald... om te verhullen wie we zijn. Ik heb mijn paspoort op de basis en mijn leger-ID later in het kamp achtergelaten.

We hadden ervaren jongens. Sommigen dienden al meer dan een jaar als beroeps, anderen al twintig jaar. Ze zeiden tegen ons: ‘Niet naar de leiding luisteren, wij gaan bommen gooien op de chochly [denigrerende term voor Oekraïners]. Zelfs al gaan we eerst op oefening, daarna gaan we toch op de chochly schieten.

Er kwamen heel veel treinen onze kant op. Iedereen bleef een paar nachten in onze kazerne. Voor ons zaten er jongens van speciale troepen uit Chabarovsk en andere steden, allemaal uit het Verre Oosten. Stuk voor stuk, begrijp je? Elke dag. Onze trein ging als vijfde, op 25 of 27 oktober.

Het losplatform was in Matvejev-Koergan. Tussen Oelan-Oede en Matvejev-Koergan passeerden we tal van steden. Het kostte ons tien etmalen om er te komen. Hoe dichterbij, hoe meer mensen ons begroetten. Ze zwaaiden met hun handen, zegenden ons met kruistekens. Wij zijn merendeels Boerjaten [een volk uit het Russische Verre Oosten]. En toch slaan ze kruizen voor ons. (Hij lacht en er vloeit weer bloed.)

Toen we hier voorbijkwamen, deden ze dat ook. Oude mannen en vrouwen, kinderen zegenden ons... omaatjes huilden.”

Welk oefenterrein was dat?

„Koezminski. Er zijn daar veel van die terreinen. Tentenkampen. Sommigen gingen, sommigen kwamen. Na ons kwam de Kantemirovbrigade uit de regio Moskou. Die hadden parachutisten en een kleine tankcompagnie. En ons tankbataljon heeft 31 tanks. Nou, daar kan je iets mee.”

Kon je ook weigeren?

„Jazeker. Niemand dwong ons. Sommigen weigerden al in Oelan-Oede, toen ze beseften dat het menens werd. Er was ook een officier die weigerde.”

Moest dat schriftelijk?

„Dat weet ik niet, want ik heb niet geweigerd. In Rostov hebben er ook nog geweigerd. In ons bataljon was er een. Ivan Romanov heette hij. In onze opleiding zaten we bij dezelfde compagnie. Een man die niet zo goed wist wat hij wilde. Voor Nieuwjaar kreeg ons kamp bezoek van kolonel-generaal Soerovikin, bevelhebber van het oostelijke legerdistrict. Hij bezocht onze tankcompagnie. Hij gaf ons een hand. Hij nam Ivan mee terug naar huis, naar Novosibirsk. Ik weet niet wat er met Romanov gebeurd is. Maar je kon dus ook weg.”

Heeft Soerovikin iets gezegd over Donetsk, over Oekraïne?

„Nee, niets. (Lacht.) In de trein, in die tien dagen die het ons kostte om er te komen, hoorden we verschillende geruchten. Volgens sommigen was het alleen maar een voorwendsel, volgens anderen gingen we echt op oefening. Het bleek allebei het geval. Er ging een maand voorbij, daarna nog een, en we waren in de derde maand. Nou, dachten we, het was inderdaad een oefening! Of gewoon om te laten zien dat onze eenheid aan de grens stond, opdat de Oekraïners nog banger werden. Psychologische oorlogsvoering.

We hadden de oefening van drie maanden achter de rug, precies volgens plan. En toen... het liep al tegen het eind en we waren de dagen al aan het aftellen. We hadden speciale mensen, politieke functionarissen. Die moesten ons briefen over wat ze op de vergaderingen hoorden. Deze politieke functionaris zei: ‘Nog een weekje, dan gaan we naar huis.’ Onze aflossing was er al. We kregen te horen: ‘Binnenkort komen de opleggers, dan laden we tanks op, de monteurs en bestuurders gaan met de trein, de anderen – commandanten en schutters – gaan met het vliegtuig van Rostov naar Oelan-Oede. Twaalf uur vliegen en dan zijn we thuis.’

En toen kregen we het sein en gingen we op pad.”

Wanneer?

„Dat was op 8 februari. De kapitein van onze groep kwam naar ons toe en zei: ‘Zo, jongens, we gaan, de hoogste paraatheid.’ De hoogste paraatheid betekent in de tank zitten, met de motor aan. En dan zet de colonne zich in beweging.”

Konden jullie snel weg?

„Wij zijn militairen, we doen alles snel. Je pakt je plunjezak, je geweer en hup de tank in. Je gooit de tank vol, start en daar ga je. Ik heb al mijn spullen altijd bij me.

