Steeds meer weerstand tegen student-promovendus

Promotie-experiment dreigt nu al te mislukken.

Onder de Nederlandse universiteiten groeit de weerstand tegen het geplande experiment met student-promovendi. Afgelopen donderdag liet de Universiteit Maastricht weten er niet aan mee te zullen doen. „We zien niets in het plan”, zei een woordvoerder. Eerder hadden de universiteiten van Eindhoven, Nijmegen en Tilburg zich al tegen het experiment gekeerd.

Minister Bussemaker (Wetenschap, PvdA) kondigde het experiment eerder deze maand aan. Het start op 1 januari 2016. In acht jaar tijd mogen de universiteiten maximaal 2.000 student-promovendi aanstellen. Zij hebben niet meer de status van werknemer, maar van een student op een beurs. Ze hoeven geen onderwijs te geven en doen alleen onderzoek.

Meteen na de aankondiging keerden vakbonden en promovendi-organisaties zich al tegen het experiment. Vorige week schreven meer dan honderd leden van universitaire medezeggenschapsraden een brief aan de universiteitsbestuurders waarin ze hun bezwaren opsomden.

Student-promovendi hebben slechtere arbeidsvoorwaarden en minder financiële zekerheid, schrijven ze. De nu nog goede reputatie van het Nederlandse promotiestelsel zal in hun ogen worden aangetast. En doordat student-promovendi alleen onderzoek doen en geen onderwijstaken hebben, verminderen hun kansen op de arbeidsmarkt. Ruim tweederde van de gepromoveerden kan niet verder in de academische wereld en moet de carrière daarbuiten voorzetten. Het jaarlijks aantal promoties is de afgelopen decennia opgelopen van 1.900 in 1990 tot 4.300 in 2013.

Minister Bussemaker wil via het experiment testen of het promotiestelsel meer in lijn te brengen is met dat van omringende landen, waar de student-promovendus al bestaat. Ze verwacht dat Nederland aantrekkelijker wordt voor buitenlandse studenten.

De afgelopen dertig jaar hebben diverse universiteiten geprobeerd student-promovendi aan te stellen. Maar dat leidde steeds tot protesten en rechtszaken. In 2011 wilde de overheid de aanstelling van student-promovendi bij wet mogelijk maken, maar de Raad van State adviseerde negatief over het gepresenteerde plan. Minister Bussemaker wil nu alsnog, tijdelijk, experimenteren.

De universiteiten in Groningen en Twente hebben laten weten wel aan het experiment mee te willen doen. De Wageningen Universiteit, waar 60 procent van de circa 2.000 promovendi uit het buitenland komt, ziet er volgens een woordvoerder „niets in voor Nederlandse studenten”, maar wel voor de groep buitenlanders op een zogeheten sandwichbeurs. Daarbij verblijft de promovendus deels in Wageningen en deels in het land van herkomst. „Ze nemen een beurs mee en wij betalen dan een deel uit aan hun instituut. Maar wij moeten vervolgens van de Belastingdienst hier extra sociale lasten afdragen.”

De universiteiten van Amsterdam (VU en UvA), Delft, Leiden, Rotterdam en Utrecht laten weten dat ze zich nog aan het beraden zijn.