Aan gedresseerde paardjes geen behoefte

Minister Bussemaker vroeg – nog vóór alle protesten van nu – aan studenten wat er veranderd moet worden binnen het hoger onderwijs. De winnaar van deze essaywedstrijd is Karlijn Ligtenberg. Zij pleit voor een combinatie van studeren, werken en reizen.

Illustratie Tomas Schats

Misschien kunnen we Sarah Stein Greenberg (directeur van het Institute of Design van Stanford University) eens uitnodigen om haar gedachten te laten gaan over het Nederlandse hoger onderwijs. Bij ‘Wired by Design’, een conferentie voor creatieve probleemoplossers in de techniekbroedplaats San Francisco, gaf Stein Greenberg een betoverende speech over de staat van het Amerikaanse hoger onderwijs.

Laat de volgende uitspraak van deze slimme onderzoekster even tot je doordringen:

„If I told you that you could exercise every day for the next four years and at the end of the four years you would be fit for the rest of your life, you would laugh.

Waarom verwachten we van jongeren dat ze na vier jaar de kennis hebben om een leven lang vooruit te kunnen?

Wat zou er gebeuren als studenten veel langer de tijd krijgen, zodat ze periodes van studie kunnen afwisselen met een periode van werk of reizen buiten de universiteit of hogeschool? Stein Greenberg illustreert dit plan met het verhaal van een jonge studente die haar major onderbrak om een jaar (een loop out, noemt ze zo’n break) mee te werken aan een politieke campagne. Na terugkomst had ze veel beter zicht op de rol die haar studie in haar leven speelt.

Zwaard van Damocles

In Nederland kunnen we genoeg doen om het onderwijs wat flexibeler te maken en daardoor de weg naar het diploma persoonlijker te maken – als we het maar willen. Laten we de nominale studieduur voorgoed vaarwel zeggen en onszelf een plezier doen door de norm voor studieduur vast te stellen als volgt: nader te bepalen door student.

Snelstudeermaatregelen hangen als het zwaard van Damocles boven het hoofd van de student, iets dat kritische reflectie op waar hij mee bezig is niet bevordert. Zolang restricties als een bindend studieadvies blijven bestaan, worden studenten gemotiveerd om zich snel en kritiekloos door hun studie heen te haasten.

Ik zou zeggen: aan gedresseerde paardjes bestaat nergens echt behoefte. Laat een student gedurende zijn studie juist plannen wijzigen. Plannen bijwerken, opvijzelen en aanpassen. Precies dat is een blijk van ontwikkeling en zelfinzicht. Studenten moeten naarmate ze the bigger picture voor zich zien, kunnen bezien of de opleiding waar ze misschien wel midden in hun examenstress voor kozen, nog altijd aansluit bij hun missie. Dat de toekomstdroom onderweg bijgeschaafd moet worden, is geen verrassing – zeker niet wanneer je studiecarrière al op zo’n jonge leeftijd begint.

Techniek verdringt pen en papyrus

In 2030 is het een halve eeuw geleden dat de persoonlijke computer langzaam zijn intrede deed in het dagelijks leven. Met een sneltreinvaart heeft techniek zijn plek veroverd in de samenleving. Die nabijheid van de techniek kan het hoger onderwijs goed van pas komen. (Dat we in 2014 zelfs op enkele universiteiten laptops uit collegezalen weerden en studenten verplichtten terug te gaan naar pen en papyrus, dat hebben we over vijftien jaar waarschijnlijk verdrongen.)

Wat mij opviel toen ik me inschreef voor een massive open online course (mooc) – die ik geheel volgens de mooc-trend niet helemaal afrondde – is de uitgebreide online leeromgeving. Niet alleen filmpjes met een prof en powerpoints wachtten op mij, maar ook (zelf)tests, discussiefora waaraan docenten deelnamen. Als ik wilde, voorzagen andere studenten mij van feedback. Tussendoor vond ik nog een interessant TED-filmpje of een lezenswaardig paper: ik kon daar veel meer halen dan slechts een collegereeks.

