Liefst de bizarre en kleurrijke dieren

Elke week analyseert een expert een tv-programma binnen zijn vakgebied. Evolutiebioloog Menno Schilthuizen kijkt naar natuurprogramma Life Story.

Foto Andreas Terlaak

‘Ik boycot de Evangelische Omroep’, zegt de Leidse bioloog Menno Schilthuizen. De EO zendt populaire BBC-natuurseries als Life Story uit, maar Schilthuizen kijkt liever elders. Omdat die omroep moeite heeft met Darwin? „Ook dat, maar vooral omdat de omroep evangeliseert. Ik ben het daar niet mee eens. De enige manier waarop ik dat kan uiten, is door niet te kijken.”

Schilthuizen kijkt sowieso weinig natuurfilms. Niet omdat hij als bioloog verveeld raakt. Integendeel. „Als ik kijk, raak ik zo opgewonden dat ik steeds opspring om ideeën op te schrijven. Dit is inspirerend. Maar toch, zo lijkt het te veel op werk en is het niet ontspannend meer.”

We kijken op de bank bij Schilthuizen thuis in Leiden naar de natuurserie Life Story. Schilthuizen staat op het punt om een maand naar Borneo te gaan voor zijn slakkenonderzoek.

Deze aflevering heet ‘Courtship’, de balts. Wat mannetjes allemaal moeten doen om een vrouwtje tot seks te bewegen. Dat kun je doen door met andere mannetjes te knokken, zoals enorme de zeeleeuwen die in beeld komen. Maar boeiender zijn de artiesten: dieren die vrouwtjes lokken met zang, dans en decoratie. „Het andere geslacht imponeren met kunst is natuurlijk een beproefde methode.”

Toppunt is de prieelvogel, die zelf een tuin aanlegt en daarin ook nog een intrigerende dans opvoert, met grunten en wapperende vleugels. Wanneer hij ook nog hypnotiserend zijn pupillen vernauwt en opent, slaakt zelfs de doorgewinterde bioloog een kreet: „God! Dit is ook behoorlijk bizar. Je kunt het niet bedenken, of het bestaat wel in de seksuele evolutie”

Hoe komt de prieelvogel tot zijn hofmakerij? „Dat heet piling up. Evolutionair wordt dat laag naar laag opgestapeld. Eerst had je een vogel met een opvallende kleur. Toen kwam die tuin erbij, de zang een dans. En nu dus die pupillen. Iedere nieuwe toevoeging levert weer selectievoordeel op. Dus die vogel trekt alle trucs uit de kast. Je loopt als vogel met zo’n rode kop en zo’n tuin wel in de gaten. Predatoren kunnen je ook makkelijk vinden. Gevaar is de belangrijkste rem op seksuele evolutie.”

Net als de prieelvogel tot de daad wil overgaan, wordt hij verstoord door een ander mannetje. Hij stopt midden in zijn show en zakt een beetje ineen. „Net alsof hij een zucht slaakt. Zo wordt dat natuurlijk gemonteerd. Ze maken het zo een beetje komisch en menselijk.”

Natuurfilmers kiezen graag voor gedrag dat op menselijk gedrag lijkt, zodat we ons kunnen verplaatsen in het dier. Bovendien kiezen ze kleurrijkste dieren met de bizarste gewoontes. Is anders dan in het wetenschappelijk onderzoek? Is dat systematischer, minder spectaculair? „Nee hoor,” zegt Schilthuizen, „Wie zijn onderzoek breed bekend wil laten zijn, zorgt ervoor dat er een dier bijzit dat tot de verbeelding spreekt. Voor de niet direct geïnteresseerden, en om je fondsen veilig te stellen.”

Schilthuizen zorgt zelf ook altijd voor spectaculaire beelden, zegt hij. „Laatst deed een postdoc van mij onderzoek naar slangen die slakken aten. Rechts ingedraaide slakken haalde de slang moeiteloos uit hun huisje, maar links ingedraaide slakken snapte hij niet. In het videomateriaal zat ook een shot van de slang die, na weer een mislukte poging, met een wanhopige blik leek te zeggen: ‘Hoe kán dat nou?” Onzin natuurlijk, dat is puur een menselijke interpretatie, maar het werkt wel. Je genereert bij het publiek empathie voor die slang.”