Hoe jonger je verhuist, hoe groter het effect

Toegegeven, wetenschappelijke presentaties zijn soms slaapverwekkend. Afgelopen woensdag had ik daar echter geen enkele last van. Harvardhoogleraar Raj Chetty hield in Cambridge de jaarlijkse Marshall Lecture. Zijn betoog hield mij nagelvast aan mijn stoel gekluisterd. Ik sta daarin niet alleen: binnenkort doet The New York Times uitgebreid verslag van zijn onderzoek. Wie voor een dubbeltje geboren wordt, wordt al nooit een kwartje. Een wereldwijde wijsheid, maar in de Verenigde Staten nog sterker dan hier. Tot zover weinig nieuws. Chetty laat echter zien dat de kans op sociale mobiliteit fors verschilt, van staat tot staat, van de stad tot stad, zelfs binnen een stad, van wijk tot wijk. Langs de oevers van de Mississippi, waar vroeger de slavenplantages gevestigd waren, is de sociale mobiliteit nog steeds bedroevend laag. In San Francisco, de bakermat van menig internet start up, zijn de sociale scheidslijnen daarentegen flinterdun, lager dan in Nederland. Dubbeltjes worden daar moeiteloos een miljoentje (kwartjes vinden ze daar te min). Hier lopen onderzoekers tegen een kip-en-eiprobleem aan: is de achterstandswijk de oorzaak van lage sociale mobiliteit of veroorzaakt de lage sociale mobiliteit de achterstandswijk?

Wie zich de chique buurt niet meer kan veroorloven, belandt in het getto. Omgekeerd, wie het zich maar enigszins kan veroorloven verkast naar betere oorden. Tot nog toe hadden onderzoekers eigenlijk geen goede oplossing voor dit vraagstuk.

Chetty hanteert een nieuwe methode. Hij gebruikt een databestand met miljoenen mensen, gebaseerd op de Amerikaanse belastingadministratie. Dat bestand gaat inmiddels 21 jaar terug. Je kunt dus nu nagaan wat de gevolgen zijn van de verhuisbeslissing van je ouders toen jij nog maar negen jaar jong was voor jouw inkomen op 30-jarige leeftijd. Bijvoorbeeld de keuze om te verhuizen van de oevers van de Mississippi naar de stad van de Golden Gate Bridge. Daardoor nemen je kansen om hogerop te komen inderdaad fors toe, zo laten de data zien.

Zo’n analyse lost op zichzelf het kip-en-eiprobleem niet op. Ouders beslissen niet toevallig om de geboortegrond van hun kinderen te ontvluchten. Is de verhuizing de oorzaak of juist het gevolg van de toegenomen kansen? Door de enorme omvang van zijn databestand kan Chetty echter nog één stap verder gaan: hij kijkt niet naar het effect van de verhuizing op zichzelf, maar naar de leeftijd van de kinderen op het moment van verhuizing, liefst van broers en zussen in hetzelfde gezin.

Wat blijkt? Hoe jonger je verhuist, hoe groter het effect op je sociale kansen. Het effect van een verhuizing naar San Francisco neemt lineair toe met ieder jaar dat je als jongere langer in die stad doorbrengt. Totdat je 23 bent, zou je denken. Dan is je opvoeding afgerond. Vanaf dat moment zijn de keuzes van je ouders niet meer relevant, maar moet je zelf je boontjes doppen.

En zo komt het ook uit Chettys analyse. Wanneer je ouders verhuisden toen jij negen was, dan heeft dat een twee keer zo groot effect op je kansen op sociale mobiliteit als wanneer je ouders zijn verhuisd toen jij zestien was. Voor ingewijden in deze discussie: dit weerlegt Jim Heckmans claim, een Nobelprijswinnaar economie, dat alleen je allerjongste jeugd, tot vier jaar, ter zake doet. Ik vond de bewijsvoering voor zijn stelling nooit erg sterk. Die is nu helder weerlegd. Chettys onderzoek noopt ons sociaal beleid te heroverwegen. Zo blijken gemengde wijken veel meer kansen te bieden. Nederland is Amerika niet. De mogelijkheden van onze onderklasse zijn niet zo begrensd als in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Maar toch: in Nederland snel overdoen, dit onderzoek.