De Amerikaan Kevin Carey, die ook onderzoek doet naar de zogenoemde mooc’s, stelt dat het persoonlijk leren door de opkomst van kunstmatige intelligentie een serieuze boost kan krijgen. Deze tak van wetenschap is volop in ontwikkeling en wat er over tien jaar mogelijk is op dit gebied, durf ik nauwelijks te voorspellen. Produceren robots tegen die tijd wetenschappelijke artikelen? Kijken ze tentamens na? Wie het weet, mag het zeggen.

Zoek de verschillen

Hoe zou het voor een docent zijn als ik voor aanvang van een cursus een test maak (wat weet ik al over dit onderwerp?) of mijn interesses aangeef, gegevens die worden samengebracht met de wensen en het kennisniveau van andere studenten? Zo worden de verschillen tussen studenten duidelijk. Een docent krijgt een goed beeld van waar hij zijn pijlen op kan richten en heeft zo een middel om zijn toekomstige groep studenten te leren kennen.

Of we bouwen een goed systeem waarbij we ons laten inspireren door de algoritmen van sociale media. Volg je iemand op Twitter bijvoorbeeld, dan geeft het systeem achter het microblog direct aan welke twitteraars je weleens interessant zou kunnen vinden. Ik stel me voor dat wanneer ik een cursus over mens en toekomst heb afgerond in Nijmegen, ik de tip krijg om te gaan kijken bij de Universiteit Twente. Daar begint namelijk over twee weken de minor Imagining Tomorrow’s World, die perfect aansluit bij het afgeronde vak. Op die manier brengt de techniek ons – de student, maar ook de docent – zo dicht mogelijk bij onze passie en leren we buiten de grenzen van de eigen universiteit en hogeschool.

Heilige hoorcolleges

Terug naar Stein Greenberg. De Stanford-onderzoekster maakte alle toehoorders direct bewust van de ruimte waar ze zich bevonden. Stein Greenberg staat als expert op het podium, het publiek luistert (aandachtig?) naar haar. Dat zijn de grove contouren van het hoorcollege dat door de eeuwen heen onlosmakelijk verbonden raakte met het hoger onderwijs.

Toen online learning-specialist Donald Clark in 2013 in Nijmegen sprak, kreeg hij zijn publiek aan het lachen met een veertiende-eeuws kunstwerk waarop een collegezaal was afgebeeld. De prent van Laurentius de Voltolina spreekt boekdelen: de studenten zijn met van alles bezig, maar „no one is paying attention!” analyseerde Clark. Hoorcolleges zijn vaak nogal… boring. Genoeg studenten en docenten die zo nu en dan ook eens zo’n klaagzang afsteken: die grote hoorcolleges zijn een moetje – in het werkcollege of tijdens een practicum, dáár gebeuren de interessante dingen.

Metamorfose

Het noodzakelijke (basiskennis) kunnen we verenigen met het aangename (de boeiende discussies in werkcolleges of bevindingen in practica). Laten we de jaarlijks terugkerende introductiecursussen een metamorfose geven tot een online module die door studenten als voorbereiding te bestuderen is.

Daardoor kun je met de docenten meteen de diepte in, iets wat veel docenten en studenten als het huzarenstuk van onderwijs zien: discussiëren, practica, een excursie naar een bedrijf of persoonlijke begeleiding bij een paper. Er zijn bij online learning-experts ongetwijfeld meer ideeën om te experimenteren met een alternatief voor hoorcolleges. Daar zou geld voor vrijgemaakt moeten worden. Docenten kunnen dan meer tijd aan onderwijs in kleine groepen en aan eigen onderzoek besteden. Want er zullen in 2030 toch hopelijk ook veel meer docenten aangetrokken worden met Bussemakers miljard.

Ik hoop en droom ten slotte, maar niet ten laatste, dat er ruimte wordt gemaakt om studierichtingen bij elkaar te brengen. Dat zie ik nu al gebeuren bij honoursprogramma’s, waar studenten van allerlei studies samen een probleem kunnen aanpakken in denktanks of een ander interdisciplinair onderzoek. Waarom is die ontmoeting van werelden slechts weggelegd voor de excellent few? De dynamiek die de samenleving rijk is, mag wel wat meer terugkomen in het onderwijs.