Aanpak haatimams kwam laat

Kamerleden zijn blij met het weigeren van radicale imams. Maar het kabinet talmde er wel mee, luidt de kritiek.

Het was niet om zaaien van haat of oproepen tot geweld dat het kabinet onlangs de visa voor drie imams heeft ingetrokken. De buitenlandse geestelijken, die tot de orthodoxe, salafistische stroming binnen de islam behoren, mochten niet aanwezig zijn bij een liefdadigheidsgala in Rijswijk, vanwege de „maatschappelijke onrust”. Daardoor zou een openbare-ordeprobleem kunnen ontstaan en de veiligheid van de sprekers mogelijk niet gegarandeerd kunnen worden.

Dat is de verklaring waarmee het kabinet gisteren kwam. De intrekking van de visa lijkt mede ingegeven door de ophef die over het gala ontstond nadat GeenStijl en De Telegraaf erover hadden bericht. Die vroegen vanaf 6 februari aandacht voor de bijeenkomst van „haatbaarden” en het „jihadcircus”. Tientallen Kamervragen volgden. Op internet werden tegenacties aangekondigd. „Door naar een mix van onrust en commotie te verwijzen”, zegt D66-parlementariër Gerard Schouw, „lijkt het erop dat de ophef in de media belangrijk is geweest voor de visa-intrekking”.

Ministers Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) ontkende eerder het verband tussen de weigering en de publicaties. Hij verwees als grond voor de intrekking naar nadere informatie van de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) over de imams. Die hadden in december en begin januari nog wel een visum gekregen. Toen nog zonder bezwaar van NCTV, AIVD of visakantoren in andere Schengenlanden. De aanslagen in Parijs en Kopenhagen moesten toen nog komen.

Extreme uitlatingen

NCTV-voorman Dick Schoof schreef half februari een brief aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze werd gisteren gepubliceerd. Daarin kwam Schoof niet met specifieke, nieuwe informatie over extreme uitlatingen of achtergronden over de drie orthodoxe imams, wel met een andere inschatting van de risico’s van hun komst. Dit wegens de aanslagen in Brussel, Parijs en Kopenhagen, en de oorlog in Syrië, waaraan Nederlandse jihadisten meedoen. Schoof kenschetste de boodschap van de geestelijken als „sterk anti-integratief en anti-democratisch”. Hij schreef verder: „Hun optreden zal de negatieve beeldvorming over moslims in ons land nodeloos versterken en spanningen verder op de spits drijven.” De brief is gedateerd op 17 februari, kort na de aanslagen in Kopenhagen.

In de Kamer is brede steun voor het alsnog intrekken van de visa, wegens de aanslagen en de orthodoxie van de salafistische imams. Veel kritiek is er echter op de procedure. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt hekelt het oprekken van criteria voor visaweigering. „Dan kunnen we de komst van Sinterklaas ook verbieden”, zegt hij. „Die veroorzaakt ook maatschappelijke onrust.”

Zowel Omtzigt als D66-Kamerlid Gerard Schouw kritiseert vooral de gebrekkige follow-up die het kabinet heeft gegeven aan zijn voornemen, augustus vorig jaar, om ‘haatimams’ te gaan weren. „Sindsdien is er niets gebeurd om dit voornemen uit te voeren”, aldus Schouw. „Er is geen database van haatimams aangelegd, geen procedure ontwikkeld, geen instructie aan ambassades gegeven. Vervolgens is het kabinet door de commotie via de krant wakker geschud.”