Grootouders moeten omgangsregeling kunnen afdwingen

Grootouders moeten bij problematische echtscheidingen van hun kinderen meer juridische mogelijkheden krijgen om contact met hun kleinkinderen te kunnen afdwingen. Dat wil het CDA, dat vanochtend hiervoor een plan presenteerde. De oppositiepartij wil de situatie in Nederland gelijktrekken met die in België, Duitsland en Frankrijk, waar grootouders expliciet recht hebben op een omgangsregeling.

De opstellers van de initiatiefnota, Kamerleden Mona Keijzer en Peter Oskam, willen dat er veranderingen in het Burgerlijk Wetboek worden aangebracht die het voor grootouders gemakkelijker maken om bij de rechter een omgangsregeling af te dwingen.

Nu moeten grootouders eerst aantonen dat ze een „nauwe persoonlijke betrekking” met hun kleinkinderen hebben voordat een rechter naar hun zaak kan kijken. Het CDA vindt een afstammingsband voldoende voor het vragen van een oordeel aan de rechter. Die kan dan nog steeds onafhankelijk beoordelen of contact met de grootouders in het belang is van het kind, benadrukt Keijzer. Het belang van het kind kan in het geding zijn als een omgangsregeling er bijvoorbeeld toe zou leiden dat het kind in een loyaliteitsconflict tussen ouders en grootouders belandt.

Volgens het CDA blijkt uit onderzoek uit 2008 dat voor meer dan de helft van de grootouders het contact met de kleinkinderen na een scheiding verslechtert. Zo’n 12 procent ziet de kleinkinderen helemaal niet meer terug, bijvoorbeeld doordat ze na een scheiding in een pleeggezin belanden of met een ouder worden meegenomen naar het buitenland.

Het wegvallen van het contact tussen grootouders en kleinkinderen „zorgt voor veel verdriet bij deze grootouders” en kan negatieve gevolgen hebben voor de kinderen, stellen Oskam en Keijzer. „Kinderen missen hierdoor het contact met opa’s en oma’s die vaak tot de scheiding een belangrijke rol speelden in het leven van hun kleinkinderen.”