Afrika verhuist naar digitale tv

Dit jaar moeten Afrikaanse landen overstappen van analoge op digitale tv. In Kenia leidt dat direct tot problemen.

Tv kijken in een restaurant in Nairobi. De populairste zenders zijn uit de lucht. Foto Dai Kurokawa/EPA

Het spel wordt hard gespeeld. Op wat een columnist noemde „barbaarse en primitieve wijze” zijn de Keniaanse televisiekijkers sinds drie weken van hun belangrijkste zenders beroofd.

En dat allemaal door de verhuizing van het tv-signaal van analoge naar digitale uitzending. Net als in andere landen op het continent vinden in Kenia commerciële veldslagen plaats tussen een Chinees bedrijf, onbuigzame Afrikaanse mediaondernemingen en autoritaire overheden.

Direct na een uitspraak van de Hoge Raad in Nairobi op 13 februari bestormden gewapende agenten de analoge zendmasten op een heuvel buiten de hoofdstad. Ze bewerkstelligden dat de drie populairste televisiestations in Kenia – Nation, KTN en Citizen – niet meer kunnen uitzenden. De drie stations trokken naar schatting 80 procent van alle kijkers. Maar nu zijn alleen de staatsomroep en het station van president Uhuru Kenyatta nog in de lucht.

Zowel commerciële belangen als persvrijheid spelen een belangrijke rol in de controverse. Wereldwijd is afgesproken over te stappen naar digitale uitzendingen en Afrika moet die verhuizing dit jaar hebben volbracht. Door de breedbandtransmissie komt meer ruimte vrij voor tv-stations. Nadeel is wel dat de consument nu moet gaan betalen. De kijker moet een speciaal kastje kopen om het signaal te decoderen, dat in Kenia wordt aangeboden door het staatsbedrijf Signet en door Star Times, een dochteronderneming van het Chinese concern Pan Africa Network Group (Pang).

En televisie is aantrekkelijk voor adverteerders. Er is Nation TV, KTN en Citizen veel aan gelegen zelf een bedrijf op te richten dat hun signalen digitaal kan doorzenden. Nu staan ze buitenspel. De overheid heeft de extra tijd niet gegund om de benodigde, dure apparatuur te importeren. Mediahuizen, die vaak zowel een krant als radio- en tv- stations exploiteren, lijden grote verliezen en dreigen in de rode cijfers te raken.

Met het excuus op voorhand niet te lijden aan sinofobie (een ziekelijke afkeer tegen de snelgroeiende Chinese invloed in Afrika) betoogde columnist Jaindi Kisero van de Daily Nation afgelopen week dat Kenia zich nationalistischer moet opstellen. „Als (nationale) belangen botsen met met Chinees kapitaal (…), word je ongewild uitgespeeld tegen een onaantastbare keten van invloedrijke manipulatoren van de macht.”

Volgens hem domineert Star Times de digitale migratie in Afrika, onder andere in Malawi, Kenia, Nigeria, Ghana, Rwanda, Tanzania en Oeganda. Het bedrijf zou obscure deals hebben gesloten met ministers van Informatie en Telecommunicatie en met staatsomroepen.

In Mozambique bleek de dochter van een ex-president aandeelhouder van het Chinese bedrijf. Overheden in Oeganda en Ghana verbraken hun contracten na ruzies met Star Times.

Sinds Uhuru Kenyatta twee jaar geleden bij controversiële verkiezingen tot president van Kenia werd verkozen, heerst er een ijzige atmosfeer. De media en niet-gouvernementele organisaties liggen onder vuur. Met als excuus dat bestrijding van de Somalische terreurgroep Al-Shabaab de absolute prioriteit heeft, probeerde de regering zelfs basisvrijheden in de grondwet, zoals persvrijheid, op te schorten. Maar nadat daar eerst parlementair verzet tegen was gerezen, noemde de rechter de meeste voorstellen „ongrondwettelijk”.

Los daarvan pleiten de oppositiepartijen al langer voor grondwetswijzing, opdat democratische vrijheden beter worden verankerd en decentralisatie van bestuur verder gaat. Ze hadden een grote campagne voorbereid voor een referendum over zo’n grondwetswijziging. Maar dat is nu even op de lange baan geschoven. Want om publieke steun te krijgen, hebben ze de televisiestations hard nodig.