Ploumen: ‘Niet shoppen bij geschillen’

Nederland wil een permanent gerechtshof voor geschillen tussen bedrijven en overheden.

Er moet een onafhankelijk handelshof komen dat kan oordelen over geschillen tussen staten en bedrijven bij vrijhandelsverdragen. Met dit voorstel komt Minister Ploumen (PvdA, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) samen met ministers van zes andere EU-landen tegemoet aan critici van ISDS.

Dit gespecialiseerde arbitragemechanisme (Investor State Dispute Settlement) waarop bedrijven een beroep kunnen doen als zij gewijzigd beleid als een belemmering ervaren, is onderdeel van twee grote handelsverdragen die de EU wil afsluiten, CETA met Canada en TTIP met de VS. Tot voor kort zat een ISDS-clausule standaard in allerlei handelsverdragen. Maar doordat bedrijven er steeds vaker onwelgevallige regelgeving mee proberen af te wenden, is het nu fel omstreden. Frankrijk, Duitsland, Nederland, Denemarken, Zweden en Luxemburg willen ISDS onafhankelijker maken, zodat staten beter beschermd zijn tegen oneigenlijke claims.

Aan de telefoon vanuit Riga zegt Ploumen dat ze wil dat niet langer per dispuut aangestelde advocaten oordelen over de geschillen (advocaten die soms goede banden hebben met bedrijven), maar permanente, onafhankelijke rechters.

De standaard investeringsclausule was in het verdrag met Canada al iets aangepast. Is dat niet genoeg?

„Het belangrijkste verschil is dat wij willen dat staten ook in beroep moeten kunnen gaan. En wij willen dat bedrijven moeten kiezen: een reguliere rechtsgang of toch een speciaal handelshof. Als één traject slecht uitpakt kunnen ze niet nog het andere proberen. Winkelen bij verschillende systemen willen we voorkomen.”

Vindt u dat de onderhandelingen met Canada heropend moeten worden? Dat verdrag is al af, maar nog niet ondertekend.

„Als je onderhandelingen heropent, ligt alles weer opnieuw op tafel. We hopen daarom dat het mogelijk is de investeringsbeschermingsclausule nog aan te passen in de laatste fase voor ondertekening.”

In het akkoord met de VS is sprake van Regulatory Cooperation Bodies, commissies waarin bedrijven en wetgevers regelgeving afstemmen. Dan hebben bedrijven zo'n vinger in de pap dat rechtszaken niet meer nodig zijn, zeggen critici.

„Van die commissies ben ik geen voorstander. Ik zie niet in waarom het nodig is. En als je iets informeel afspreekt, zorg dan dat álle partijen aan tafel zitten.”

U omschreef TTIP ooit als een win-win afspraak. Bent u van standpunt veranderd?

„Ik ben nog steeds positief, maar je moet wel onderhandelen. Anderhalf jaar geleden had ik nog geen onderzoek laten doen naar de impact van investeringsbescherming. Op basis van zo’n onderzoek stel je je eisen bij.”