Column

Kees hoort er ook bij

Wanneer je het Maagdenhuis betreedt, zie je natuurlijk studenten. Soms zijn er docenten die college geven, soms is er een speciale spreker (vrijdag: Emile Roemer), soms een muzikant (vrijdag: rapper Typhoon). Maar er zijn ook beveiligers, ingehuurd door de Universiteit van Amsterdam. Ze zitten met z’n drieën bij de ingang, blikjes energiedrank bij de hand.

Kees past in het standaard plaatje: kaal, lang en breed. Al vijfentwintig jaar werkt hij in de beveiliging. Normaal doet hij evenementen, maar nu het Maagdenhuis door studenten is ingenomen, had de UvA een extra betrouwbaar iemand voor de nachten nodig. Hij is tot eind deze week ingeroosterd en verwacht dus niet dat er ontruimd gaat worden.

Kees is van zeven uur ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends aanwezig. Dan rijdt hij naar huis, slaapt een paar uur, en komt weer terug. Onderweg belt hij zijn moeder. Kees wijst op het zilveren V’tje op zijn borst. Bij zijn collega Samir staat dat voor ‘voorzien’, bij hem voor ‘vrijgezel’ – zes jaar alweer. Beveiliger zoekt vrouw, „Beetje praten, je ervaringen delen, samen een weekendje weg, samen sporten. Dat mis ik.”

Hij mag er niets van vinden, maar als je het hem persoonlijk vraagt: hij is het niet eens met de bezetting. Los van de inhoudelijke zaak die de studenten bepleiten, is hij opgevoed met het idee dat je van andermans spullen afblijft. Hij heeft een sterk plichtsbesef. Vandaar dat woensdag een klotedag was; de studenten braken binnen en hij kon dat niet voorkomen. Het bestuur leidde hij door de achterdeur naar buiten. Bang waren ze niet. „Niemand is bang met mij erbij.”

Zelf is hij weleens bang. Als clubportier kreeg hij eens een pistool op zijn hoofd gedrukt. De man mocht niet naar binnen toe. „Ik zei toen: ‘Als je nu die trekker overhaalt, lig je er binnen 24 uur naast.”’ Hij weet zelf ook niet waar zo’n zin vandaan kwam. Ter illustratie trekt hij aan zijn mouw; de woorden rolden er zo uit. Later pas stortte hij in. „Ik poepte in mijn broek. Letterlijk hè.”

Wanneer er iets – gevoel – uit moet, zet hij een trekkende film op. Bijvoorbeeld The Green Mile. „Dan moet ik zo hard huilen. Zelfs nu krijg ik kippenvel als ik aan die scène denk waarin die grote man op de elektrische stoel zit.” Onschuldig. Beoordeeld op huidskleur.

Dat is het grote minpunt van zijn baan. Je leert mensen beoordelen. „Racial profiling, je wilt het niet, je doet het toch. Roemenen komen een festivalterrein niet op. Ze staan bekend als zakkenrollers. Turken en Marokkanen komen een club niet binnen: ze vallen vrouwen lastig.”

Hij is geen student. Zijn aanwezigheid is geen protest, hij krijgt ervoor betaald. Hij past niet in het profiel. Maar hij is twaalf uur per dag in het Maagdenhuis: zijn verhaal hoort er ook bij.