Optimisme van Kiwi’s wordt elke dag groter

Nieuw-Zeeland kwam in een WK nooit verder dan de halve finale. Wellicht verandert dat. Het toernooi, deels in eigen land, verloopt succesvol.

Brendon McCullum van Nieuw-Zeeland vorige week tijdens het WK-treffen met Australië. Foto Michael Bradley/AFP

Ooit was hij zo’n goede rugbyer dat hij van zijn coach de voorkeur kreeg boven Dan Carter, tijdens schoolwedstrijden op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Vijftien jaar later is Brendon McCullum bijna net zo populair als Carter, een levende legende van de All Blacks en het rugbymaffe Nieuw-Zeeland. Maar McCullum is tegenwoordig aanvoerder van de nationale cricketploeg.

Met een mengeling van euforie, verbazing en trots kijken de Nieuw-Zeelanders naar het WK cricket, dat in Australië en in hun eigen land wordt gespeeld. Ze waren zo vaak de underdog – de bescheiden jochies die zich lieten afbekken door de grote jongens uit Australië, Zuid-Afrika of de West-Indies. Tot nu toe.

Want onder het agressieve aanvoerderschap van McCullum (33) zijn de Black Caps uitgegroeid tot bullebakken die zelfs worden bewonderd door de aartsrivalen aan de overkant van de Tasman Zee. Hoe hij anderhalve week geleden Engeland vernederde in Wellington, met 77 runs in slechts 25 ballen; het was de snelste halve century uit de WK-geschiedenis.

Of hoe McCullum afgelopen zaterdag in Auckland zijn ploeg aan de hand nam tegen Australië. Na het bloedstollende slot op Eden Park werden de Nieuw-Zeelandse cricketers zelfs vergeleken met de All Blacks, die al sinds 1994 ongeslagen zijn in datzelfde stadion. De rugbyers staan erom bekend hun tegenstanders stukje bij beetje af te breken, leeg te knijpen en uit te wringen. Nu zagen tienduizenden cricketfans tot hun verbijstering hoe nu de machtige Australische ploeg in een vergelijkbare intimiderende sfeer werd afgeschminkt tot een stel beginnelingen. Al jaren is Australië de baas in deze trans-Tasmaanse tweestrijd. Vier keer werden ze wereldkampioen, Nieuw-Zeeland kwam nooit voorbij de halve finale.

Maar in de eerste drie weken van het WK maakte Nieuw-Zeeland, samen met regerend wereldkampioen India, van de veertien deelnemende landen de meeste indruk. Na vier groepswedstrijden staat Nieuw-Zeeland ongeslagen bovenaan en is de ploeg vrijwel verzekerd van groepswinst, met de duels tegen Afghanistan en Bangladesh voor de boeg.

En het gevoel dat er meer valt te halen voor de Kiwi’s groeit met de dag. Dat Nieuw-Zeeland eindelijk kan afrekenen met het ‘net-niet’-syndroom als cricketnatie en kan excelleren als de All Blacks, die vier jaar geleden op Eden Park wereldkampioen werden.

In de cricketwereld wordt Nieuw-Zeeland gerespecteerd als vaste klant tussen de acht beste landen, maar voor de absolute top is het land met vier miljoen inwoners te klein. Het aantal topcricketers dat Nieuw-Zeeland voortbrengt is net onvoldoende om structureel te kunnen concurreren met de grootmachten Australië, Zuid-Afrika, India of Engeland.

Maar met een WK dat zich grotendeels op eigen bodem afspeelt ligt dat anders. Ze zijn gewend aan de specifieke omstandigheden die het koele en vochtige klimaat met zich meebrengt: de bal die een bowler in Nieuw-Zeeland loslaat beweegt in de lucht veel meer dan in de hete lucht van Australië of India. Eenmaal op de grond spint de bal veel minder dan in droge, warme condities. In eigen land zijn ze maar moeilijk te verslaan.

En Nieuw-Zeeland heeft McCullum, die het eendaagse format van het cricket met zijn aanvallende spelstijl naar een nieuw niveau heeft gebracht. „Normaal waren wij aanvoerders altijd terughoudend – zekerheid voor alles”, zei een voormalige captain van Nieuw-Zeeland, Stephen Fleming afgelopen weekeinde, tegen Fox Sports. McCullum spot met oude wetten. Slaat vier ballen op rij de tribunes in als het kan, zoals in Wellington tegen Engeland. „Er zat iets heel erg Australisch aan de manier waarop hij Engeland aanpakte”, zei de Australisch oud-aanvoerder Ricky Ponting, winnaar van twee WK’s. Een groter compliment kan een Nieuw-Zeelander niet krijgen.

Misschien is het wel de rugbyer in McCullum – Captain Fantastic, zoals hij in de New Zealand Herald werd genoemd. De vechtjas die zelfs Dan Carter uit de rugbyploeg hield, maar daar uit respect voor diens latere prestaties bij de All Blacks nooit met een woord over wilde praten.

Ondertussen ontdoet de kleinste onder de grote landen zich in eigen land brullend van zijn ketenen, met McCullum voorop in de strijd. Hij doet denken aan Sanath Jayasuriya, die in 1996 dreumes Sri Lanka naar de wereldtitel leidde. Aanvallend en grensverleggend.

Diens navolgers geven ook dit WK kleur: McCullum, maar ook de West-Indiër Chris Gayle met een dubbele century tegen Zimbabwe (215), of de Zuid-Afrikaan A.B. de Villiers met 162 runs in slechts 66 ballen tegen de West-Indies.

Wie geen risico’s durft te nemen telt niet meer mee. De Engelsen weten er alles van. De uitvinders van het cricket werden de afgelopen weken achteloos opzij geschoven door drie voormalige koloniën (Australië, Nieuw-Zeeland en Sri Lanka) en versloegen alleen Schotland, dat nog nooit een WK-duel won.

Voor Engeland is het, nog voordat de helft van het toernooi is verstreken, al vijf voor twaalf. Zeges tegen Afghanistan en Bangladesh zijn nodig om de laatste acht te bereiken – maar niemand in Engeland is er gerust op.