Column

Intellectueel eigendom is echt geen politieke vrijheid

Soms moeten mensen afstand nemen. Moslims van IS. Lesbische vrouwen van boerin Bertie. Matthijs van Nieuwkerk tegen Claudia de Breij over de nationale discussie die is losgewoeld door boerin Berties lesbische flegma: ‘Heb jij er last van, als soort?’ Fameuze woorden. Nou kun je bezwaar hebben tegen dit afstand nemen van de eigen soort, zeker als het verplicht is. Maar er zitten ook voordelen aan. In een wereld waarin het nauwelijks lukt kritisch te kijken naar gedrag in eigen kring, kan het verfrissend zijn dat juist wel eens te doen. Elkaar niet de hand boven het hoofd te houden, maar de nieren te proeven. En die uitnodiging moet je niet alleen doen aan moslims en lesbiennes, maar ook aan verzekeraars, politici, bestuurders – en aan kunstenaars. Want kunstenaars zijn van alle mensen de ergsten.

Annie Cohen-Solal schrijft zojuist in haar liefdevolle stuk over Rembrandt en Rothko dat kunstenaars betrokken zijn, kritisch op de gevestigde orde, dat ze klokkenluiders zijn, ‘over de grenzen van eeuwen en culturen heen’.

Ze meent het. En ze heeft gelijk. Zoals al die aardige, humanistische denkers gelijk hebben en het menen als ze zeggen dat kunstenaars buitenstaanders zijn die in eenzaamheid en onafhankelijkheid de maatschappij tot voorbeeld strekken.

Intussen steelt schilder Luc Tuymans het idee van fotografe Katrien van Giel, verkoopt het voor een half miljoen aan een verzamelaar en wordt tegen haar claim door de eigen beroepsgroep in bescherming genomen. En intussen maakt de Duitse schrijver Maxim Biller zijn ex-echtgenote te schande in een roman en wordt hij tegen haar klacht door de beroepsgroep in bescherming genomen. Wordt regisseur Roman Polanski gearresteerd wegens een oude ontuchtzaak met een dertienjarig meisje en wordt hij door de eigen beroepsgroep in bescherming genomen. Om maar eens een paar oude dossiers op te rakelen.

De rijen sluiten zich. Er is natuurlijk onderling verschil tussen de genoemde zaken, tussen ontucht en plagiaat, tussen strafzaken en civiele conflicten, maar het mechanisme van de aaneengesloten rijen is in alle gevallen hetzelfde. De machtige en beroemde kunstenaar staat tegenover een minder machtige partij, moet zich in rechte verantwoorden en wordt door vakgenoten afgeschilderd als slachtoffer van onderdrukking, repressie, censuur en terreur.

De arrestatie van Polanski was volgens de Zwitserse bond van regisseurs niet minder dan een belediging van alle Zwitserse kunstenaars. De civiele zaak tegen Tuymans is volgens een kunstenaarspetitie niet minder dan een criminalisering van de gehele kunstenaarspraktijk.

Dat een kwestie over intellectueel eigendomsrecht helemaal niets met politieke vrijheden te maken heeft, wordt te midden van dit soort hysterie standaard genegeerd. Had Tuymans toestemming gevraagd aan Van Giel, had hij minstens haar naam genoemd of haar de helft van zijn half miljoen gegeven, dan had ze geen zaak aangespannen. Nu hij haar aandeel verzwijgt, doet ze dat begrijpelijkerwijs wel, en beweert Tuymans dat zijn uitingsvrijheid wordt ingeperkt.

Van privéakkefietjes een politieke kwestie maken: het is een handige methode om van kritiek af te zijn. Verkoop eeuwenoude archeologische beelden uit Niniveh aan de hoogste bieder, stop het geld in je zak en zeg dat je het doet voor Allah.

Daar kan geen mens tegenop.

In een mooi afgewogen artikel in De Groene inventariseert Roos van der Lint met lichte verbazing de argumenten waarmee kunstkenners en kunstenaars de claim van fotografe Van Giel afwijzen. Niet dat de kunstenaars van het auteursrecht af willen: zelf claimen ze het wel.

Alleen de ander kan er geen beroep op doen. De rechterlijke uitspraak ten gunste van Van Giel wordt gezien als ‘een aanslag op de kunst, een smet op de kunstgeschiedenis’. De machtigste man in de Vlaamse media vergelijkt de bescherming van Van Giels eigendomsrecht met de moord op Franse cartoonisten.

De rijen sluiten zich. De beroemde kunstenaar mag geen strobreed in de weg worden gelegd. Of hij nu plagiaat pleegt, zijn ex aanvalt of zich seksueel vergaloppeert: de collega’s staan kritiek op hem niet toe. Dat is vooral zo erg, omdat de gehele samenleving toch al bestaat uit dit soort kongsi’s van de haves tegen de have-nots.

De machtigen die de winkel leegeten tegen de onmachtigen die hun salaris moeten inleveren omdat het slecht gaat met het bedrijf. Zou het niet mooi zijn als één kleine nederzetting hiertegen moedig weerstand zou bieden?

Hopelijk heeft Annie Cohen-Solal gelijk. Weten kunstenaars alles over onafhankelijkheid, over betrokkenheid, eigenheid, experiment, moed en wereldvrede. Maar maak dan niet van alles een politieke rel ten bate van je eigenbelang, verdorie.