Opa’s en oma’s kunnen de zaak ook compliceren

Het CDA wil dat grootouders het recht krijgen hun kleinkinderen te zien. PvdA en VVD zijn tegen.

Grootouders laten graag een foto van hun kleinkind zien. Kijk eens wat mooi, zeggen ze dan. Dat is pijnlijk als je zelf geen contact meer hebt met de kleintjes, zegt Cornelie van Well. Ze is van de stichting Voor Mijn Kleinkind, een platform voor grootouders die hun kleinkinderen niet zien.

Van Well is ervaringsdeskundige. Toen de ex van haar zoon naar Polen vertrok, leek het erop dat ze haar kleinkind nooit meer zou zien. Gelukkig, zegt Van Well, zijn grootouders belangrijk in Polen. Haar advocaat adviseerde in dat land een rechtszaak aan te spannen. Met succes: ze ziet haar kleindochter nu om de twee maanden.

Maar lang niet alle grootouders die hun kleinkinderen na scheiding van de ouders nioet meer zien, lukt het een omgangsregeling te krijgen. Zeker niet in Nederland. Dat willen CDA-Kamerleden Mona Keijzer en Peter Oskam veranderen. In een initiatiefnota bepleiten zij meer juridische mogelijkheden voor opa’s en oma’s om contact met de kleinkinderen te kunnen afdwingen.

Nu is het zo dat grootouders bij de rechter eerst moeten aantonen dat ze ‘nauwe persoonlijke betrekking’ hebben met de kleinkinderen. Dat houdt in dat opa en oma écht deel uitmaken van het leven van een kind en dat er dus een band is. Het CDA vindt dat bloedverwantschap voldoende moet zijn om de rechter een oordeel te vragen. Die kijkt vervolgens naar het belang van het kind.

Een meerderheid van de Tweede Kamer is het met dat plan niet eens. PvdA en VVD lieten gisteren weten het idee sympathiek te vinden, maar onuitvoerbaar. Volgens de partijen zijn de ouders de eerstverantwoordelijken. De kring om hen heen moet niet groter worden. Dat levert chaos op.

En omgang opeisen „omdat je nu eenmaal oma of opa bent”, is volgens VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden te kort door de bocht. „Die rechterlijke toetsing van de band tussen grootouders en kleinkind is er niet voor niets. Als er al jaren geen contact is, kun je je afvragen of een bezoekregeling in het belang is van een kind.”

Bovendien kan bij vechtscheiding een verplichte omgang averechts werken. „Denk aan grootouders die de kinderen ophitsen tegen moeder of vader.”

Er zijn meer zorgen. Het CDA moet oppassen dat het aantal rechtzaken niet toeneemy, zegt Lonneke Timmermans. Zij is advocaat, scheidingsmediator én bestuurslid van de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). „De drempel om een procedure te beginnen wordt zo behoorlijk verlaagd.” Dat levert twee gevechten op; die van de ouders én van de grootouders. „Dat is niet in het belang van het kind.”

Toch is vFAS positief over de initiatiefnota. „Want goed contact tussen opa en oma en de kleinkinderen is belangrijk.” Timmermans ziet dat vooral bij scheidingen waar ouders veel ruzie maken kinderen én grootouders de dupe worden. „Dat is vreselijk.”

Volgens het CDA blijkt uit onderzoek dat jaarlijks 33.000 huwelijken stranden en dat als gevolg 4.000 grootouders hun kleinkinderen niet mogen zien. Oskam en Keijzer schrijven dat contact „over het algemeen” in het belang is van de kleinkinderen. „Onder meer om zo hun herkomst beter te leren kennen.”

Op de site van Voor Mijn Kleinkind kunnen grootouders teksten achterlaten voor kleinkinderen die ze niet spreken. In de hoop dat een kleinzoon of -dochter op een dag op zoek gaat naar opa en oma. En de berichten vindt.