Publiek is in goede handen bij aimabele verteller Fuad Hassen

Zijn naam betekent „goed hart”, zegt de jonge cabaretier Fuad Hassen. Maar dat is niet het eerste waar mensen aan denken als ze hem zien. Eerder aan hardlopen. In zijn debuutprogramma Pareidolia gaat Hassen – geboren in Eritrea, opgegroeid in Brabant – dieper in op het onderwerp perceptie, over hoe mensen elkaar zien en denken te kennen.

Bij Hassen is racisme in eerste instantie een kwestie van onbegrip en misverstand. Er ontbreekt informatie over de ander en in zo’n geval vult ons brein dat zo logisch mogelijk aan. Hij begrijpt dat, zegt hij, en maakt er op gemoedelijke toon grapjes bij die toch vooringenomenheid willen blootleggen.

Het zou geen kwaad kunnen als die iets meer zouden schuren. Zo grapt hij dat zijn moeder op Oprah Winfrey lijkt. Want ze is – en na die woorden pauzeert hij even – donker. En dan lijk je al snel op Oprah Winfrey. De stilte die hij laat vallen tussen ‘is’ en ‘donker’ is een uitnodiging aan het publiek om een woord of beeld in te vullen. En zichzelf mogelijk op een verkeerde gedachte te betrappen. Dat maakt de grap.

Als Hassen zijn afkomst en uiterlijk niet mengt in zijn verhalen, begeeft hij al snel zich op uitgesleten paden in het cabaret. Klagen dat biologisch eten zo duur is, dat de Albert Heijn een rotwinkel is en dat gaan samenwonen betekent dat je in de wij-vorm moet gaan denken. Wat dat deel van de show redt is het verhaal dat dat hij vanwege de allergie van zijn vriendin glutenvrij moet leven, en steeds vrouwelijker wordt. Met veel zelfspot werkt hij dat uit.

Hassen (1981) was in 2013 een sterke finalist van cabaretfestival Cameretten. In dit debuut is hij vooral een innemende verteller die het publiek het vertrouwen geeft in goede handen te zijn. Dat is ook zijn achilleshiel. Het kabbelt nog te veel. En de stiltes waarmee hij het publiek uitdaagt, tonen weliswaar zijn beheersing, maar kunnen nog prikkelender worden ingezet. Hij heeft voldoende in huis om minder bescheiden te zijn.