De Togacolumn: Kwantiteit versus kwaliteit, ook in het recht

Waarom zou ik als docent van de rechtenfaculteit strenge kwaliteitseisen stellen en dus studenten laten zakken als mijn vak daardoor volgend jaar minder geld krijgt? De Togacolumn, deze week door Britta Böhler, advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Er is weer eens oproer in Amsterdam: na de ontruiming van het Bungehuis bezetten een week geleden zo’n driehonderd studenten het Maagdenhuis. Aanleiding voor de protesten waren de voorgenomen verkoop van het Bungehuis aan een vastgoedbedrijf en de reorganisatie van de faculteit Geesteswetenschappen. Die moest volgens het universiteitsbestuur flink bezuinigen om een “efficiëntieslag” te kunnen maken.

Veel docenten hebben zich solidair verklaard met de studenten en ook buiten de Amsterdam wordt inmiddels actie gevoerd. Want de onvrede over het beleid van het universiteitsbestuur is niet beperkt tot de faculteit Geesteswetenschappen, en ook niet tot de universiteit van Amsterdam. Het gaat om een problematiek die veel breder is dan één faculteit en die ook al veel langer speelt: het rendementsdenken dat universiteiten sinds enkele jaren in de greep heeft.

De negatieve gevolgen van dit beleid voor de kwaliteit van onderzoek en onderwijs werd enige tijd geleden ook door het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten (www.platform-hnu.nl) aan de kaak gesteld. In hun manifest hekelt het Platform terecht de doorgeschoten “economisering van het hoger onderwijs”.

Deze economisering heeft twee aspecten. Ten eerste wordt wetenschappelijk onderzoek meer en meer door middelen van buitenaf gefinancierd. Valorisatie is hierbij het toverwoord: kennis moet worden omgezet naar een commercieel rendabel product.

Hierdoor wordt onderzoek al te vaak niet meer beoordeeld op basis van kwaliteit maar op basis van economische nut.

Het tweede aspect betreft de financiering van het onderwijs, waarbij kwantiteit de maatstaf is voor de verdeling van gelden. Dat wil zeggen, hoe meer studenten een vak met succes afronden, hoe meer geld aan dit vak volgend jaar wordt toebedeeld. Output-financiering heet dat in het alom gebruikelijke managementjargon. Maar als het slagingspercentage het enige toetsingscriterium is werkt dit kwaliteitsvermindering in de hand. Waarom zou ik als docent van de rechtenfaculteit strenge kwaliteitseisen stellen en dus studenten laten zakken als mijn vak daardoor volgend jaar minder geld krijgt?

Doel van de rechtenstudie is voor een belangrijk deel de opleiding van onze toekomstige rechters, officieren van justitie en advocaten tot deskundige en kritische juristen. Als de kwaliteitseisen voor studenten lager worden, is op termijn dus ook de kwaliteit van de rechtspraak in het geding.

Dit probleem wordt nog vergroot door het feit dat de gerechten eveneens worden gefinancierd op basis van het output-model. Met andere woorden, hoe meer zaken een rechtbank afhandelt, hoe meer geld krijgt deze rechtbank.

Ik was in 2014 lid van de Visitatiecommissie Gerechten, een onafhankelijke commissie die eens in de vier jaar alle rechtbanken en hoven in Nederland visiteert. En keer op keer werd bij de gesprekken met rechters en medewerkers hetzelfde probleem aan de orde gesteld: er moeten steeds meer zaken per jaar worden ‘afgewerkt’ waardoor de kwaliteitsbewaking ondergeschikt dreigt te raken. Meer vonnissen betekent namelijk niet automatisch een betere rechtspraak. Integendeel.

Uiteraard: de financiële middelen zijn beperkt en universiteiten en rechtbanken moeten prudent omgaan met publiek geld en de besteding ervan kunnen verantwoorden. Maar aan de basis van de financiering moet wel het besef staan dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. En dus is een kritische blik op het huidige financieringsmodel hard nodig.

Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Miranda de Meijer, advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag.