Het geld zit nu in specialisatie

De nieuwe baas van Allen & Overy over de snel veranderende topadvocatuur.

Het kantoor van Allen & Overy, aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid.

Ferdinand Grapperhaus is liefhebber van Kuifje. Maar in zijn eigen leven had de de nieuwe baas van topadvocatenkantoor Allen & Overy tot voor kort nog maar weinig jongensboekavonturen beleefd. Des te meer genoot hij van de dingen die hem overkwamen tijdens zijn recente wereldreis. Zijn jeep op zijn kant rijden in een moeras, ruziemaken met de douane op de Chileens-Argentijnse grens, half verdwalen in verlaten gebieden.

Mooi vond de 55-jarige Grapperhaus dat. De arbeidsrechtadvocaat was, in tegenstelling tot zijn vrouw en vier kinderen, nog nooit wat langer alleen van huis geweest. Hij merkte dat hij, alleen op reis, „minder verantwoordelijkheidsgevoel” had dan thuis.

Nu, weer terug, neemt Grapperhaus extra verantwoordelijkheid op zich. Hij begint deze week als bestuursvoorzitter van de Nederlandse vestiging van Allen & Overy, een Brits advocatenkantoor in de top van de markt. Wereldwijd heeft het een omzet van 1,7 miljard euro. Cijfers per land maakt het kantoor niet bekend, maar Nederland draagt volgens Grapperhaus „navenant” bij aan die wereldwijde omzet.

Kantoren als Allen & Overy rekenen toptarieven – Grapperhaus kost tussen de 400 en 600 euro per uur. Maar zulke kantoren moeten tegenwoordig harder hun best doen om genoeg werk binnen te halen. De concurrentie is toegenomen en het fenomeen ‘huisadvocaat’ min of meer uitgestorven. Aan Grapperhaus de taak om te zorgen dat de tweehonderd juristen van zijn kantoor genoeg blijven bieden om hun tarieven te rechtvaardigen.

Sommige advocaten beschouwen besturen als corvee. Hoe ziet u dat?

„Dat herken ik wel, maar ik zie het zelf niet zo. Ik heb er veel zin in. Vooral omdat strategie de komende jaren juist heel belangrijk wordt.”

Waarom?

„Een heleboel dingen die wij een paar jaar geleden nog als unieke abacadabra konden verkopen, zijn nu breed toegankelijk geworden. Er zijn meer advocaten bijgekomen, accountantskantoren zijn ook juridisch werk gaan doen en bedrijven kunnen meer dingen zelf. Voor standaardcontracten of -adviezen hebben ze een kantoor als dat van ons niet meer nodig.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Neem het nieuwe ontslagrecht. Eerder zouden cliënten ons bellen voor advies. Hoe werkt het precies? Hoe moeten we daarmee omgaan? Nu doen ze dat niet meer. We hebben onze kennis over het ontslagrecht daarom in een app gestopt, voor hr-afdelingen. Die app geven we gewoon weg – bedrijven komen voor zulke informatie toch niet meer bij ons.”

Hoe zorgt u dat Allen & Overy niet overbodig wordt?

„Door te zorgen dat onze mensen heel gespecialiseerd zijn. Onder meer door veel specifieke kennis over één sector. Ik doe zelf bijvoorbeeld veel werk voor de uitzendbranche – een niche. Met die specialistische kennis moeten we met oplossingen zien te komen die anderen niet kunnen bedenken.”

Andere grote advocatenkantoren zeggen dat de tarieven onder druk staan. Voelt u dat ook?

„Onze tarieven zijn weer terug op het niveau van voor de crisis. Maar cliënten letten wel scherper op hun budgetten. We moeten daarom efficiënter werken. Zo besteden we een deel van het ondersteunende werk uit aan goedkopere externe advocaten, om de kosten te drukken.

„Daarnaast investeren we in onze eigen systemen. Zo werken we met automated drafting. Dan wordt de juridische documentatie van een specifieke zaak – bijvoorbeeld het koopcontract in een overname – samengesteld door een computerprogramma.

„Computers gaan steeds meer van ons overnemen. Sommige advocaten zeggen: elke zaak is anders, onze diensten zijn uniek. Maar dat wordt steeds minder. Dat moeten we ons goed realiseren. Nú is gespecialiseerde sectorkennis nog een meerwaarde, maar straks zijn er misschien computerprogramma’s die dat vervangen.”