Onderwijs als ontdekkingsreis

Minister Bussemaker vroeg – nog vóór alle protesten van nu – studenten een essay te schrijven over wat er kan veranderen binnen het hoger onderwijs. Tom Bolsius won de tweede prijs. Hij pleit voor meer vrijheid voor studenten en discussie met kritische buitenstaanders.

illustratie Tomas Schats

Mijn studententijd loopt bijna ten einde en naast een papiertje houd ik er, pessimistisch geprofeteerd, waarschijnlijk een onvoldaan gevoel aan over. Er moet meer uit jarenlang collegebankhangen te halen zijn. Natuurlijk, gedeeltelijk ligt dat aan mezelf. De kantjes ervan aflopen was topsport zonder inspanning. Maar waarom veel moeite doen als het niet nodig is? Zie mij als een peuter die aan het spelen is met speelgoed (het onderwijs) waarbij je vormpjes in het juiste vakje moet doen. Het driehoekvormpje in het driehoekgaatje; het vierkantvormpje in het vierkante gat. Als het doel van dit speelgoed is om alle vormpjes in de doos te krijgen, waarom zou het driehoekvormpje dan niet via het vierkante gaatje in de doos mogen vallen? Als het past, dan is het doel toch bereikt? Ik heb mij als driehoekje door het vierkante educatiesysteem gekregen.

Een glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik de oproep van de minister lees om creatief en dwars te denken bij het schrijven van dit stuk. Had ik dat de afgelopen jaren gedaan, dan was ik nooit door het gat gekomen. Dwars denken kan alleen als het binnen de grenzen van het systeem past. Ik zou mij als driehoekje nooit kunnen omvormen tot een cirkeltje en alsnog mijn diploma halen. De gewenste kritische kijk die ik zou moet krijgen van het academische onderwijs, is vooral gericht op mezelf: mijn afstuderen zal gebaseerd zijn op talloze papers, essays, betogen en andere argumentatie-uitingen waar ik een groot deel van de tijd niet achter heb gestaan, maar waarvan ik zeker wist dat het mij lof zou opleveren. Non vitae sed scholae discimus, zoals Seneca deze situatie 2000 jaar geleden al omschreef. De jeugd leert niet voor het leven, maar voor de docent (en dus niet andersom!). Het draait om wie er het beste in slaagt een stappenplan uit te voeren en op die manier te laten zien dat je een bepaald trucje kunt. Ik ben, zoals dat zo mooi heet, een product van het systeem.

Laat iedereen zelf de route bepalen

Om de student te veranderen in een consument van de Nederlandse scholingsmogelijkheden pleit ik voor een toekomst waarin de hogescholen en universiteiten de studenten veel vrijer laten in de stappen die ze maken tijdens hun opleiding. Een kritische blik ontwikkel je niet door een kudde schapen te creëren die een herder volgen. Nee, laat iedereen de route naar het eindpunt zelf uitstippelen. De reis zelf levert soms meer op dan het bereiken van de bestemming.

Om dit te bewerkstelligen zal het huidige docentschap, waarbij er één docent is die ‘de keuring’ doet, moeten worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een commissie die bestaat uit een viermanschap: een academicus, een overheidsmedewerker, iemand uit het bedrijfsleven en een medestudent. Deze commissie zal zich buigen over elke officiële keuze die de student aandraagt. Deze keuzes bestaan onder andere uit de leerstof en de manier van toetsen. De variatie aan commissieleden zorgt ervoor dat de student niet alleen wordt beoordeeld op academisch potentieel, maar ook op andere vlakken. Het achterliggende idee is dat er minder talent, tijd en energie verloren gaat. Een student ziet andere kansen en barrières dan een geschoold academicus; iemand uit het bedrijfsleven weer andere dingen dan een werknemer van de overheid.

