Een outsider, zelfs in de Europese rebellenclub

In veel opzichten is Wilders een nationaal-populist.

Maar in het tableau van Front National tot het Griekse Syriza is de PVV-leider ook een vreemde eend. Niemand is zo fel anti-islam als hij.

Hij glundert bij elke Rotterdammer die met hem op de foto wil. Geweldig, geweldig. Hij herhaalt het almaar. Een vrouw die hem meneer Wilders noemt, begroet hij als een oude bekende: Alles goed? Een man die ‘mijn Geert’ zegt, vraagt hij aimabel: En hoe is het met u?

Als de zon op zijn rug schijnt, zie je onder zijn jasje de contouren van iets dat op een kogelvrij vest lijkt. In cirkels bewegen de beveiligers om hem heen, de eerste kringen zo dicht tegen elkaar aan dat ze een betrouwbaar filter vormen. Wie van hem houdt, mag erdoor, voor een selfie of handtekening. Een zwarte jongen met modieuze zwarte kleding die onder zijn jas vandaan steekt, wil een foto maken met zijn smartphone. Hij wordt kordaat weggedreven door twee mannen met oortjes. „Hij begon Arabisch te spreken”, zegt een beveiliger tegen een collega. Af en toe waarschuwen de ‘oortjes’ de ook talrijk aanwezige agenten. Die komen dan even langs. „Mag ik u wat vragen”, vragen ze beleefd. „Wat komt u hier doen?”

De meest beveiligde politicus van Nederland, die op een hitlist staat van het Jeminitische filiaal van Al-Qaeda, kan op deze manier op campagne tussen de mensen. Tussen zíjn mensen.

De Rotterdamse markt op zaterdag is een wirwar van nationaliteiten en culturen. Je kunt er aardappelen kopen, en hoofddoeken. Geert Wilders heeft geen tijd om spullen te bekijken: van alle kanten duiken kiezers op, warme, aanhankelijke, hartelijke, lieve mensen, al dan niet in Feyenoord-shirt. In zijn omgeving kleurt de markt vanzelf blanker. Vrouwen met hoofddoeken duwen de kinderwagen een ander pad in, Noord-Afrikaanse mannen blijven op afstand – een enkeling laat zich tegenstribbelend door politiemannen van de markt sturen.

Tegen camera’s en microfoons foetert Wilders op de „politiek overleden” Mark Rutte, die na de verkiezingen van 18 maart voor de Provinciale Staten volgens hem van D66 toch nog „zuurstof” kan krijgen om nog een paar jaar door te gaan. En dat terwijl Rutte „een van de grootste leugenaars” is „die Nederland ooit gekend heeft”. Als Rutte „een democraat” is, vindt Wilders, moet hij opstappen wanneer de coalitie de provinciale verkiezingen verliest.

Over democratie gesproken: vorige week ging in het Zeeuwse Sluiskil een tegel door de ruit van een PVV-kandidate, en in Friesland werd het huis van PVV’ers beklad. Daarbij onder meer een beschuldiging van ‘fascisme’. In beide gevallen sprak Wilders van „een aanslag op de democratie”.

Vorig jaar was het al De Telegraaf die ‘fascistoïde associaties’ kreeg bij de PVV, en de partij ervan beschuldigde zich „buiten de democratische rechtsorde” te plaatsen. Dat was nadat PVV’er Machiel de Graaf in de Tweede Kamer alles op alles had gezet om de islam uit Nederland te weren, omdat deze „politieke ideologie” de „eigenheid” van het land bedreigt.

Het doel van Wilders dezer dagen verschilt weinig van dat van zijn concurrenten: kiezers mobiliseren. Hij mag nog zo goed scoren in de peilingen, sinds de Statenverkiezingen van 2011 heeft de PVV louter verkiezingsnederlagen geleden. Zijn kiezers blijven graag thuis. Hij moet ze een reden geven om naar de stembus te gaan.

