Rock uit de woestijn

Alsof ze een gewoon bandje waren: in 2013 speelden de vier jongens, studenten nog, avond aan avond voor een grijpstuiver in bars, overdag deden ze de bruiloften en doopfeesten. Maar Songhoy Blues was geen gewoon bandje, het waren jongens op de vlucht in hun eigen land. Net als hun publiek in Bamako, de hoofdstad van Mali, waren ze de oorlog in het noorden ontvlucht. Eén van de leden had zijn ‘zondige’ elektrische gitaar weten mee te grissen, onder de neus van de jihadisten vandaan. Allemaal werden ze geplaagd door zorgen over hun familie die achterbleef onder het regime van moslimextremisten en later onder het toeziend oog van VN-militairen. De carrière van de vier jongens nam een wending toen er Britse scouts in de stad waren die zochten naar bands voor het Africa Express-project van Damon Albarn (Blur). Een klein jaar later toerde de band door Europa, ze speelden in december drie shows in Nederland. 2015 is het jaar van hun album. Het is een gevarieerde plaat. Tradimodern zoals dat heet, de traditie als basis voor een modern geluid. Ze spelen als indie-rockers, geïnspireerd door internationale hits (favorieten zijn The Beatles, The Police en 2pac), maar ook eeuwenoude Malinese melodieën. Songhoy Blues is een stedelijk rockbandje uit de woestijn. Trance-achtige zandstormen op gitaar.