De universiteit van de toekomst zal voornamelijk een faciliterende rol hebben. De instelling waar de docent bepaalt wat de student op zijn bord krijgt, wordt afgeschaft. De student mag zelf opscheppen van het buffet dat het instituut klaarzet. En als hij iets anders wil, dan moet in ieder geval geprobeerd worden dit klaar te spelen. Doordat klaslokalen niet meer gevuld hoeven te worden met een minimumaantal studenten om een studie door te laten gaan, kunnen studenten zo breed of juist zo gespecialiseerd mogelijk ingaan op onderwerpen die betrekking hebben op de gekozen opleiding. Als je alleen maar de diepte ingaat, vergeet je soms te kijken hoe interessant de wereld is die je in je afdaling passeert.

Inloopspreekuur

Hoe krijgt de student dan tekst en uitleg over de leerstof? Het is al mogelijk om via de digitale kanalen opgenomen colleges te volgen en gezien de technologische vooruitgang zal dit alleen maar meer en gemakkelijker worden. Het moet dan ook de basis worden van alle kennisdeling. De student kan zo bepalen op welk moment van de dag hij deze bekijkt. Voor vragen en antwoorden over het behandelde onderwerp, dient de instelling waaraan de student verbonden is een wekelijkse inloopspreekuur te faciliteren. De student doet een aanvraag voor een gesprek en op basis van het onderwerp en de vragen, zal de student een medewerker van de universiteit toegewezen krijgen bij wie hij terecht kan. Geen robots of andere onpersoonlijke communicatiemiddelen; iedere geoliede machine heeft menselijke aansturing en controle nodig.

De student bepaalt in overleg met de commissie hoe hij zich laat toetsen. De enige voorwaarde is dat hij zorgt voor een evenredige verdeling van de vijf mogelijke manieren: feitenkennis (mondeling of schriftelijk), orale presentatie van de leerstof, debat met een vakkenner, schriftelijk betoog en een vraaggesprek met publiek.

Deze indeling leidt er niet alleen toe dat de student vaardigheden leert, maar geeft de student ook de gelegenheid om zijn potentie naar voren te laten komen. Zo zal voor iedereen gelden dat er een bepaald onderwerp is waarbij toetsing van pure feitenkennis hem niet ligt, terwijl een debat over hetzelfde thema hem perfect afgaat. Dit sluit aan op de toekomst van de student: hij zal zijn baan ook zoeken in onderdelen waar zijn kracht ligt. Door de student deze vrije invulling te geven, stimuleer je zelfreflectie en tegelijkertijd kan hij aantonen over een bepaald denkniveau te beschikken.

Natuurlijk, collegezalen vol studenten spelen ook een sociale rol. Dagelijkse interactie met medestudenten kan de uitwisseling van gedachten stimuleren, maar er gaan vaak genoeg dagen voorbij dat de collegestof niet wil landen, omdat de studenten te druk zijn met de gaten in het plafond te tellen. Het prikkelt niet genoeg. Colleges zullen daarom vervangen worden door publieke debatten. Vuurwerk. Onderwijs verdient de spanning die de ontdekkingsreis door onbekende (kennis)gebieden met zich mee zou moeten brengen. Dit houdt in dat niet alleen academici het debat zullen aangaan, maar dat ook buitenstaanders zich kunnen aanmelden. Het dient als brug tussen de maatschappij en de academische wereld waarop de studenten gepokt en gemazeld worden door individuen die met hun ideeën haaks op die van de geschoolden staan. Deze dwarsbalken houden de brug in stand.

Een laatste hoop spreek ik uit voor een universiteit en hogeschool die meer zijn dan plekken waar de student zijn getuigschrift in aanloop naar het ‘echte’ leven komt ophalen. Het doorgeefluik moet een draaideur worden, zodat er ook instroom is vanaf de andere kant. Maak van de gebouwen een ontmoetingsplek met meer dan alleen ruimtes die gericht zijn op de interactie met wetenschappelijke theorieën en boeken. Creëer een plek waar studenten, zakenlieden, verpleegsters en kunstenaars uit zichzelf bij elkaar willen komen, zonder verplichting. Laat ze de levensmentor worden van de student. Als dat over enkele decennia het geval is, kom ik terug om mijn verloren uren terug te geven aan mezelf.