Andermans doping wordt Boom fataal

Ook strafbaar in het wielrennen: het kiezen van de verkeerde werkgever. Het dreigt de winnaar van de Tour de France 2014, de Italiaan Vincenzo Nibali, noodlottig te worden. Net als de Nederlanders Lieuwe Westra en Lars Boom. Hun seizoen is waarschijnlijk naar de filistijnen. Dat geldt ook voor voor Rein Taaramäe, Fabio Aru, Michele Scarponi, Jakob Fuglsang, Luis Leon Sanchez, Andrei Grivko en al die andere renners die bij Astana fietsen.

Als doping zou stinken, dan kon je het bij Astana ruiken. Te veel namen van adviseurs, ploegleiders of renners die met doping in verband zijn gebracht. De opstapeling van verdachte omstandigheden heeft nu zo’n hoogte bereikt dat de UCI de licentie van deze formatie uit Kazachstan wenst in te trekken. Gaat de licentiecommissie daarop in en faalt het beroep van Astana bij sporttribunaal CAS, dan gaan alle belangrijke wedstrijden – de klassiekers, de grote rondes – aan de neus van de renners uit deze ploeg voorbij.

Het wielerseizoen is koud op gang of het peloton wordt alweer geplaagd door dopingaffaires. Zoals zaterdag voorafgaand aan de Omloop Het Nieuwsblad. De krant die deze Vlaamse wedstrijd organiseert, inderdaad, Het Nieuwsblad, pakte die dag fors uit met de kop ‘Topfavoriet verdacht van dopinginbreuk’. Dat betrof de 29-jarige Belg Greg Van Avermaet. Zijn reactie, zondag in een kop gevangen: ‘Van Avermaet schreeuwt zijn onschuld uit’. Visite bij een ‘ozondokter’ ver van huis, die hem injecties zou hebben toegediend in 2011, kan Van Avermaet twee jaar schorsing kosten. Zijn schuld staat nog niet vast. We zullen zien.

Wel is zeker dat zijn leeftijdgenoot Lars Boom geen moment verdacht wordt van welk dopinggebruik ook. En toch zal hij, nieuwkomer bij Astana, mogelijk de grote koersen moeten missen. Zijn grootste droom voor 2015: Parijs-Roubaix winnen, waarop hij zich nog intensiever voorbereidt dan andere jaren. Zijn grootste fout in 2014: het besluit naar Astana over te stappen. Astana had er een opvallend motief voor: Nederland is de grootste Europese investeerder in Kazachstan. Lekker, zo’n beloning. De economische tegenprestatie: Kazachstan neemt het salaris van een inwoner van Vlijmen voor zijn rekening.

Hoe kon Boom zo stom zijn? In de volgende week verschijnende editie van wielertijdschrift De Muur, waarin hij uitgebreid vertelt over het vak van wielrenner, zegt hij: „Ik ben altijd tegen het gebruik van doping geweest en ik weet dat ik zoiets nooit zal doen.” Hij was ten tijde van die uitspraak onwetend van de straf die de UCI Astana wil toedienen, wel waren er al drie renners uit die ploeg op doping betrapt.

Hoe gaat zo’n overstap? Boom (ex-Belkin, ex-Rabobank) sprak in de Tour vorig jaar kort met Astana-ploegleider Vinokourov. „Ik ben een keer bij hem aan de auto gaan hangen, heb even hallo gezegd en een handje geschud. De rest heeft mijn manager gedaan.”

Was Boom naïef? Zijn manager onverstandig? Het heeft er alle schijn van. Boom vertelt interviewer Nando Boers: „De ploeg wil zelf ook niet dat er doping wordt gebruikt. Ik heb genoeg contracten moeten ondertekenen waarin staat dat het niet is toegestaan. De ploeg is gewoon anti-anti, hoewel dat voor de buitenwereld misschien niet zo overkomt.”

Dat laatste mogen we een understatement noemen, tenzij ‘ anti-anti’ het tegendeel van anti is. Lees mee: Lance Armstrong, Johan Bruyneel. Alberto Contador. Walter Godefroot. Roman Kreuziger. Alexandr Vinokourov. Enzovoorts. Enzovoorts. Allen in dienst (geweest) van Astana; allen een besmeurd verleden.

Lars Boom tekende toen Astana over een licentie beschikte. Een wielrenner moet het goede wiel kiezen. En niet de verkeerde baas. Maar om Boom te straffen met uitsluiting zonder dat er ooit een spoortje van een verboden middel in zijn lijf is gevonden – het is wrang en onrechtvaardig.

    • John Kroon