Kabinet blijft illusies wekken met handhaving wietverbod

Het is sinds deze week een stuk drukker in de doodlopende steeg van het softdrugsbeleid. Terwijl recent de Nederlandse ambassade nog trots aan Washington DC uitlegde hoe fraai de wiethandel in Amsterdam is gereguleerd, verhoogt het kabinet de straffen en bemoeilijkt het de teelt verder. Waarschijnlijk vergeefs. Een nieuw artikel in de Opiumwet maakt het strafbaar om materialen te leveren of diensten te verlenen als er een ernstig vermoeden is dat die voor grootschalige kweek van hennep zijn bestemd. „Het Openbaar Ministerie heeft besloten de hennepteelt de nek om te draaien”, verklaarde de Brabantse hoofdofficier Bart Nieuwenhuizen gisteren ernstig. Althans, dat nemen we aan.

Tot nu moest het Openbaar Ministerie aantonen dat leveranciers, verhuurders, installateurs en anderen illegale kwekers met opzet hielpen – in directe en nauwe samenwerking. Deze wet zwakt dat af tot een ‘ernstig vermoeden’. Volgens de minister gaat het over „verwijtbaar wegkijken” of er „onder zeer verdachte omstandigheden ten onrechte van uitgaan” dat een bepaalde leverantie níét voor grootschalige hennepteelt is bestemd. Zou het verschil maken?

Verkopers bij de Gamma of tuincentra die een paar groeilampen aan een particulier meegeven, hoeven zich geen zorgen te maken, zei de minister vorig jaar in de Eerste Kamer. Ook ‘gewone onachtzaamheid of onoplettendheid’ wordt door het OM niet vervolgd.

Waaraan wel gedacht moet worden, is de loodgieter die in een verlaten huurwoning een professioneel teelt-irrigatiesysteem aanlegt. Of de loonwerker die op een verlaten boerenerf twee zeecontainers ingraaft, inclusief sleuven voor de leidingen. Het zijn voorbeelden die suggereren dat deze wet nu ook weer niet een héél groot verschil zal maken. Opzet en ernstig vermoeden liggen in deze voorbeelden vrij dicht bij elkaar. Mogelijk zal het de georganiseerde criminaliteit dus tot wat meer voorzichtigheid nopen. Hennepteelt de ‘nek omdraaien’ lijkt vooral grootspraak.

De bonafide thuiskweker die voor zijn gedoogde vijf planten een kweektentje nodig heeft, loopt geen risico, als we de minister mogen geloven. Tuincentra zullen met groeilampen dus hetzelfde doen als supermarkten met babymelk. Niet meer dan twee per klant, per keer. ‘Growshops’ zullen verdwijnen, maar hun legale tuinbouwproducten niet. Die markt wordt overgenomen door anderen die hun producten anoniem via internet aanbieden. Cannabis blijft een gewoon gereguleerd consumptieartikel. Juridisch zal het resultaat vooral extra handhavingsdrukte en veel schijnresultaten zijn. ‘Politie rolt groeilampbende op’, waarna de juristen het mogen uitzoeken. Dit beleid is failliet. En iedereen weet het.