Amerikaanse justitie: bewijs van racisme bij politie Ferguson

Betogers, enkele dagen na de dood van Brown. Foto AP - Jeff Roberson

Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft bewijs gevonden van stelselmatige raciale vooringenomenheid en stereotypering bij de politie in Ferguson. Agenten in de voorstad van St. Louis houden zonder redelijke grond mensen aan en arresteren zonder duidelijke aanleiding. Onderzoekers stelden volgens persbureau Reuters vast dat er sprake is van een gedragspatroon waarbij de grondwet en de federale wetten stelselmatig met voeten worden getreden.

De misstanden zijn niet alleen geconstateerd bij de politie, maar ook bij de gemeentelijke gevangenis en rechtbank, schrijft persdienst AP op gezag van een bron die betrokken is bij het onderzoek. In het rapport, dat op zijn vroegst morgen wordt gepubliceerd, staat volgens de bron dat de politie disproportioneel vaak buitensporig geweld gebruikt tegen haar zwarte medemens. Zwarte bestuurders zouden daarnaast veel vaker staande gehouden worden dan blanke bestuurders, terwijl de kans kleiner is dat ze smokkelwaar vervoeren.

Klachten over excessief geweld

Het onderzoek naar de politiepraktijken in Ferguson, Missouri, werd ingesteld na de dood van Michael Brown, afgelopen zomer. De zwarte tiener werd op 9 augustus op straat doodgeschoten door de blanke politieagent Darren Wilson, hoewel hij ongewapend was. De dood van Brown leidde tot demonstraties, rellen en plunderingen in het stadje. De overwegend zwarte bevolking daar klaagde al langer over excessief geweld van het voornamelijk blanke politiekorps.

In november besloot een twaalfkoppige volksjury na lang beraad dat Wilson niet zou worden vervolgd voor de dood van Brown. Na dit besluit braken weer rellen uit.

    • Laura Klompenhouwer