Hij schiet ze bij bosjes neer, en altijd terecht

Controverse is Clint Eastwood niet vreemd. In 1971 speelde hij in Dirty Harry een agent die er op z’n zachtst gezegd onorthodoxe methodes op nahoudt tegen hippiegespuis. Sommige critici zagen het als Amerikaans fascisme. Bijna een halve eeuw later gaat het in het debat rond American Sniper over de vraag of de film zijn held, scherpschutter Chris Kyle, tot mythische proporties ophemelt. Of laat Eastwood ook de schaduwzijde zien van deze constant onder druk staande, in stoffig Irak dienende beroepsmilitair?

Hoe je het ook wendt of keert, American Sniper staat ver af van Eastwoods western Unforgiven uit 1992, waarin de oude revolverheld William Munny tot de conclusie komt: „It’s a hell of a thing, killing a man.” Navy SEAL Chris Kyle schiet ze bij bosjes neer. Hij is de succesvolste scherpschutter uit de Amerikaanse geschiedenis, met een bevestigde dodenlijst van 160 personen – waarschijnlijk zijn het er veel meer. De film toont al deze doden als gerechtvaardigd, niet alleen binnen de oorlogscontext, maar ook in moreel opzicht. Elk slachtoffer dat Kyle maakt, vormt daadwerkelijk een bedreiging voor zijn buddy’s, door zelfmoordmissies, granaten of raketwerpers. American Sniper laat geen ruimte voor twijfel of vergissingen, Kyle is een superheld die door zijn bewonderende collega’s ‘The Legend’ wordt genoemd. Zoiets is nog voorstelbaar, en dat je de vijand ontmenselijkt en ‘savages’ noemt gebeurt in elke oorlog.

Kwalijker is de wijze waarop Eastwood het vormgeeft: als heldenepos, het tegendeel van zijn Flags of our Fathers, dat die heldendom juist relativeert. Eastwood maakt van Kyle een Texaanse cowboy die het als een moderne Dirty Harry opneemt tegen de meedogenloze Syrische scherpschutter Mustafa en de wrede terrorist The Butcher, die zijn tegenstanders met een boor bewerkt. Hier wordt de complexe werkelijkheid gereduceerd tot een Hollywoodcliché over een rechtschapen held versus twee superschurken. Met ook nog eens een wraakmotief: Mustafa moet dood omdat hij zijn makker kwaad deed.

Zeker, American Sniper biedt (een beetje) ruimte voor de keerzijde zoals PTSS en relatiecrisis: oorlog is vooral voor Amerikanen erg vervelend. Maar Kyles vrouw wordt neergezet als lastige zeurpiet en zijn posttraumatische stresssyndroom verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra Kyle ziet dat andere veteranen er nog veel erger aan toe zijn dan hij, namelijk fysiek gehandicapt. Uit medelijden neemt hij ze mee naar de schietbaan. Hoe dat afloopt – de echte Chris Kyle werd in 2013 door een veteraan op een schietbaan doodgeschoten – laat Eastwood niet zien. Hij eindigt zijn film op niet mis te verstane wijze met journaalbeelden van Kyles patriottische begrafenis, begeleid door de melancholieke trompetklanken van Ennio Morricones begrafenismuziek uit de spaghettiwestern Il ritorno di Ringo. De held is dood, laat ons wenen.