Ode aan veerkracht en levenslust

Regisseur Alan Hicks was een van de vele jonge jazzmusici die de legendarische trompettist Clark Terry tijdens zijn illustere carrière onder zijn hoede nam. Hij besloot er zelf een documentaire over te maken: wat hij tekortkwam aan ervaring als filmmaker, compenseert hij ruimschoots door zijn vertrouwdheid en intieme omgang met zijn hoofdpersoon.

Terry die speelde met alle groten, van Count Basie tot Miles Davis, is hoogbejaard en uiterst fragiel. Hicks komt met zijn camera zeer dichtbij, maar laat Terry in zijn waarde. Geen eenvoudige opgave, maar resultaat is een hartverwarmende film: een ode aan de menselijke veerkracht en levenslust. Hicks volgt Terry vooral in zijn huidige leven: de focus ligt op zijn verhouding met leerling Justin Kauflin, een begaafd pianist met plankenkoorts. De tweede lijn van de film – en hier komt het grootse verleden om de hoek kijken – is Terry’s vriendschap met Quincy Jones, tevens producer van de film en ooit zijn eerste leerling. De film is niet zozeer onderscheidend, maar wie ligt daar wakker van als het materiaal zo mooi en ontroerend is?