Toen we het kamp uit reden, zeiden ze: ‘Telefoons, papieren – alles inleveren.’ We gingen van Koezminski naar de Oekraïense grens, hielden stil in een strook bos. Toen ik in de tank stapte, was het nog licht, toen ik uitstapte, was het al donker. Toen kregen we het teken. Zonder verdere uitleg. Ze zeiden: ‘We vertrekken.’ We hadden geen woorden nodig, we snapten het zo ook wel. Wat kan mij het schelen? Ik zit gewoon in de tank en ga.

Heeft niemand – politiek functionaris of commandant – tegen jullie iets gezegd over Oekraïne?

„Nee, iedereen was zich ervan bewust. Waarom zouden ze het ons voorkauwen? Niemand duwde ons ook patriottische flauwekul door de strot. We wisten alles al nog voor we op de trein stapten.”

Beseften jullie dat je de grens overging?

„Iedereen besefte dat we de grens overstaken. Wat moesten we dan? We konden toch niet stoppen? We kregen een bevel. We wisten allemaal wat we moesten doen en wat er kon gebeuren. Vrijwel niemand liet merken dat hij bang was. De leiding is prima, ze doe alles evenwichtig, duidelijk en professioneel.”

Wanneer merkte je dat je naar Donetsk ging?

„Wanneer we dat merkten? Toen we het bordje ‘Donetsk’ zagen, aan de rand van de stad... Er stond daar ook ‘Volksrepubliek Donetsk’ geschreven. Wauw, we waren in Oekraïne! Het was donker, we reden ’s nachts. Ik stak mijn hoofd door het luik om naar de stad te kijken. Die was mooi, prachtig, vond ik. Links en rechts, alles was mooi. Rechts zag ik een enorme kathedraal. Heel mooi.”

In Donetsk wordt de eenheid van Dorzji Batomoenkoejev ingekwartierd. Ze krijgen een warme maaltijd, luisteren naar de radio. De mannen gniffelen als ze op de radio een discussie horen over de vraag of er Russische soldaten in Oekraïne zijn. „Tsja, wie zou dat openlijk toegeven?”, zegt Dorzji Batomoenkoejev. „Onze regering realiseert zich dat ze moet helpen, maar officieel soldaten sturen zou Europa en de NAVO irriteren.”

Dorzji Batomoenkoejev heeft geen idee hoelang hij blijft. Dat heeft hij ook niet gevraagd. „We realiseren ons dat deze oorlog van ons afhangt. Daarom waren ze zo streng voor ons tijdens de oefeningen de afgelopen drie maanden. Ik kan alleen maar zeggen: ze hebben ons goed voorbereid. Ook de scherpschutters en de andere eenheden.” Het bataljon van Dorzji Batomoenkoejev beschikt over 31 tanks en telt zo’n 300 man, allemaal uit Oelan-Oede.

Vochten jullie samen met de opstandelingen? Hadden jullie dezelfde taken?

„Nee, zij waren alleen maar... Ze vormen een linie en als dan verder moet om de vijand af te maken, vertikt de militie dat gewoon. Dan zeggen ze: ‘Daar gaan we niet heen, dat is gevaarlijk.’ Maar wij moesten wel verder. En al hadden we dat gewild, we konden die opstandelingen geen orders geven. Dus rukten we zelf op. Maakt niet uit, we hadden het gebied vrijwel afgesloten.”

Het ís inmiddels afgesloten. Iedereen hier is gevlucht , alles is vernietigd. Debaltseve is nu van de Volksrepubliek Donetsk.

„Mooi. Dan hebben we ons doel... bereikt.”

Door hoeveel dorpen zijn jullie gekomen?

„Dat zou ik niet precies kunnen zeggen. Vier of zo. Eén keer moesten we vechten om het dorp te bevrijden, andere reden we zo binnen... (Zwijgt.) Natuurlijk ben ik daar niet trots op. De verwoestingen, de doden. Daar kun je niet trots op zijn. Maar dan stelt het me weer gerust als ik bedenk dat dit allemaal voor de vrede is, voor de burgers die ik zie – de kinderen, de bejaarden, de vrouwen, de mannen...”

Het is anders, vindt Dorzji Batomoenkoejev, als je dienstplichtig bent. „Zij waren verplicht om te gaan. Ik bedacht wat ik zou doen als ik een jongen van achttien was. Ik denk dat ik had moeten gaan. Het was een bevel.”

Met Oekraïners hebben ze weinig contact. Als ze aankomen in de stad Makijivka verstoppen ze hun voertuigen en tanks in het park. Ze worden beschoten, maar in de tank zit hij veilig. Wel maakt hij er zich zorgen over dat 70 procent van de inwoners van Makijivka vóór de Oekraïners is. De bewoners brachten de Russische soldaten eten en drinken. Ze nemen de thee wel aan maar drinken hem niet op. „Straks zit er nog gif in.” Verder maakt Dorzji Batomoenkoejev zich niet druk over die 70 procent. Donetsk wil onafhankelijk worden, dat is zeker.

