Kamer krijgt inzage in belastingdeal, maar moet zwijgen

Voor een besloten vergadering was het zaaltje in het Tweede Kamergebouw best vol.

Los van een tiental Kamerleden (en ook enkele senatoren) waren er door de gesloten lamellen van de Klompézaal gistermiddag zeker twintig niet-parlementariërs waar te nemen, die de „besloten technische briefing” bijwoonden over de belastingovereenkomst met het Amerikaanse koffieconcern Starbucks.

Dat waren geen fractiemedewerkers, want staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) had kort van te voren laten weten dat die niet welkom waren. Het waren vooral ambtenaren van de Belastingdienst om de Kamer bij wijze van grote uitzondering en strikt vertrouwelijk inzage te geven in de Nederlandse rulingpraktijk in het algemeen en de „specifieke casus Starbucks” in het bijzonder.

Het uitzonderlijke onderonsje was aangevraagd door GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver, die al jaren strijdt tegen de status van Nederland als belastingparadijs. Multinationals moeten in zijn ogen gewoon netjes belasting betalen – in welk land ze ook omzet en winst maken – en niet via constructies het laagste putje zoeken. Voor een wereldmerk als Starbucks is Nederland aantrekkelijk wegens vrijstelling van royaltyrechten.

Groot manco voor de Kamerleden is dat ze – behalve het diepere inzicht in internationaal belastingrecht – niet heel veel kunnen met de informatie die ze op geen enkele manier mogen delen met derden. Directe verwijzingen naar Starbucks bij het plenaire debat over belastingontwijking morgenochtend is bijvoorbeeld onmogelijk.

Na afloop van het ruim drie uur durende college liet Klaver slechts weten dat het „interessant” was. „Over de inhoud mag ik niets kwijt.” Voor hem was de sessie een eerste stap tot uiteindelijk volledige openbaring van de Nederlandse rulingpraktijk. Volgende stap: hij wil ook de fiscale regelingen inzien van andere buitenlandse concerns in Nederland. Denk aan Fiat, Ikea en Google.