De rijken kopen al de politiek

In de VS worden de verkiezingen alvast gekocht door de veroorzakers van de crisis, betoogt Cees van Lotringen.

illustratie ruben l. oppenheimer

Park Avenue op Manhattan wordt regelmatig hermetisch afgezet. Dat gebeurt als de duisternis is ingevallen en zich incognito een man met zijn gevolg meldt bij één van de pompeuze appartementen van de superrijken aan de rand van Central Park. De onbekende is de president van de Verenigde Staten, Barack Obama. Hij is naar New York gekomen om het diner te gebruiken met de geldschieters van zijn verkiezingscampagnes.

Het is de gezaghebbende econoom Jeffrey Sachs – zelf woonachtig in dit gedeelte van Manhattan – die dit recentelijk op bezoek in Nederland vertelde. Volgens Sachs is deze anekdote tekenend voor de meritocratie die de VS thans is. Het volk kiest de president, maar lobbygroepen doen de voorselectie door te bepalen voor welke kandidaten de geldkraan opengaan. De belangrijkste onder hen zijn de miljardairs die geen belasting willen betalen.

Deze anekdote is een inkijkje in een wereld die zich inmiddels grotendeels buiten onze waarneming en ons begrip afspeelt. Het is een wereld die toenemend ons leven stuurt en manipuleert zonder dat we er veel vat op hebben. Het lijkt wel of onze wereld zich ontwikkelt tot The Matrix.

In deze gelijknamige film moet de hoofdpersoon kiezen tussen de rode of de blauwe pil. Met de eerste pil kan hij ontsnappen naar de ‘echte wereld’, die van de machthebbers. Kiest hij voor de blauwe pil, dan keert hij terug naar de Matrix – de wereld van de onwetenden en de dromers, die door een computersimulatie onder controle worden gehouden. In ons geval is de computersimulatie een wereldomspannende surveillancestaat. Het economische pendant hiervan is een bestuurselite van technocraten, centrale bankiers en zakenbankiers, die op de kredietcrisis heeft gereageerd met besluiten waarvan we de consequenties op de langere termijn niet kunnen overzien.

Zo werd ons van de een op de andere dag verteld dat wij in een crisis zijn beland, die vergeleken werd met de Depressie van 1929. De oorzaak waren producten waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden, zoals ‘opgeknipte en herverpakte hypotheekobligaties’. De gepresenteerde oplossing ging ons begripsvermogen ook al te boven: miljardensteun aan een aantal systeembanken (‘too big, too fail’) om een implosie van het financiële stelsel te voorkomen.

Kort na de kapitaalinjectie werd ons ‘quantitative easing’ in het vooruitzicht gesteld. Het is dezelfde Newspeak waar de machthebbers in George Orwell’s futuristische roman 1984 zich van bedienen, zoals ‘Ignorance is strength’. ‘Kwantitatieve verruiming’ klinkt onschuldig, maar is dat niet: er gaan namelijk op hol geslagen geldpersen achter schuil. De geldhoeveelheid wordt vergroot om schuldpapier op te kopen om zo een deflatoire spiraal te voorkomen. Maar de praktijk is weerbarstiger dan de theorie: banken gebruiken de liquiditeit maar beperkt om nieuwe bedrijfsleningen te verstrekken, maar vooral om hun balansen te versterken.

Dit beleid gaat gepaard met een extreem expansief rentebeleid. Het doel hiervan is om mensen voor hun spaardrift te straffen en ze aan te zetten tot consumptie om de economie te stimuleren. Maar ook dat lukt maar beperkt: mensen stellen uitgaven uit, omdat ze bang zijn voor hun toekomst. Dit zorgt voor deflatie en verder dalende rentes. Op maar liefst 3500 miljard dollar aan schuldpapier wordt nu al een negatieve rente betaald. De trend is stijgend. Professionele beleggers zeggen dat de ‘werkelijkheid onwerkelijk is geworden’. Ze vrezen een einde aan het pensioenstelsel.

De lage rente laat beleggers uitwijken naar risicovollere beleggingen, zoals aandelen. Dit kuddegedrag creëert assetbubbels. Iedereen weet dat, maar er is geen alternatief. Beleggers moeten rendement maken en slikken de rode pil. Ze kunnen slechts vertrouwen op ECB-president Mario Draghi die meer dan 1000 miljard euro in het systeem pompt. Hij garandeert het vangnet om de markten – zo lang het duurt.

Dit surrealistisch vangnet maakt dat de rijken alsmaar rijker worden en dat de kloof groeit met hen die uitsluitend van de vruchten van hun arbeid leven. Populaire, maar moeilijk te controleren lijstjes wijzen erop dat in 2016 1 procent van de wereldbevolking 50 procent van het totale vermogen zal hebben. Tegen die stuitende ongelijkheid is nu onder de dromers en de onwetenden, die aan deze crisis geen schuld hebben, een opstand in de maak. Nationale politici voelen dat feilloos aan en maken zich op om naar het belang van deze (electorale) meerderheid – en dus naar hun eigenbelang – te handelen. Daarvoor worden de geesten rijp gemaakt: de belasting op arbeid moet omlaag en die op vermogen omhoog, zo valt in Europese hoofdsteden en in het Witte Huis te beluisteren.

Wie goed kijkt ziet dat er nu gewerkt zou kunnen worden aan een scenario dat je de Grote Wisseltruc kunt noemen. Deze werkt als volgt: centrale banken die opgeblazen balansen hebben vanwege het opgekochte staatspapier laten deze kunstmatig gecreëerde liquiditeit plots in een virtueel zwart gat verdwijnen. Hooguit de boekhouder kraait daarnaar. De volgende stap komt van de politiek. Zij offert de rijken op om het eigen vege lijf te redden. Door hun vermogens en -winsten stevig af te romen, kunnen staatsschulden worden teruggedrongen en de steun van de electorale meerderheid van dromers en onwetenden behouden blijven. De Amerikaanse superrijken zien dat gevaar haarfijn. Daarom hebben ze miljarden over voor de financiering van verkiezingscampagnes en nodigen ze de president thuis uit aan de dis. Familiekapitaal bouw je namelijk maar één keer op.

    • Cees van Lotringen