Help de huishoudelijke hulp

Gezegend het land waarin de overheid huishoudelijke hulp aan ouderen en gehandicapten voor een flink deel voor haar rekening neemt. Zoals in Nederland. Vanzelfsprekend is dat niet, het komt wereldwijd weinig voor. Bijvoorbeeld in Zuid- en Oost-Europa geldt zulke hulp van familie veel meer als vanzelfsprekend dan in Nederland. Hier lijkt de overheidsbemoeienis op dit gebied eerder op die van de Scandinavische landen. Ook vergeleken met Duitsland en België is de overheid royaler met gefinancierde zorg en hulp. Zo bleek eerder uit onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Niettemin geven de conclusies die bureau Berenschot gisteren presenteerde, genoeg reden tot bezorgdheid. In het onderzoek van Berenschot, in opdracht van een thuiszorginstelling, doemt het beeld op van een markt onder druk, met veel faillissementen en een beroerde rechtspositie van de hulpverleners. Met als simpele oorzaak dat gemeenten minder voor de huishoudelijke hulp willen betalen dan de kosten ervan bedragen. De prijs lijkt een veel belangrijkere overweging dan de kwaliteit. Dat is een beschuldiging die vakbonden al eerder deden; bij die gelegenheid werd dat tegengesproken door de koepelorganisatie van gemeenten, de VNG.

Hoe dan ook, dit is niet wat de wetgever beoogde. In de (dit jaar gewijzigde) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) staat dat gemeenten een „reëel tarief” moeten betalen voor de voorzieningen en daarbij rekening dienen te houden „met de deskundigheid van beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden van deze beroepskrachten”. Waarbij vanzelfsprekend geldt dat de burger naar vermogen uit eigen zak hoort mee te betalen. Ook hier geldt de afweging: hoeveel belastinggeld moet aan de hulp worden besteed?

Het onderzoek van Berenschot strekte zich uit over een langere periode – deze huishoudelijke hulp werd al in 2007 een gemeentelijke taak. De bezuinigingen die dit jaar zijn doorgevoerd (met de verplichte ‘keukentafelgesprekken’) vormen een complicatie erbij. Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid en Welzijn, PvdA) krijgt herhaaldelijk Kamervragen over de situatie met de thuiszorg en de huishoudelijke hulp. Hij verwijst, terecht, naar de gemeenten. Maar de centrale vraag aan hem blijft: werkt de decentralisatie?

Gemeenten verkeren daarbij in de wetenschap dat hun burgers goede thuishulp hoge prioriteit geven, zo bleek uit VNG-onderzoek; de hoogste na criminaliteitsbestrijding en ziekenhuiszorg in de buurt. Waar die eerste twee nauwelijks door gemeenten zijn te beïnvloeden, is vooral die derde wens iets om rekening mee te houden in het lokale beleid. Laat goede hulp en een fatsoenlijke rechtspositie voor de hulpverleners daarbij het uitgangspunt zijn.