Deze journalist is de nieuwe Jimi Hendrix

Vrijdag staat Benjamin Booker op festival Where The Wild Things Are in Zeewolde. De welbespraakte garagesoul artiest uit New Orleans leerde pas op zijn zestiende gitaarspelen. En dit jaar reist hij wereldwijd tientallen festivals af. „Van het een kwam het ander.”

Benjamin Booker tijdens een optreden afgelopen november in New Orleans. Foto Erika Goldring / WireImage

Ruige, primitieve garagesoul gemaakt door een welbespraakt student journalistiek. Benjamin Booker ziet geen grote tegenstelling in de academische benadering die hij tot voor kort op muziek losliet.

„Ik wilde popjournalist worden en studeerde aan de universiteit van Florida. Ik schreef over mijn favoriete platen en artiesten, totdat ik erachter kwam dat de voorraad goede muziek met een boeiend verhaal eindig was. Intussen was ik zelf wat gaan stoeien met een gitaar en liedjes die spontaan in mijn hoofd opkwamen. Mijn vrienden vertelden me dat het lang niet slecht was. Van het een kwam het ander.”

Booker (25), aan de telefoon vanuit Engeland waar de Europese tour van de Amerikaanse zanger/gitarist begint, houdt er een bonte lijst van voorkeuren op na. Als tiener luisterde hij bijna uitsluitend naar punk. De blues van Blind Willie Johnson, de indierock van The Gun Club en de jaren-70-boogie van T. Rex voerden hem naar een rauwe mengvorm van blues en garagerock. Zijn gruizige stem zorgt voor een forse dosis soul.

Luie rhythm & blues

Tegenwoordig opereert hij vanuit New Orleans waar jazz, blues en soul als vanzelf uit het plaveisel omhoogborrelen. „Het cliché is dat elke muzikant in New Orleans automatisch ten prooi valt aan het luie second line-ritme van de plaatselijke rhythm & blues. Het is een stad met een enorme historie en daar kun je als muzikant moeilijk omheen. Maar intussen zijn er veel jonge muzikanten opgestaan die opwindende garagerock met een pittige beat willen maken. The Black Lips vinden in New Orleans minstens zoveel navolging als de oude soulmannen van de Neville Brothers.”

Gitaar speelt Booker pas sinds zijn zestiende. In eigen beheer maakte hij de EP Waiting Ones (2012) die ondanks de lo-fi geluidskwaliteit een grote belofte blootlegde. Inmiddels voert Booker een powertrio aan met drummer Max Norton en bassist Alex Spoto, een soort Jimi Hendrix Experience van de garagesoul.

Het simpelweg Benjamin Booker getitelde debuutalbum namen ze op in Nashville met producer Andrija Tokic, die eerder het debuut van Alabama Shakes onder handen nam. „De opnamesessies hoefden niet lang te duren”, zegt Booker, „want de nummers hadden hun definitieve vorm al gekregen bij onze optredens. Het belangrijkst was dat onze livesound intact bleef, met alle oneffenheden van dien. Het hielp dat we opnamen met een analoge taperecorder, zonder de gemakzuchtige edit-functies die je tegenwoordig hebt in digitale opnamestudio’s. Als we een fout maakten bij het spelen stonden we voor de keuze: of we doen het opnieuw, of het foutje blijft er gewoon inzitten. Zo werd de spontaniteit gewaarborgd.”

De wilde wereld over

Benjamin Booker en band staan deze zomer wereldwijd op tientallen festivals, met Where The Wild Things Are als eerste. „Of we zelf tot die Wild Things behoren? Ik hoop het.”

Onwillekeurig maken ze deel uit van een trend die zich aftekent bij concerten van verwante bands als John Coffey, Black Marble Selection en Raketkanon: stagediven en crowdsurfen zijn weer helemaal in. Wat vindt Booker daarvan?

„Prima als mensen zich laten meeslepen door de muziek, zolang je er niemand mee in gevaar brengt. Laatst zag ik een grote stevige vent met zware schoenen onaangekondigd op een groepje frêle meisjes springen. Dat is natuurlijk niet oké.”