Ook media die hij meestal mijdt, kunnen Wilders nu krijgen. Zelfs bij Jeroen Pauw van de ‘linkse’ VARA is hij volgende week te zien, in debat met andere politieke leiders. Hij geeft interviews. Tegenover Privé roemt hij zijn echtgenote, die het zo dapper met hem volhoudt terwijl hij al jaren op dodenlijsten staat. In het weekblad noemt Wilders, behalve Al-Qaeda ook „organisaties uit Pakistan en Syrië” als zijn bedreigers. In Het Parool zegt hij dat de wetenschap dat het leven eindig is en „dat dat eind niet per se een natuurlijke dood zal zijn”, hem helpt tegenslagen te relativeren en hem des te meer laat „genieten van elke dag”. De Telegraaf verzekert hij dat hij best wil samenwerken met partijen die hem nu uitsluiten. Hij kan compromissen sluiten, maar, zegt hij, uiteindelijk zit hij „voor iets anders in de politiek”. Iedereen weet wel waarom: „Het gaat mij om het bestrijden van de islamisering van Nederland.”

Er wordt soms gespeculeerd en gepsychologiseerd waarom Wilders nu ‘echt’ in de politiek zit, maar hij is er zelf in elk geval glashelder over. Tegenslag en electorale nood maken hem alleen maar verbetener en feller. Zo bereidt hij zich ook voor op de rechter, die zijn belofte om ‘minder, minder, minder’ Marokkanen te regelen zal beoordelen: offensief en ontoegeeflijk.

Rambam

Wilders is in veel opzichten een nationaal-populist zoals bijna elk Europees land die tegenwoordig wel kent. Hij is nationalistisch zoals Marine Le Pen van het Front National in Frankrijk, en hij zoekt aansluiting bij gevoelens van onvrede en frustratie bij kiezers over Europa, immigratie en de ‘elite’, zoals een Nigel Farage van UKIP in het Verenigd Koninkrijk. En de PVV wil de verzorgingsstaat onaangetast laten zoals de Zuid-Europese linkse protestbewegingen dat willen.

Net als andere protestbewegingen, van links en rechts, legt Wilders zich niet neer bij de smalle marges waar de klassieke middenpartijen in Europa genoegen mee nemen: die voeren hun onderlinge strijd binnen de afspraken over Europese begrotingsdiscipline, internationale verdragen en de grenzen van rechtsstaat, financiële markten en economische rekenmodellen. De ‘ordeverstoorders’ van Europa trekken zich niets aan van consensus, afspraken en ingewikkelde afwegingen tussen belangen in complexe, internationale samenhang; zij eisen de dwingende kracht van de nationale politieke wil terug. „Laat Brussel de rambam krijgen”, zei Wilders vorig jaar in een PVV-filmpje. Niet dat er soms niet een zekere rationaliteit geclaimd wordt. Zo bestelde Wilders een onderzoek dat argumenten moest leveren om uit de euro te stappen. Dat dit onderzoek door deskundigen werd gekraakt, veranderde zijn standpunt niet.

Stateloos

In het tableau van de Europese rebellenclub van Front National tot Syriza is de PVV in twee opzichten anders. Ten eerste door de heftigheid van Wilders’ overtuiging dat het Westen in oorlog is met de islam. Na de aanslagen in Parijs stond hij weer tierend in de Tweede Kamer; dat al die andere politici na al die jaren nóg niet doorhadden waar terreur vandaan komt. „De oorzaak is natuurlijk de islam, die ons al zo lang de oorlog heeft verklaard. Dat is de islamisering van het vrije Westen, van Nederland, van Europa”. Elf jaar geleden, toen hij zich afscheidde van de VVD, bepleitte hij al maatregelen zoals het innemen van paspoorten en het desnoods stateloos maken van jihadisten. Toen ondenkbaar in de VVD, maar die partij komt nu zelf met vergelijkbare maatregelen. „Veel te laat”, oordeelt Wilders.

Zijn anti-islammissie levert Wilders een schild tegen het verwijt dat hij een politieke opportunist is die elke mening in zou nemen die maar stemmen oplevert.

