Als een losgeslagen kudde rendieren in het donker

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: het Vioolconcert van Jean Sibelius.

Zin in een spelletje? Ja? Ik noem een lijstje namen, en jij maakt het rijtje af. Duidelijk? Gaan we dan.

Beethoven. Mendelssohn. Bruch. Brahms. Tsjaikovski.

Nou?

Oké, een hint. Deze mensen zijn verantwoordelijk voor de grootste Romantische vioolconcerten. De meesterwerken die nu nog worden gespeeld en die iedere solist wordt geacht op zijn repertoire te hebben.

Nog een paar hints? Hij wordt gezien als de nationale componist van Finland. Schreef zeven bij leven gepubliceerde symfonieën en allerlei muziek die verwijst naar zijn land en volk (zoals de Karelia Suite en Finlandia).

Ik heb het over Jean Sibelius (1865-1957). Zijn Vioolconcert in d-klein, geschreven in 1904, is het vaakst uitgevoerde vioolconcert uit de twintigste eeuw. Deze week staat het op het programma bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Solist is de Duitse Anne-Sophie Mutter. Woensdag en donderdag klinkt het in Amsterdam, daarna kun je het nog horen in Duitsland en Parijs. Dat moet je vooral doen, als je de kans hebt.

Het Vioolconcert is een merkwaardig stuk. Heel virtuoos, al was het de componist daar niet om te doen. Het is geen showpiece – al die dubbelgrepen (wanneer meerdere tonen tegelijk klinken) en vlugge nootjes staan geheel in dienst van de muziek. Het is merkwaardig omdat het in de laatRomantiek geworteld is, maar tegelijkertijd heel modern is in de manier waarop de viool en het orkest met elkaar communiceren. In het klassieke concerto nemen solist en orkest het als het ware tegen elkaar op. Bij Sibelius zijn de partijen amper los van elkaar te zien.

Maar wat is er precies zo goed aan? Het zit vol lyriek. Daarmee lijkt Sibelius een erfgenaam van Tsjaikovski. Toch zou de Rus dit niet hebben kunnen schrijven. Sibelius onderscheidt zich onder meer met zijn ritmiek. Luister naar de opening van het opwindende derde deel, waarin de pauken en de lage strijkers net een ander ritme hebben. Het effect: hoefgetrappel, zoiets. Gezien de noordelijke plaats van herkomst zou je je er ook een losgeslagen kudde rendieren bij voor kunnen stellen. Als dan die vioolsolo erin komt – in nóg een ander ritme – is het feest compleet.

En dan is dit stuk ook nog eens zo mooi gekleurd. Zo donker, door die hoorns en trombones klinkt het veel symfonischer dan de concerten van al zijn grote voorgangers. De donkere orkestklanken worden trouwens ook vaak in verband gebracht met Finland. Da’s dan weer een beetje gek. Alsof het daar in het noorden het hele jaar donker is. Tsss!

    • Merlijn Kerkhof