Zijn moeder was erop tegen dat hij naar Oekraïne zou gaan, maar ze heeft zich erbij neergelegd. Ook omdat een boeddhistische monnik Dorzji een lang leven heeft voorspeld. Maar als hij met zijn brandwonden in de ambulance ligt en hij zijn moeder belt met de telefoon van iemand anders, schrikt ze . Het is op de dag van het boeddhistische nieuwjaar. „Ik vroeg haar: hoe gaat het met je? Goed, zei ze, we hebben bezoek, hoe is het met jou? Ik zei: oké, maar ik ben wel een beetje verbrand in een tank. De stem van mijn moeder veranderde op slag.”

Intussen maakt hij zich wel zorgen over geld. Voor je het weet zeggen ze dat hij hier op vakantie was. En toen hij voor drie jaar tekende, had hij niet gedacht dat hij naar Oekraïne zou gaan. Dat was zo ver weg van huis.

Heb je ergens spijt van?

„Waar zou ik spijt van moeten hebben? Ik voel me niet in de steek gelaten. Omdat ik weet dat ik voor de goede zaak vocht. Er kwamen voortdurend berichten over Oekraïne – verkiezingen, verkiezingen, verkiezingen, toen kwam de Oranjerevolutie, toen begon het in Odessa en Marioepol... Toen ik in opleiding was in Tsjita werd de televisie aangezet. Het nieuws. En net op dat moment… verbrandden er in Odessa mensen. Net op dat moment... misselijk werden we. We hadden zo’n gevoel van... Dit kan je niet doen. Dit is onmenselijk, dit deugt niet. En dat ik... nou ja, je kunt hier geen dienstplichtigen naartoe halen. Dat kan gewoon niet. Maar ik ging toch. Ik had het gevoel... niet iets van een plicht, maar van rechtvaardigheid. Ik zag dat hier veel mensen werden omgebracht. Ze gedroegen zich schandalig. Ik kreeg datzelfde gevoel van rechtvaardigheid. Onderweg met onze tanks wordt onze radio weleens onderschept door de Oekraïners. Ik weet nog precies dat een mannenstem zei: ‘Luister goed, stelletje onderkruipers uit Moskou, Petersburg en Rostov. We maken jullie allemaal af. Eerst jullie, en dan jullie vrouwen, jullie kinderen, en jullie ouders weten we ook te vinden. Wij zijn fascisten. Wij deinzen nergens voor terug. We maken jullie af, net als onze Tsjetsjeense broeders, we hakken jullie kop eraf. Knoop dat in je oren. We sturen jullie naar huis in lijkenzakken, in mootjes.

„Mijn overgrootvader heeft in de Grote Vaderlandse Oorlog gevochten, hij had een kameraad die uit Oekraïne kwam, ze vochten samen. Ik heb het geweer van mijn overgrootvader geërfd. Jagen mag bij ons en dat deed ik dus ook. Daarom kan ik van jongs af aan al schieten...”

Geen twijfel over Poetin?

„Ik heb niets tegen hem. (Hij lacht.) Al weet je niet goed wat je aan hem hebt, dat is zeker. Een sluwe vos, eerst ‘we sturen onze troepen’ en dan weer niet. ‘Er zijn hier geen troepen’, zegt hij tegen de hele wereld. Maar wij moeten zo snel mogelijk naar binnen. Maar er is ook iets anders. Als Oekraïne toetreedt tot de Europese Unie en de Verenigde Naties, dan zouden de VN hier hun raketten, hun wapens kunnen inzetten, dat zouden ze kunnen doen. En dan staan die op ons gericht. Dan zijn ze heel wat dichter bij ons, niet meer aan de andere kant van de oceaan. Maar pal aan onze landsgrens. En dan besef je dat dit ook een manier is om onze mening, ons standpunt te verdedigen, zodat we niet kwetsbaar zijn. Net als in de Koude Oorlog, weet je nog? Zij wilden iets doen, maar toen hebben wij op Cuba onze raketten ingezet en toen was het opeens van: kom op, daar willen we niets van weten, hoor. Rusland loopt nu weer gevaar, als je erover nadenkt. Van wat ik heb gelezen en uit de geschiedenis heb geleerd – dan zijn ze pas de laatste jaren weer rekening gaan houden met wat Rusland vindt. Vroeger was het zo: de Sovjet-Unie en Amerika waren de twee geopolitieke mogendheden. Toen zijn wij uit elkaar gevallen. Nu richten we ons weer op en beginnen zij ons weer te koeioneren, maar ze kunnen ons niet opnieuw kapotmaken. Maar als ze de Donbas innemen en die raketten inzetten, dan kunnen ze als het erop aankomt Rusland bereiken.”