‘Eén op de vijf mannen heeft last van vroegtijdige zaadlozing’

Dit stond op een reclamebord tijdens de wedstrijd Willem II – Ajax

illustratie Marike Knaapen

De aanleiding

Een opmerkelijk reclamebord vorige week zondag tijdens de wedstrijd Willem II – Ajax (1-1): ‘Eén op de vijf mannen heeft last van vroegtijdige zaadlozing’. Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Als je googelt op ‘1 op de 5’ en ‘vroegtijdige zaadlozing’ kom je al snel op de website 1opde5.nl. De site geeft informatie over wat vroegtijdige zaadlozing is en wat je er tegen kan doen. Het wordt niet direct duidelijk van wie de website is, maar na het lezen van de algemene voorwaarden blijkt dat het farmaceutische bedrijf Menarini de eigenaar is. Dat bedrijf zit ook achter het reclamebord bij Willem II – Ajax. Menarini baseert zich voor de bewering op een onderzoek naar erectiestoornissen en vroegtijdige zaadlozingen van de Duitse professor Hartmut Porst uit 2012.

En, klopt het?

Porst hield voor zijn onderzoek een enquête onder 12.133 mannen. De mannen werd gevraagd of ze tijdens seks weinig of geen controle hadden over hun zaadlozing en of dit tot problemen leidde. 22,7 procent van de mannen gaf aan dit probleem te ervaren. Er zijn in de afgelopen jaren tal van onderzoeken gedaan naar vroegtijdig klaarkomen, de meeste werden gedaan volgens de methode die Porst ook gebruikte. Een greep uit de onderzoeken: in een Koreaans onderzoek uit 2013 van de universiteit van Gwangju kregen 290 echtparen een vragenlijst over hun seksleven mee. 21,7 procent van de mannen zei last te hebben van vroegtijdig klaarkomen. Een soortgelijk onderzoek werd vorig jaar in China gedaan, daar zei ongeveer 25 procent van de ruim 3.000 ondervraagde mannen last te hebben van vroegtijdig klaarkomen.

Maar wat is vroegtijdig? De ene man ervaart misschien klaarkomen na tien minuten seks als voortijdig en een ander vindt tien minuten seks al heel normaal.

We gaan kijken hoe The International Society for Sexual Medicine (ISSM), een onderzoeksinstituut op het gebied van seksualiteit, vroegtijdige zaadlozing definieert. Het ISSM maakt onderscheid tussen twee vormen, primair en secundair. Mannen met de primaire vorm komen binnen ongeveer één minuut seks klaar, hier hebben ze al last van vanaf het eerste seksuele contact in hun leven. Mannen met de secundaire vorm komen op latere leeftijd vroegtijdig klaar, vaak in combinatie met psychische of prostaatproblemen. Zij komen gemiddeld binnen drie minuten seks klaar. Het gaat hier overigens alleen over vaginale seks.

Deze definities kwamen onder andere tot stand door een onderzoek uit 1997 van Marcel Waldinger, neuropsychiater, seksuoloog en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Waldinger definieert nog twee andere vormen, namelijk de subjectieve en de variabele. Mannen met de subjectieve vorm ervaren hun zaadlozing als vroegtijdig, hoewel het toch tien à twintig minuut duurt voordat ze klaarkomen. De variabele vorm heb je als je zo nu en dan vroegtijdig klaarkomt. Vorig jaar schreef het ISSM dat deze twee nieuwe vormen wat provisorisch bedacht zijn, maar dat ze wel bruikbaar zijn voor huisartsen. De hulp bij vroegtijdige zaadlozing verschilt namelijk. De primaire en secundaire vormen worden verholpen met medicatie, een vorm van antidepressiva, en praten over het probleem. Bij de subjectieve en variabele vorm neemt praten een belangrijkere rol in en eventueel krijg je een zalfje of een crème die de penis minder gevoelig maakt.

Per vorm van vroegtijdige zaadlozing kan de tijd van klaarkomen behoorlijk verschillen. Waldinger zegt hierover aan de telefoon: „De stelling dat één op de vijf mannen last heeft van vroegtijdige zaadlozing is iets te stellig. Je kan beter zeggen dat één op de vijf mannen ontevreden is over zijn zaadlozing.”

Conclusie

In de geraadpleegde onderzoeken zegt ongeveer 20 tot 25 procent van de mannen last te hebben van vroegtijdige zaadlozing. Maar de tijd waarin die mannen klaarkomen kan enorm verschillen. Een betere zin op het reclamebord was geweest ‘één op de vijf mannen is ontevreden over zijn zaadlozing’. Dat is een kleine nuance, we beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.