In exclave Spanje is werk een droom

Ceuta, aan de noordkust van Marokko, heeft de hoogste jeugdwerkloosheid van de Europese Unie.

4,5 miljoen Spanjaarden zijn werkloos

Mohamed en Ali (hun achternamen geven ze niet), beiden 23 jaar, hebben weer lol in het leven. Jaren achtereen zaten ze lusteloos op de bank in het huis van hun ouders in Ceuta, zonder uitzicht op een baan. Nergens in de Europese Unie is de jeugdwerkloosheid zo hoog als in deze Spaanse exclave aan de Marokkaanse noordkust. En daarbinnen voert de moslimwijk El Príncipe met meer dan 70 procent jonge werkzoekenden de boventoon. „Vroeger droomde ik ervan miljonair te worden, nu zou ik al heel blij zijn met een vaste baan”, zegt Mohamed in de nauwe straatjes vlakbij de grens met Marokko.

Vast werk hebben Mohamed en Ali nog altijd niet. Maar sinds anderhalf jaar hebben ze daar wel zicht op. Ze behoren tot een select groepje jongeren dat in El Príncipe mag meedoen aan een leer-werkproject. Een afgebrokkeld fort doet dienst als leercentrum en als werkplaats. Daar worden zo’n 45 jongeren opgeleid tot bouwvakker, schilder of elektricien. Vooralsnog moeten ze het doen met 75 procent van het minimumloon: 540 euro per maand. „Voorlopig woon ik dus nog wel bij mijn ouders”, lacht Mohamed. „Maar zij zijn blij dat ik na jaren van ellende nu elke dag de deur uit ga.”

Het voorzichtig positieve gevoel van Mohamed maakt zich van meer Spanjaarden meester. Uit gisteren gepubliceerde cijfers van het ministerie van Arbeid blijkt dat het aantal werklozen vorige maand met 13.500 personen is gedaald. Dat is de grootste daling in een februarimaand in veertien jaar.

Maar reden voor euforie is er nog niet. In totaal zijn volgens het ministerie nog altijd 4,5 miljoen mensen werkloos. Een hoger aantal dan in 2011, toen de regering van Mariano Rajoy aantrad.

Het vinden van een baan in het stadje in Spaans Afrika werd extra moeilijk doordat de bevolking van Ceuta de afgelopen jaren is gegroeid, in tegenstelling tot die in de meeste steden. De exclave telt nu 86.800 inwoners, van wie 13.500 geen werk hebben.

Verreweg de meesten van hen wonen in El Príncipe. Hier groeit een generatie jonge Spaanse moslims op zonder werk en zonder opleiding, aan de absolute onderkant van de Europese Unie. De economische crisis werkte als katalysator voor een aantal dieper liggende problemen. „Eigenlijk is het voor ons altijd al crisis geweest”, zegt werkloze Mustafa. „Niemand wil ons.”

Afrika achterland

Het bestuur van de autonome stad Ceuta probeert met kleinschalige opleidingsprojecten hulp te bieden aan de inwoners van El Príncipe, maar met name de jeugdwerkloosheid blijft een enorm probleem.

„Er is gewoon bijna geen werk te krijgen op Ceuta”, zegt Diego Martínez, die jongeren begeleidt. „De jongeren van Ceuta kunnen geen kant op. Afrika is hun achterland. Dat is geen alternatief.

„Als er een baan vrijkomt gaat die naar iemand met een opleiding. Niet zelden komt die van het Spaanse vaste land.”

Zoals Diego Martínez zelf. Hij komt uit de stad León. Hij werkte als ingenieur aan verschillende bouwprojecten. Hij maakte van nabij mee hoe grof geld werd verdiend met onroerend goed. Een sector die in elkaar donderde en het land in een diepe crisis stortte. Martínez: „Het was een moeilijke situatie. Mijn toekomstperspectief was opeens totaal veranderd. Ik moest wat anders gaan doen, maar was opgeleid voor de bouwwereld.”

Na verschillende omzwervingen kwam Martínez terecht in Ceuta waar ze op zoek waren naar iemand die jongeren klaar wilde stomen voor een baan in de maatschappij en die ook de leiding kon nemen bij de restauratie van het fort van El Príncipe.

„Een mooie combinatie”, zegt Martínez terwijl hij voorgaat over de bouwplaats. „Jongeren hebben hier twee dingen nodig: een toekomstperspectief en een goed gevoel van eigenwaarde. Als dit fort over een paar jaar volledig door hen is hersteld, kun je beiden bereiken.”

Dan wijst Martínez naar Mohamed en Ali. „Als deze twee gasten straks een echte baan hebben, zou ik daar veel voldoening uit halen.”