Ik, huisarts, geloof die zorgverzekeraars niet meer

Het basispakket is uitgekleed, het eigen risico opgeschroefd, de onafhankelijkheid van de huisarts aangetast en de keuzevrijheid van de patiënt beperkt, constateert huisarts Hans Gimbel.

Vroeger was het echt niet beter, betoogde André Rouvoet op 27 februari in NRC Handelsblad. De voorzitter van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland meent dat er in de Ziekenfondswet helemaal geen sprake was van vrije artsenkeuze.

Niets is minder waar, met een verwijskaart van de huisarts kon de patiënt in heel Nederland terecht bij een arts naar keuze. Op papier was er een tweedeling, in de praktijk bestond die al lang niet meer toen de Zorgverzekeringswet in 2006 werd ingevoerd.

Maar zoals wel vaker in de politiek, doet men graag aan window dressing. De vermeende tweedeling van ziekenfondsverzekerden en particulier verzekerden werd vervangen door een solidair systeem voor iedereen. Huisartsen protesteerden massaal tegen invoering van deze wet vanwege de vrees dat deze wet juist zou leiden tot tweedeling in de zorg. Deze vrees werd helaas bewaarheid: het basispakket is uitgekleed en het eigen risico opgeschroefd. De volgende stap, het afschaffen van de vrije artsenkeuze, is op het nippertje door de Eerste Kamer tegengehouden. Maar zoals het er nu naar uitziet is dit van tijdelijke aard, aangezien minister Schippers de wet in iets gewijzigde vorm opnieuw aanbiedt.

Zowel André Rouvoet als Ab Klink (bestuurslid zorgverzekeraar VGZ) zien de zorgverzekeraars als vertegenwoordiger van de patiënt en als hoeder van zijn belangen. Maar zorgverzekeraars hebben, zoals het woord al zegt, verstand van verzekeren, dus van geld, maar niet van zorg. De patiënt moppert, net als de huisarts, over de zorgverzekeraar die voorschrijft welk medicijn de patiënt moet gebruiken, naar welk lab hij moet voor bloedonderzoek, en binnenkort dus ook naar welke dokter hij moet.

Ab Klink voerde in zijn opiniestuk van 28 februari wederom dr. Oei ten tonele om zijn woorden kracht bij te zetten. De KNO-arts die, zo schreef hij, geen onnodige ingreep doet, maar de patiënt uitlegt dat de aandoening ook zonder ingreep geneest. Dat zou volgens Klink gestimuleerd moeten worden.

Dat klopt. Het nieuwe zorgstelsel, waar Klink groot voorstander van is, bewerkstelligt helaas juist het tegendeel. Het stimuleert het doen van ingrepen, want dat vergroot de omzet, praten niet. Klink zegt wel de goede dingen, maar propageert het verkeerde systeem. Hij belijdt met de mond het belang van de huisarts, adstrueert het met goede voorbeelden uit een Zweeds onderzoek, maar als zorgverzekeraar bindt hij de huisarts aan handen en voeten. Hij handhaaft het beleid om de huisarts te belonen voor verwijzing naar de door de verzekeraar aangewezen laboratoria.

Dit heeft niet met kwaliteit te maken, maar met geld. Het ondermijnt de onafhankelijkheid van de arts, hetgeen in strijd is met zijn artseneed. Hetzelfde geldt voor door de verzekeraar voorgeschreven medicijnen. Doelmatig voorschrijven noemt Klink dat. Dat doet de huisarts echter al jaren. Het computersysteem van de huisarts zet automatisch dure merkgeneesmiddelen om in goedkope generieke medicijnen, tenzij er een medische indicatie is om dat niet te doen. Daar valt geen winst te behalen.

De goedkope budgetpolis maakt het nog bonter. Daarbij moet de patiënt zijn medicijnen bij een Nationale Internetapotheek bestellen. Deze medicijnen gaan buiten het controlesysteem van de huisarts om met risico’s op ongewenste bijwerkingen. Het is van groot belang dat huisartsen weer op een gewone manier met zorgverzekeraars kunnen onderhandelen. Daartoe moet minister Schippers de Mededingingswet aanpassen.