De robot is een lief kind

Voordat hij zich waagt aan een vervolg op ‘Alien’ verzon het Zuid-Afrikaanse wonderkind Neill Blomkamp de superintelligente robot Chappie.

Robot Chappie uitgedost in gangsterstijl in Neill Blomkamps scififilmChappie

Robots en artificiële intelligentie (AI) staan sinds kort weer hoog in de belangstelling van filmmakers. Alsof Metropolis nooit is weggeweest. Volgende maand opent het Amsterdamse Imagine Filmfestival met Ex Machina, het regiedebuut van schrijver Alex Garland, over een beeldschone vrouwelijke robot met artificiële intelligentie, misschien wel slimmer en mooier dan goed voor haar is. En vorig jaar werden we allemaal samen met acteur Joaquin Phoenix verliefd op het besturingssysteem van zijn computer in Her. I Robot werd She Robot.

Chappie, de nieuwste uitvinding van het Zuid-Afrikaanse sciencefictionwonderkind Neill Blomkamp (District 9, Elysium) is van een geheel andere orde. Niet alleen ziet deze politiedroid eruit als een steampunk-robot, basic en retro, maar hij gedraagt zich als een kind nadat er een AI-programmaatje in hem is geïnstalleerd. De liefdesbaby van robot-Maria uit Metropolis en Robocop. Een lieve, onhandige, schattige, nieuwsgierige, met een ‘aangeboren’ besef van goed en kwaad behepte peuter. Een heel snel lerend kind. Dat ook. En eentje dat zijn gevoel voor moraal snel laat varen om de liefde van zijn ouders te behouden. Want Chappie is eerst en vooral een misdaadkomedie met veel actie.

Die ouders worden gespeeld door Yo-Landi Visser en Ninja, de Zuid-Afrikaanse satirische rapgroep Die Antwoord. Naar hun muziek luisterde Blomkamp voortdurend toen hij zijn vorige scififilm Elysium schreef, vertelde hij afgelopen weekend in Berlijn. Hij werd getriggerd door het idee dat deze twee buitenaards uitziende en buiten de maatschappij levende muzikanten een robot zouden grootbrengen alsof het een kind was. En, net als in de film, zouden opvoeden tot roofovervaller.

De perspresentatie van Chappie vindt plaats daags nadat bekend is geworden dat Blomkamp een nieuw deel in de Alien-franchise gaat regisseren, waarmee hij weer een nieuwe ‘soort’ aan zijn uitdijende stamboom van robots, droids, mensen en ruimtewezens toevoegt. Maar: „Alien is wel the next level. Ik heb niet het idee dat dat een wezen met echte intelligentie is. Het is een pure levenskracht, puur instinct. Dat is wat zo cool is aan die films. Het is een afschrikwekkende kracht, pure angst, en het komt dan uit de ruimte, uit de toekomst. Maar de Alien-verhalen katapulteren je 25.000 jaar terug naar de grot waarin de mens ooit wegdook omdat hij door een wild beest werd achternagezeten. Er is geen bewustzijn, het heeft geen ogen, zijn enige doel is je te doden.”

Dol op dingen opblazen

Hoewel Blomkamp ooit met sciencefiction begon omdat hij het leuk vond om „dingen op te blazen, en dol was op slijmerige aliens en anders smerige toestanden”, ontpopt de jonge filmmaker (bouwjaar 1979) zich steeds meer als filmfilosoof: „Chappie gaat wat mij betreft eigenlijk over de vraag wat de ziel is en of de wetenschap daar ooit achter kan komen. Daar kwam dan de vraag van nature versus nurture nog bij: worden we als onbeschreven blad geboren, of zit er al iets in ons wat ons tot mens maakt? Sciencefiction is voor mij gewoon de beste manier om slimme popcornfilms te maken, genrefilms waarin het over serieuze onderwerpen gaat.”

Chappie wordt ‘gespeeld’ door Sharlto Copley, de boomlange acteur die tot nu toe in al Blomkamps films te zien was. Of beter gezegd: hij speelde Chappie op de set, waarop het special-effectsteam zijn bewegingen in de computer bewerkte. Niet met de tegenwoordig vaak gebruikte ‘motion capture’-techniek, waarbij het lichaam van de acteur geheel met sensoren is beplakt, omdat Blomkamp niet in „lege studio’s voor groene schermen” wilde filmen, maar „live op bestaande locaties”. Die mix van hightech en old school, van modernisme en gruizigheid, kenmerkt de film. En karakteriseert bovendien zijn eigen ambivalente gevoelens ten aanzien van techniek, robotica en AI: „Ik ben een echte whizzkid. Ik hou ervan om robots te bouwen, heb thuis een tech-room, en speel met drones. Tegelijkertijd heb ik een tijdje mijn smartphone weggedaan omdat ik er geen slaaf van wilde worden.”

Blomkamp hoopt dat er op een dag echte artificiële intelligentie zal worden ontwikkeld. Of beter gezegd: artificiële superintelligentie (ASI). Maar: „Ik behoor bij de 2 procent van de AI-experts die denken dat het niet kan. Mijn gevoel zegt dat de wetenschap er nooit in zal slagen om een ‘sentient robot’ te maken, een robot met een dergelijk hoge intelligentie dat hij zelfbewustzijn heeft, gedichten schrijft, schilderijen maakt en een Oscar voor beste acteur kan winnen. Begrijp me niet verkeerd. Ik wil niets liever. Maar als het gebeurt, dan zal het zo snel gaan, dat zal wereldwijde gevolgen hebben. Dat is dan niet meer iets waar je nog even een redelijk gesprek mee kan voeren, maar een natuurkracht, zoals het weer.”

Alarmisten

Toch schaart hij zich niet achter ‘alarmisten als Stephen Hawking’ die eerder dit jaar ten tijde van de première van The Imitation Game over Alan Turing (de vader van de AI, die een ‘test’ ontwikkelde waardoor je kun checken of je met een computer of een mens van doen hebt) waarschuwde dat kunstmatige intelligenties een einde aan de mensheid zouden maken. Blomkamp: „Waar Hawking voor waarschuwt zijn op hol geslagen systemen, voor complexe corrupte software die de aandelenhandel kan manipuleren omdat hij te snel en te ingewikkeld is voor het menselijk brein om bij te houden wat er gebeurt. Ja, daar moeten we voor oppassen. Maar dat is denk ik een ander soort AI. Het kan nog steeds niets verzinnen wat mensen niet al bedacht hebben.

„Echte AI, wat onderzoekers dus ASI noemen, dat wezen, of dat ding, of hoe je dat ook moet noemen: als dat ooit wordt uitgevonden, dat zal zo groots zijn en zich met zo’n exponentiële snelheid van de mens verwijderen dat we het zullen aanbidden als een god. Dat zal het hele universum veranderen, of in ieder geval de Melkweg.

„Maar ik geloof er niks van. Al is dat pure intuïtie. Nergens op gebaseerd. En ik ben ontdaan door mijn eigen ongeloof. Maar als je zoiets kunt maken, iets wat zelfbewustzijn heeft, creativiteit, een ziel, dan heb je iets levends gemaakt. Voor mijn gevoel is er dan een wet of op z’n minst een grens overschreden die ergens in het universum bestaat. En wat de kracht is die leven geeft, wat orde geeft aan de chaos, dat is een mysterie wat de wetenschap nog steeds niet heeft opgelost. Het is maar een gevoel hoor. En ik hoop bij God dat ik het fout heb. Ik kan niet wachten.”