De terugkeer van de verwarde man

Minder bedden in de psychiatrie, gebrek aan mogelijkheden om daklozen te huisvesten en te begeleiden. Opeens lopen er weer meer ‘verwarde personen’ op straat.

Een verwarde man gooit pannen van een dak in Echt, 2014 Foto ANP, fotobewerking NRC Fotodienst

Politiebericht Verwarde man aangehouden

Amersfoort. Zondagavond is een 49-jarige man uit Amersfoort aangehouden. Die avond kwamen er meldingen binnen dat een man zijn huisraad uit het raam van zijn woning aan het gooien was. […] In de woning werd een gaslucht geroken, waarna direct werd besloten om de naastgelegen woningen te ontruimen. […] Na onderzoek bleek dat de man zijn gasfornuis had losgetrokken waarmee de gasleiding open kwam te staan. De verdachte is aangehouden en overgedragen aan de crisisdienst van de GGD.

Iedere maand is het een paar keer raak. De politie heeft een ‘verward persoon’, meestal een ‘verwarde man’, aangehouden. Een probleem, vindt de politie, want het gebeurt steeds vaker. De verwarde personen bedreigen anderen (Oosterhout, december vorig jaar), doen een valse bommelding in een rijdende trein (Tilburg, januari), verwonden zichzelf met scheermesjes (Emmen, januari), vernielen auto’s en breken in bij een kerkje (Culemborg, februari), of lopen de redactie van De Telegraaf op met een mes (Amsterdam, vorige week).

Geen van deze incidenten kreeg zoveel aandacht als de actie van Tarik Z., de 19-jarige man die in januari in ogenschijnlijk verwarde toestand het gebouw van televisieomroep NOS binnendrong en personeel bedreigde met een (nep)wapen. De politie overmeesterde Z., de omroep zond de beelden van zijn actie uit. Hoewel de achtergronden nog niet bekend zijn – er volgt nog een rechtszaak – kwam de focus in de dagen na de inval van Tarik Z. te liggen op zijn ‘verwarde’ toestand.

Een paar dagen later maakte de politie cijfers bekend over het aantal verwarde mensen die zij op straat tegenkomt. Dat zijn er nogal wat. In 2013 moest de politie ingrijpen bij ruim 52.000 meldingen van ‘verwarde personen’. Twee jaar eerder waren dat er 10.000 minder. De politie schrijft: „Vaak is het eropaf sturen van een agent niet dé oplossing. Iemand met psychische klachten is geen crimineel, maar een patiënt.”

Minder bedden

Hoe is deze stijging van verwarde mensen op straat te verklaren?

Het antwoord is voor een belangrijk deel te vinden in ontwikkelingen binnen de geestelijke gezondheidszorg, blijkt uit gesprekken met deskundigen en onderzoeken naar de staat van de geestelijke gezondheidszorg. Ook de politievakbonden zien daarin de belangrijkste oorzaak. Ten eerste: het aantal bedden in klinieken wordt teruggebracht. Dat is jarenlang snel gegroeid; de klinieken werden te duur. Psychiatrische patiënten moeten daarom vaker thuis behandeld worden. Minister en veel ggz-behandelaars denken ook dat thuisbehandeling vaak effectiever is. Drie jaar geleden werd afgesproken dat er in 2020 voor eenderde minder patiënten plaats is in een kliniek.

Met het schrappen van behandelplaatsen is direct begonnen. Vorig jaar daalde het aantal bedden met 3 procent, becijferde het Trimbos-instituut (geestelijke gezondheid, verslaving) in januari. De 66 instellingen die aan de meting meededen (80 procent van het totaal), hebben samen ruim 26.000 bedden. Niet gemeten is of de zorg in de wijken, die door de gemeenten moet worden aangestuurd, die ontwikkeling kan bijbenen.

Het Trimbos constateert dat in de ene regio veel meer bedden verdwijnen dan in de andere. Judith Veenendaal, directeur van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten, denkt dat ‘de onrust op straat’ rechtstreeks te maken heeft met afname van geestelijke zorg in klinieken: „Het gaat erg snel, soms zonder dat er fatsoenlijke programma’s in de wijken klaar zijn. Daar ligt de oorzaak.”

