Prijsgaranties bij topkunst risicovol

Toename van gegarandeerde prijzen bij veilingen voor topkunst brengt risico voor manipulatie kunstmarkt met zich mee.

Veilinghuizen lopen steeds grotere financiële risico’s bij verlenen van garanties

Hoe schimmig de kunstwereld kan zijn, bleek in november weer eens bij de verkoop van een bronzen beeld van Alberto Giacometti. De fragiele man op een wagentje, één van zes afgietsels, was het topstuk van de avondveiling van impressionistische en moderne kunst bij Sotheby’s in New York.

Met een aparte catalogus, paginagrote advertenties en een wereldwijde tournee langs potentiële kopers had het veilinghuis kosten noch moeite gespaard om de aandacht op de verkoop te vestigen.

De veilingmeester zette het kunstwerk in op 80 miljoen dollar. Daarna riep hij: „82 miljoen, 84 miljoen...” Niet dat iemand in de zaal zijn hand had opgestoken, maar met deze zogenoemde chandelier bids (kroonluchterbiedingen), een dikwijls aangevochten maar nog altijd toegestaan gebruik, probeerde hij het biedproces op gang te brengen.

Per telefoon kwam het eerste echte bod: 90 miljoen dollar. Daarna bleef het stil, en kwam aan deze éénbiederveiling een eind. Inclusief aankoopkosten bedroeg de nota 101 miljoen dollar, te betalen, naar later duidelijk werd, door de Amerikaanse hedgefondseigenaar Steve Cohen.

Nog niet zo lang geleden zou Sotheby’s aan zo’n megaverkoop ruim 12 miljoen dollar aankoop- en verkoopcommissie hebben overgehouden. Marktanalisten taxeren dat het veilinghuis op de Giacometti mogelijk geld heeft toegelegd. Aan de verkoper had Sotheby’s een minimale opbrengst gegarandeerd. Die garantie zal niet lager zijn geweest, is de veronderstelling, dan de verwachte minimale opbrengst. Vooraf had het veilinghuis laten weten een opbrengst te verwachten „boven de 100 miljoen dollar”.

Door de prijsgaranties is de verkoop van topstukken, noodzakelijk geacht uit pr-oogpunt en vanwege de aanzuigende werking op andere inbrengers, voor ’s werelds grootste veilinghuizen nauwelijks winstgevend meer. De vraag naar de gewilde werken van Warhol, Bacon en Richter is zoveel groter dan het aanbod, dat eigenaren een geweldige onderhandelingspositie hebben. Ze kunnen van alles bedingen: nul verkoopcommissie, een gegarandeerde minimale opbrengst, en ook een deel van de koperscommissie, wat in jargon een enhanced hammer (verhoogd hamerbedrag) wordt genoemd.

De mediamagnaat Peter M. Brant verklapte vorig in een interview met The New York Times dat Christie’s zijn Balloon Dog-beeld van Jeff Koons had verkocht voor het recordbedrag van 58,4 miljoen dollar en dat het veilinghuis geen cent aan hem had verdiend, omdat hij ook de volledige aankoopcommissie had gekregen, een ‘enhanced hammer’ van 112 procent.

Dat garanties steeds gangbaarder zijn, en dat met die beloftes enorme bedragen zijn gemoeid, is door de verplichte vermelding in catalogi eenvoudig vast te stellen. Neem de avondveiling van naoorlogse en hedendaagse kunst, op 12 november bij Christie’s in New York. Van de 75 werken waren er 23 gegarandeerd, veelal de kostbaarste in het aanbod. Deze 23 kunstwerken brachten in totaal ruim een half miljard dollar op.

Begin deze eeuw waren garanties ook al in zwang. Maar toen de kunstmarkt in 2008 door de crisis opeens inzakte, stopten de veilinghuizen daar noodgedwongen mee. Opeens waren ze eigenaar van dure kunstwerken en moesten ze pijnlijke verliezen incasseren. Sotheby’s moest dat jaar op garantieafspraken 52 miljoen dollar afschrijven.

Na 2009 richtte de kunstmarkt zich weer op. De omzet van Christie’s steeg sindsdien gestaag van 3,3 miljard naar 8,4 miljard dollar afgelopen jaar. Ondanks die groei kwamen de winstcijfers steeds meer onder druk te staan. Onder meer door de prijsafspraken, concluderen marktanalisten.

De les die veilinghuizen in 2008 trokken, was dat ze de risico’s van prijsgaranties moesten terugbrengen. Dat deden ze door derde partijen borg te laten staan. Als een kunstwerk niet tegen het overeengekomen bedrag werd verkocht, nam de garantiehouder het kunstwerk voor dat bedrag af. Als het kunstwerk meer opbracht, beloonde het veilinghuis de borgstelling met een percentage van de meeropbrengst plus de helft van de koperscommissie.

Graham Bowley van The New York Times, oud-economieredacteur, onderzocht onlangs de garantieafspraken. Uit zijn statistieken over de najaarsveilingen blijkt niet alleen dat het aantal prijsgaranties de afgelopen jaren explosief is toegenomen, ook wordt duidelijk dat Christie’s en Sotheby’s de risico’s weer meer in eigen hand zijn gaan nemen.

Bowley laat marktanalisten aan het woord die wijzen op de gevolgen. De topverkopen zorgen voor krantenkoppen, maar de bijbehorende winstmarges zijn flinterdun. De druk die dat op de bedrijfsresultaten geeft, zou hebben bijgedragen aan het onlangs aangekondigde vertrek van William F. Ruprecht en Steven P. Murphy, de topmannen van respectievelijk Sotheby’s en Christie’s.

Aan de garantieafspraken kleven meer risico’s. Net als in 2008 zou een onverwachte marktbeweging slecht kunnen uitpakken voor de grote veilinghuizen. Inbrengers klagen dat de veilinghuizen meer hun best doen voor gegarandeerde kunstwerken.

Ethische gevaren zijn er ook. De kunstmarkt is minder transparant en minder gereguleerd dan andere markten. Verkopers van kunstwerken met een prijsgarantie of partijen die borg staan, mogen mee bieden op de betreffende kunstwerken. Dat zorgt niet alleen voor ongelijkheid in de veilingzaal, het maakt ook marktmanipulatie mogelijk.

In zijn blog op de site van persbureau Reuters liet analist Felix Salmon in januari zijn fantasie de vrije loop. Met goede ‘enhanced hammer’-afspraken wordt het voor grote kunstverzamelaars mogelijk om kosteloos de markt te manipuleren. Dat biedt kansen, zegt Salmon, voor wat op Wall Street pump and dump wordt genoemd – een goedkoop aandeel inkopen, de waarde daarvan kunstmatig opkrikken, en dan met winst verkopen. Een verboden praktijk op de aandelenmarkt. Maar niet op de kunstmarkt, stelt Salmon. In de veilingzaal kan ‘pump and dump’ binnen de regels worden gespeeld.