Bibi speelt hoog spel in het Congres

Israëlische premier krijgt ovationeel applaus van Republikeinen, Democraten moeten „bijna huilen”.

Benjamin Netanyahu spreekt Congres toe. Achter hem zitten de voorzitter van het HuisJohn Boehner (links) en de Republikeinse senatorOrrin Hatch Foto Andrew Harnik/AP

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft gisteren voor het Amerikaanse Congres een wilde gok genomen. Met een toespraak die bij vlagen meeslepend, en bij vlagen bijtend was, heeft hij tweedracht gezaaid over Amerika’s Israël-politiek. Wie niet voor hem is, is tegen hem, en daarmee tegen Israël. „De geschiedenis heeft ons op een kruispunt geplaatst. We moeten nu kiezen tussen twee wegen.”

Voor de korte termijn heeft Netanyahu hiermee een meesterzet gedaan. Zijn directe aanval op president Obama, nota bene op een paar honderd meter van diens Witte Huis vandaan, is een stunt in eigen land, twee weken voor de verkiezingen. Hij sprak om elf uur ’s ochtends lokale tijd, precies op tijd voor het Israëlische tv-nieuws.

Maar op langere termijn speelt Netanyahu hoog spel. Hij ging een bondgenootschap aan met de Republikeinen, die de premier in hun Congres uitnodigden om Obama te sarren. In het Witte Huis is de speech buitengewoon slecht gevallen, en de relatie tussen beide regeringen heeft het vriespunt bereikt. Hiermee heeft Netanyahu de steun verspeeld van een groot deel van de Democraten, en van de Joods-Amerikaanse gemeenschap, die in meerderheid altijd Democratisch stemt.

Republikeins feestje

Want een Republikeins feestje was het, en Netanyahu speelde het spel graag mee. Meer dan vijftig Democratische Congresleden hadden de speech vooraf geboycot. In het Witte Huis had Obama het opeens druk met een teleconferentie over Oekraïne. De Democraten die wel in de zaal zaten, bleven in meerderheid zitten tijdens de 26 staande ovaties die de Israëlische premier kreeg.

De publieke tribune zat tot de laatste stoel vol, met vooral Republikeinen. Op dezelfde rij met Newt Gingrich, in 2012 Republikeins presidentskandidaat, zat Sheldon Adelson, miljardair en gulle gever voor de Republikeinen, onder wie Gingrich. Adelson is ook oprichter van de Israëlische gratis krant Yisrael Hayom, Israël Vandaag, dat een vaste pro-Netanyahu-koers vaart.

Pal achter Adelson zat rabbijn Shmuley Boteach, die zaterdag nog een paginagrote advertentie plaatste in The New York Times, waarin hij de Amerikaanse ambassadeur Susan Rice van de Verenigde Naties ervan beschuldigde „een blinde vlek voor genocide” te hebben. Dat was een verwijzing naar de genocide in Rwanda in 1994, en naar het atoomprogramma van Iran.

Het ongemak was van de meeste Democratische gezichten in de Congreszaal af te lezen. Een vleugel bleef zitten en klapte niet mee voor Netanyahu. Nancy Pelosi, leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, zei na afloop dat ze „bijna moest huilen” van Netanyahu’s toespraak, „bedroefd van de belediging van Amerika’s intelligentie”.

‘Game of Thrones’

Een zelfverzekerde Netanyahu, voor de derde keer in zijn leven achter dit spreekgestoelte, deed wat de Republikeinen hoopten. Hij begon hoffelijk, en prees Obama voor zijn hulp bij het bouwen van het Iron Dome-afweergeschut.

Maar al snel ging hij over op kritiek op de onderhandelingen over Irans nucleaire programma. Een mogelijk compromis tussen Iran en de internationale gemeenschap brengt een Iraanse atoombom juist dichterbij. „Laat je niks wijsmaken”, zei Netanyahu. „Dit regime zal altijd een vijand van Amerika zijn.”

Volgens Netanyahu, die veel naar Amerikaanse populaire cultuur verwees, speelt Iran „een dodelijk soort Game of Thrones”. Dat Iran net als de VS strijdt tegen de Islamitische Staat, maakt het land nog niet betrouwbaar. „De vijand van onze vijand is onze vijand.”

Netanyahu impliceerde even later unilaterale militaire actie. Netanyahu zei dat Iran „moet gaan handelen als een normaal land, als het als normaal land behandeld wil worden”.

Obama reageerde een paar uur later. Hij had de toespraak niet gezien, maar het transcript gelezen. „De premier kwam niet met echte alternatieven”, zei Obama. „Zijn alternatief is dat we geen deal sluiten. Dan versnelt Iran meteen het nucleaire programma, zonder dat we weten wat ze doen.”

Los van de vernedering van gisteren verschilt Obama ook oprecht met Netanyahu van mening over Iran. Obama denkt dat Amerika en Iran elkaar nodig hebben, bijvoorbeeld als toekomstige energiepartner, en om IS te stoppen in Irak.

Nazi-Duitsland

Netanyahu vergeleek Iran gisteren met nazi-Duitsland, en zette die vergelijking kracht bij door de joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel te noemen – de Nobelprijswinnaar en Holocaustoverlevende die gisteren op de tribune zat. Het is, zei de Amerikaanse schrijver Peter Beinart, de wereld van [oud-president] Richard Nixon tegen die van [voormalig Brits premier] Winston Churchill. Obama is Nixon: hij ziet de islamitische wereld niet als één geheel, maar begrijpt dat er meer partners zijn, met wie soms te praten valt.

Netanyahu’s gok moet ongeveer zo uitpakken: hij wint in eigen land de verkiezingen, nu hij gestunt heeft met een vernedering van de belangrijkste wereldleider. De Republikeinen geven de toon aan in het Congres, en met hen is de samenwerking uitstekend. In 2016 moet Hillary Clinton geen president worden. Om die reden worden er nu al spotjes in de VS uitgezonden van de pro-Israëlische organisatie Committee for Israel. Die beschuldigt Clinton ervan bang te zijn om Netanyahu de hand te schudden.

Maar het kan helemaal verkeerd uitpakken. De Republikeinen kunnen niets zonder Democraten. Pro-Israël-Democraten als Robert Menendez zijn hard nodig om wetten aan te nemen die onderhandelingen met Iran tegenhouden.

Maar het is de vraag of die Democraten nog willen meewerken. En wat als Israël Amerika nog eens hard nodig heeft, bijvoorbeeld bij de aanschaf van een nieuw Iron Dome-systeem? Steun aan Israël was tot voor kort breed gedragen, nu moet Netanyahu hopen op één partij.

Correcties en aanvullingen

Susan Rice

In Bibi speelt hoog spel in het Congres (4/3, p.12) staat dat Susan Rice VN-ambassadeur is. Dat was ze tot 2013, nu is ze de Nationale Veiligheidsadviseur.