Ook Jacobine Geel, voorzitter van belangenvereniging GGZ Nederland, vindt dat de omschakeling „heel snel” gaat. Weliswaar, zegt ze, zijn niet alle verwarde mensen op straat ggz-cliënten – soms gaat het bijvoorbeeld om dementerenden, die langer dan vroeger thuis blijven wonen. Maar een deel van de verwarden op straat kan volgens haar zeker gezien worden als „het gepiep, geschuur en gekraak” van een grote verandering in de geestelijke gezondheidszorg.

Net als Veenendaal ziet Geel dat nog niet alle gemeenten goede en voldoende ambulante programma’s hebben voor mensen met psychische problematiek die niet meer in instellingen terecht kunnen. Geel: „De beddenafbouw is een grote verandering, die leidt tot collateral damage. Pijnlijk is dat zo’n verandering in het leven van individuen diep kan ingrijpen. Sommigen vallen dan net buiten de boot. Hen zien we terug in de politieberichten.”

Perron Nul

In opvanghuizen voor daklozen zien medewerkers een groep oude bekenden terug. Rina Beers, beleidsmedewerkers van de Federatie Opvang, vertelt dat deze groep „terugkeert” doordat programma’s en plannen verdwijnen die de voorbije jaren juist grote groepen, vaak psychisch gestoorde, zwervers van de straat hielden.

Sinds 2006 kregen bijna 20.000 daklozen in de vier grote steden individuele begeleiding aangeboden. Bij meer dan 60 procent van hen verbeterde de situatie daardoor sterk, aldus het Trimbos. Door die aanpak, later overgenomen in heel Nederland, daalde de overlast door daklozen met 65 procent. Bekende overlastplekken zoals de ‘junkentunnel’ bij winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht en Perron Nul in Rotterdam – daar werden veel drugs gebruikt, passanten werden lastiggevallen – werden opgedoekt. Voor daklozen werd goedkope huisvesting geregeld, soms met zorg aan huis.

Maar nu die programma’s draaien en gemeenten de zaak alleen op gang hoeven houden, nemen de zorgen toe. Door afnemende mogelijkheden om opgevangen daklozen (begeleide) huisvesting te bieden, komen ze weer op straat terecht. En dan veroorzaken ze overlast, vertelt Rina Beers. „Ze komen weer terecht in het draaideurcircuit van daklozen.”

Psycholance

Er is overigens niet alleen slecht nieuws, vertelt Jacobine Geel van GGZ Nederland. Natuurlijk veroorzaken de daling van opvangprogramma’s in steden en de beddenreductie een onrustige periode, maar ze ziet ook goede, nieuwe initiatieven om verwarde mensen te helpen. In Eindhoven en Amsterdam rijdt bijvoorbeeld de Psycholance, een ambulance voor acute hulp aan verwarde mensen op straat. Daardoor is het niet nodig dat een politieauto met loeiende sirenes uitrukt, wat de chaos en paniek mogelijk verder zou vergroten. Het personeel van de Psycholance kan bekijken of de ‘verwarde’ zorg nodig heeft, of toch naar het politiebureau moet.

Het politiekorps Amsterdam-Amstelland heeft inmiddels een ruimte voor spoedeisend psychiatrisch onderzoek. Verwarde mensen die de politie heeft opgebracht, worden daar door medewerkers van de ggz beoordeeld. In Eindhoven en Noord-Holland-Noord zijn soortgelijke voorzieningen ondergebracht in psychiatrisch ziekenhuizen.

Volgens Geel is nu sprake van overgangsfase, waarin er ook een taak ligt voor ‘de maatschappij’. „Op eigen benen staan is voor patiënten moeilijk als ze jarenlang in een instelling hebben gewoond. Ambulante zorg vergt veel van hulpverleners, die anders moeten gaan werken. Maar er is ook een rol voor de samenleving. Verwarde mensen worden snel ervaren als too much. De huidige beweging vraagt – ook met het oog op de herstelkansen van deze patiënten – dat we beter leren omgaan met mensen die anders zijn.”