Ten tweede heeft hij zijn partij niet ingericht als een politieke beweging die ‘van onderop’ uitdijt als een volksbeweging van ontevreden burgers, zoals bijvoorbeeld Alternative für Deutschland van de econoom Bernd Lucke. De PVV is eerder een vehikel dat Wilders in staat stelt zijn strijd vol te houden. Hij zei het zelf vorig jaar in maart, toen een reeks PVV’ers uit protest uit de partij was gestapt nadat Wilders zijn aanhang „minder minder minder” Marokkanen in Nederland had beloofd. Op de trappen van de Tweede Kamer verklaarde hij gejaagd dat hij niet wist of er meer partijgenoten bij hem zouden weglopen. Maar één ding wist hij wel. Of de PVV in de Tweede Kamer nu „met 13, 10 of 5” is: „Geert Wilders zal doorgaan.” En waarom? „Om ons gezamenlijk project voor onze cultuur, voor onze identiteit en tegen de uitwassen van het multiculturalisme en de islamisering.”

Vrienden

Strikt genomen is Wilders altijd alleen geweest: het enige lid van zijn eigen partij. Hij heeft weinig vrienden in Den Haag. Enkele PVV’ers misschien, al lekken er af en toe e-mails uit waaruit blijkt de sfeer binnen zijn partij niet echt hartelijk is. Toch is er wel ruimte in de PVV buiten hem. Zo zegt hij dat de provinciale lijsten en programma’s van de PVV dit jaar buiten hem om zijn opgesteld, en de programma’s daarom variëren . Geen ‘Kim Jong-un’ dus, maar variatie – die hem ook in de gelegenheid stelt afstand te houden als het bij provinciale PVV’s misgaat, zoals de afgelopen jaren vaak gebeurde. Wel steunt hij Marjolein Faber, de Gelderse lijsttrekker en beoogd PVV-lijsttrekker in de Eerste Kamer die zich nu moet verdedigen omdat ze het bedrijf waar haar zoon vennoot is, betaalde voor de Gelderse PVV-website.

Zijn solitaire optreden is een stijlkenmerk dat door Wilders hele carrière terugkeerde, van het begin bij de Ziekenfondsraad tot de anekdotes uit zijn tijd als fractiemedewerker van de VVD in de jaren negentig onder Frits Bolkestein. Waar hij ook werkte, uiteindelijk liep Wilders weg omdat hij zijn eigen mening belangrijker vond dan samenwerken. Het verschil bij de PVV is dat dit zijn eigen tuin is: als het nu misgaat, moeten de anderen weg. Wie eigen gedachten heeft over de koers van de PVV, zoals de meer klassiek-rechts georiënteerde Joram van Klaveren, belandt uiteindelijk buiten de partij.

Volgens de peilingen blijven de kiezers van Wilders niet lang onder de indruk van geruzie in zijn partij. Het is een aanwijzing dat hij goed duidelijk weet te maken dat een stem op de PVV in de eerste plaats een stem op hem is, en op zijn project.

Het succes van Wilders bevordert ook zijn isolement. Sinds zijn plotselinge afhaken als gedoogpartner in het kabinet Rutte-I in 2012 heeft Wilders voor de meeste Haagse politici afgedaan als betrouwbare partner. Consensus bouwen, macht en invloed vergroten door samen te werken, dat is niets voor hem. Historicus Koen Vossen concludeerde drie jaar geleden in zijn grondige boek Rondom Wilders dat het opvallend is „hoe weinig de PVV past in de Nederlandse politieke cultuur en traditie, hoe on-Nederlands zij eigenlijk is”, door zijn nationalisme, populisme en conservatisme. Maar Geert Wilders hoeft niet mee te doen om invloed te hebben. Niet alleen schuiven de ideeën van sommige andere partijen op in zijn richting. Ook is een hele generatie politieke leiders in Den Haag er op ingesteld dat coalities „de komende tien, twintig jaar” (volgens Rutte) moeizaam tot stand zullen komen, omdat de PVV (en de SP, volgens sommigen) als ‘niet-constructieve’ partij in het parlement zit. Wilders kan de worsteling van andere partijen om meerderheden te vormen achterover leunend volgen. Hoe groter de PVV is, hoe rommeliger de rest oogt. Zijn fractieleden blijven intussen Kamervragen stellen en moties indienen tegen de islam, hoe kansloos ze ook zijn. Geert Wilders zit al sinds 1998 in de Tweede Kamer – zijn strijd is er een van de lange adem.

    • René Moerland