Kunst verneder je niet

In Mosul gingen IS-aanhangers tekeer met voorhamers tegen getuigen van de geschiedenis, tevens bewijzen van de schoonheid waar mensen, letterlijk sinds mensenheugenis, toe in staat zijn. Gekoesterd in het archeologisch museum van Mosul, te meer sinds dat in 2003 werd geplunderd. Het maakte niet uit. IS hamerde en boorde erop los, bijgelicht door schijnwerpers en gevolgd door camera’s. De kruisvaarders in het Westen moesten goed kunnen zien wat het lot van afgoderij is: de beuk erin.

Er zijn aanwijzingen dat sommige vernielde beelden kopieën waren. De werkelijk belangrijke voorwerpen zou IS apart hebben opgeslagen om illegaal tegen hoge bedragen te verhandelen. Los van het feit dat ze dan weliswaar behouden zijn maar net zo goed uit het zicht verdwijnen en los van de vraag wie uitmaakt wat belangrijk is en wat dan wél tot puin geramd mocht worden – het doet niet ter zake. Het geweld tegen de kunstwerken is echt.

Net zo echt is het dreigement van de Nederlandse kunstenaar Rob van Koningsbruggen tegen het werk van zijn collega Marlene Dumas. In 2012 schreef hij het Stedelijk Museum in Amsterdam een brief waarin hij kenbaar maakte dat hij „met een welgemikte pisstraal” een schilderij van Dumas wilde „verbeteren”. Verbeteren door het te vernederen en te vernielen. Hij vindt het niks, dus mag het niet bestaan. Van Koningsbruggens agressie is kleiner maar in de geest doet het niet onder voor de IS-leiding die zuivere brokstukken verkiest boven die verachtelijke afbeeldingen.

De pis-actie zou, schreef Van Koningsbruggen ook, vastgelegd worden door een Amerikaanse videokunstenaar. Daarmee herinnert zijn voorstel aan de actie van de Russische kunstenaar Aleksandr Brener. Die ‘verbeterde’, ook in het Stedelijk, in 1997 Kazimir Malevich’ doek Suprematisme 1920-1927 met een dollarteken van groene graffitispray. De rechter zag er niet de artistieke daad in die Brener claimde en veroordeelde hem tot vijf maanden cel.

Van Koningsbruggen deed nog niks, voor zover dreigen ‘niks’ is. Maar zijn gedrag is grof en intimiderend. Het Stedelijk Museum ontzegde hem terecht de toegang. Het dient dreigementen serieus te nemen. Van Koningsbruggen ziet hopelijk in dat hij zichzelf monddood maakt. Maar zwijgen hoeft hij niet. Hij kent vast de actie van Robert Rauschenberg, in 1953. Die zei tegen zijn beroemde oudere collega Willem de Kooning dat hij bij wijze van kunstwerk een van diens tekeningen wilde uitgummen. De Kooning was onaangenaam getroffen en hij zag de implicatie: zijn tijd was voorbij. Maar hij stond een tekening af. Die werd Rauschenbergs Erased De Kooning en is een pronkstuk van het museum voor moderne kunst in San Francisco.