Was die 183 miljoen voor RDM wel of geen havenonderonsje?

Joep van den Nieuwenhuyzen en Willem Scholten proberen in hoger beroep hun gelijk te halen met nieuwe verhoren. Echt, hun deal was bekend.

Joep van den Nieuwenhuyzen arriveert bij het Haagse Paleis van Justitie. Gisteren begon het hoger beroep in de strafzaak van het havenschandaal, met hoofdrolspelers Van den Nieuwenhuyzen en oud-havendirecteur Willem Scholten. Foto David van Dam

Aan het slot van de eerste dag van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep geeft de voorzitter van het Gerechtshof Den Haag het woord aan de verdachten. Immers, zegt de voorzitter, „het ging vandaag wederom niet echt over de inhoud”. Dus misschien willen de heren nog iets toevoegen?

Willem Scholten, de voormalige directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, slaat het aanbod af. Joep van den Nieuwenhuyzen, de voormalige topman van defensieconcern RDM, vraagt het Hof om een aantal getuigen nogmaals te horen. Zeker, eerder waren de getuigen terughoudend in hun verklaringen, maar nu er nieuwe documenten zijn opgedoken zal dat anders zijn. Ze zullen moeten bevestigen dat ze wel degelijk op de hoogte waren van de garanties die Scholten aan Van den Nieuwenhuyzen heeft verstrekt. Dan zal de waarheid aan het licht komen, belooft Van den Nieuwenhuyzen. Die waarheid is wat hem betreft: „Het was geen onderonsje tussen de heer Scholten en mij. Er is overleg geweest, dat kan niet anders.”

Herenakkoord

Wel of geen onderonsje, dat is de vraag die gisteren vooral aan bod kwam. Het is maar een van de kwesties in de complexe strafzaak die sinds 2004 bekendstaat als het havenschandaal.

Begin deze eeuw stelde Scholten zich namens het Havenbedrijf Rotterdam garant voor bankleningen van ruim 180 miljoen euro aan RDM-bedrijven van Van den Nieuwenhuyzen. Als RDM de leningen niet zou terugbetalen, zou de haven dat doen. Een herenakkoord tussen twee vrienden, niet bedoeld voor de openbaarheid.

Volgens het Openbaar Ministerie ontving Scholten in ruil voor de garantstellingen 1,2 miljoen euro op zijn Zwitserse bankrekening, plus onbeperkt gebruik van Van den Nieuwenhuyzens appartement in Antwerpen. Omkoping dus. Onzin, volgens Scholten en Van den Nieuwenhuyzen. Het geld was bedoeld voor een Egyptische consultant die een duikbotenorder voor RDM moest binnenhalen.

Het Havenbedrijf bevond zich in een overgangsperiode: per 1 januari 2004 werd de gemeentelijke dienst een nv, met Rotterdam (70 procent) en de staat (30 procent) als aandeelhouders. Scholten nam met zijn zelfstandige optreden een voorschot op de ondernemersgeest die moest gaan waaien in de haven. Gisteren, tijdens een pauze: „Wat hadden ze verwacht? Ik kwam van Smit. Daar was een Zwitserse bankrekening heel gewoon.”

Strijdlustig

De Rotterdamse rechtbank veroordeelde Scholten in oktober 2010 tot acht maanden cel wegens ambtelijke omkoping, valsheid in geschrifte en oplichting. In juli 2013 volgde Van den Nieuwenhuyzen: 2,5 jaar cel wegens omkoping, faillissementsfraude met drie vennootschappen (onder andere SS Rotterdam), valsheid in geschrifte, meineed en een vals paspoort (van het eilandenstaatje Comoren).

De veroordelingen vechten ze nu aan in een gezamenlijk hoger beroep. Van den Nieuwenhuyzen, wonend in China en gesecondeerd door familie, toont zich tussen de bedrijven door strijdlustig: „De zaak zal kantelen, ik heb veel vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak”. Scholten, wonend in Zuid-Afrika en over uit Oman waar hij adviseert bij de bouw van een steenfabriek, is meer berustend. „Na elf jaar doet het me niet zoveel meer, ik ben 71.” Achter de tafel blijft een stoel leeg tussen de oude vrienden, in de pauzes is er weinig contact. Ze hebben de zaak samen voorbereid, aldus Scholten.

De insteek van de advocaten op de eerste dag: laat nieuwe getuigenverhoren en stukken toe, zodat we kunnen bewijzen dat ambtenaren van Financiën en Defensie en de gemeente Rotterdam wisten van de garanties. Ook wil de verdediging een maand uitstel, om informatieachterstand op het OM te kunnen inlopen. De zittingen zijn gepland tot eind mei. Op 10 maart beslist het Hof over de voortgang.

Scholten en Van den Nieuwenhuyzen lieten alvast weten geen vragen van het OM te zullen beantwoorden, alleen van het Hof. Ze voelen zich door het OM onheus bejegend. Koos Plooij, die optreedt namens het OM, behandelde de zaak ook in eerste aanleg. Scholten nuanceerde de weigering wel: als de vragen niet vooringenomen zijn, zal hij antwoorden.