Vredesakkoord regering Mali en Toearegs neemt scepsis niet weg

Regering en rebellen van Mali hebben na maandenlang vredesberaad in buurland Algerije een principeakkoord bereikt waarbij de noordelijke Toearegs heel beperkt zelfbestuur krijgen.

Volgens de Algerijnse minister van Buitenlandse Zaken, Ramtane Lamamra, die de onderhandelingen leidde, hebben alle partijen hun paraaf gezet onder het akkoord. Dat moet op 20 maart in Mali officieel worden bezegeld. Een deel van de opstandige Toearegs zegt evenwel eerst „de achterban te willen consulteren”. Binnen de Verenigde Naties – met een vredesmacht van rond de tienduizend man in Mali, onder wie 450 Nederlanders – bestaat scepsis.

Vier keer in de afgelopen vijftig jaar kwamen de Malinese Toearegs in opstand voor een eigen staat. Na de laatste opstand in 2012 en de daarop volgende bezetting van Noord-Mali door moslimradicalen werd besloten dat vredesoverleg de historische grieven voor eens en altijd moest beslechten. De Toeareg-opstandelingen zijn echter na het echec in 2013, toen hun opstand werd gekaapt door religieuze extremisten, niet geliefd in de rest van het land. De regering zette een eigen gematigde Toearegbeweging op, de Gatia, die tegen onafhankelijkheid is. Bovendien zijn de radicale Toearegs militair zwak en verdeeld. Ze hebben weinig invloed bij de onderhandelingen.

Het akkoord spreekt nauwelijks over autonomie of federalisme, wel over regionale parlementen, opname van de rebellen in het regeringsleger en over meer noordelingen in het overheidsapparaat. Dit zijn elementen van eerdere, mislukte vredesverdragen. De Toearegs kregen de afgelopen maanden klappen van de Gatia en moesten ingenomen gebieden prijsgeven. Het regeringsleger is zich aan het versterken en nieuw materieel, zoals gevechtshelikopters, is gesignaleerd op de luchthaven bij Bamako. In de huidige militaire verhoudingen blijft de Toearegs weinig keuze over.

Volgens analisten bestaat het risico dat, wanneer het akkoord wordt bezegeld, radicale Toearegs soelaas zoeken bij extreme moslimgroepen die zijn verbonden aan Al-Qaeda. Deze bij de Franse militaire interventie in 2013 verdreven groepen waren niet betrokken bij het overleg in Algiers.