Column

Hermans en Weinreb

W.F. Hermans had een groot talent voor verongelijktheid, maar daar waren soms ook wel gegronde redenen voor. De Weinreb-affaire is er het beste voorbeeld van. Ik moet het tweede deel van Willem Otterspeers biografie van Hermans nog van kaft tot kaft lezen, maar kon de verleiding niet weerstaan om ‘Weinreb’ er alvast als krent uit te pikken.

Weinreb was een Joodse econoom-schrijver die zich in de Tweede Wereldoorlog voordeed als Jodenhelper, maar een bedrieger en collaborateur bleek. In zijn val sleepte hij na de oorlog een onschuldige Nederlandse vrouw, Bep Turksma, mee.

Otterspeer laat overtuigend zien dat de Weinreb-affaire ook voor Hermans een destructief effect had. Hij had gelijk en hij kréég ook gelijk, maar het was een onvruchtbaar soort gelijk. Hermans hield er zelf het gevoel aan over dat hij er niet veel mee bereikt had. Hij had Weinreb ontmaskerd en het opgenomen voor Bep Turksma, maar die zou misschien wel eerder zijn gerehabiliteerd als hij zich juist niet met de zaak had bemoeid. „Maar uit haat en jaloersigheid tegenover mij is iedereen blijven volhouden dat zij Weinreb verraden had”, zei Hermans.

In een door Otterspeer geciteerde brief voegt Hermans er nog aan toe: „Het ging in de Weinreb-polemiek alras niet meer over Weinreb, maar over het feit dat Vrij Nederland, zelfs na de Weinreb-rapporten van 1976, doorging de leugens van Nuis en Rubinstein belangrijk te vinden. En dat andere kranten daar niet tegen reageerden. En dat een groot deel van het publiek dit slikte.”

Hermans heeft hier in de kern gelijk, al overdrijft hij. De Weinreb-affaire is bepaald geen eervolle episode uit de geschiedenis van Vrij Nederland. Het blad stelde zich vierkant op achter Renate Rubinstein, die samen met Aad Nuis Weinreb verdedigde.

Regina Grüter, die een boek schreef over de Weinreb-affaire, stelde vast dat in Vrij Nederland „de toon van begin tot eind ten gunste van Weinreb was”. Bovendien gaf het blad Nuis de gelegenheid met een brochure zijn straatje schoon te vegen. Het Vrije Volk en De Nieuwe Linie gingen met Vrij Nederland mee, maar andere kranten – vooral De Telegraaf – waren kritischer of bleven neutraal.

Volgens Otterspeer had het gelijk van Hermans in deze zaak een ‘verblindend’ effect op hem. Hermans raakte het zicht op de werkelijkheid kwijt, „zijn fundamentele kritiek op Nederland wordt razernij”, aldus Otterspeer in een interview in deze krant. Bovendien heeft de affaire een weerslag op zijn persoonlijke leven: het kost hem de vriendschap met Rudy Kousbroek, die het voor Weinreb opnam.

Waarom deed Kousbroek dat? Dat vermeldt Otterspeer niet, maar het valt wel te lezen in Machines en emoties, het boek dat hij samenstelde uit de correspondentie tussen Kousbroek en Hermans. Achterin staat een interview dat hij Kousbroek afnam.

Daarin geeft Kousbroek toe: „Er was aan de Weinreb-affaire een dimensie die ik voor Wim verborg, en dat was dat ik Renate Rubinstein probeerde te ontzien. De reden was dat ik met haar te doen had: zij had tijdens de oorlog haar vader verloren. (…) Het is een dooddoener dat Renate haar hele leven naar substituut-vaders heeft gezocht, maar het was wel waar, en Weinreb was een voorbeeld. Zij vereerde hem en haar verering maakte haar blind.”

Weer dat woord: blind. Weinreb was een ander woord voor duisternis geworden.