Mijn vader en ik waren nooit echt gesprekspartners Mijn dochter en ik waren nooit echt gesprekspartners

Een boek over familie is vaak een afrekening – maar niet het vrolijke Vader&Dochterboek van Hannah en Bert Wagendorp. Toch leerden zij er ook van. „De mailwisseling die we voor het boek schreven moest openhartig worden.”

Persoonlijk archief

‘Je kunt een familieband pas onderzoeken als je er afstand van hebt genomen. Als je ruimte hebt om ernaar te kijken.” Daar was de tijd rijp voor, vertelt schrijver en columnist Bert Wagendorp. Vorige week verscheen het Vader&Dochterboek. Bert schreef het samen met zijn dochter Hannah. We spreken ze er los van elkaar over.

Het werd een vrolijk boek vol lijstjes en rubriekjes, luchtig als een tijdschrift, met recepten en muzieklijstjes en tips voor vader-dochteruitjes, portretten van beroemde vaders en dochters. Maar er staan ook verhalen in over wat de wetenschap weet over vader-dochterrelaties. De ruggengraat van het boek vormt een mailwisseling waarin vader en dochter Wagendorp hun relatie onderzoeken.

Bert schrijft daarin dat hij altijd al liever een meisje wilde – of was Hannah liever een zoon geweest? Hannah schrijft dat ze wel een beetje jaloers was op ‘de mannelijke manier van denken’ en dat ze wel een broertje of zusje had gewild. Bert grapt dat ze maar moest ‘bedenken dat we ook hadden kunnen besluiten helemáál geen kinderen te krijgen, en dan had je pas echt met de gebakken peren gezeten’.

Vader is nu gelijk aan dochter

Zo kan het dus óók uitpakken. Momenteel lijkt familie in letterenland vooral een kwaadaardige aandoening: een autobiografisch boek over familiebanden is vaak een vereffening van een openstaande rekening – zie Maarten ‘t Hart, zie Adriaan van Dis. Er kan nu afgerekend worden, want die ouders zijn er niet meer.

Hannah en Bert zijn er nog. Maar: „Voor ons was het boek ook een soort afsluiting”, vertelt Bert. „De vader-dochterrelatie is er natuurlijk nog wel, maar die is veranderd in een verhouding van gelijkwaardigen. Ik ben nu vader zonder de corrigerende, opvoedende taak.” Hannah: „Dat is mooi: dat we nu echt een gesprek kunnen hebben. Niet over hoe het ging op school, maar over hoe het gaat in de wereld.”

Het idee voor het Vader&Dochterboek ontstond tijdens een etentje met z’n tweeën. „Ik had net mijn richting gevonden”, zegt Hannah, sinds kort studente aan de Schrijversvakschool. „Vroeger heb ik me afgezet tegen het feit dat ik ook van schrijven houd – ik wilde lang niet dezelfde kant op als mijn ouders, maar toen ik me erbij had neergelegd was het leuk om die passie te kunnen delen met mijn vader.”

Nee, we gingen niet in therapie

Ze maakten het boek samen, maar schreven apart. Hannah: „We hebben nooit naast elkaar voor de computer gezeten, op elkaars lip. Dat zou niet goed gegaan zijn.” Bert: „Hannah was een tamelijk ongedisciplineerde adolescent, tegen het luie aan. Ikzelf ook, hoor. Maar dat beeld dat ik van haar had is tijdens het schrijven totaal onderuitgegaan. Van ons tweeën bleek zij de meest consciëntieuze. Ze is erg op details, heel toegewijd.”

De samenwerking verliep harmonieus – ze verdeelden de onderwerpen zonder slag of stoot. Bert: „Dat ging in grote harmonie. En dat vond ik niet vanzelfsprekend, want dat is niet altijd zo geweest. We hebben vroeger wel strijd gehad.” Hannah: „Ja, het ging in grote harmonie. Maar dat verraste me niet. We zijn vrij nuchter aangelegd, het ligt niet in onze aard om daar een conflict over te hebben.”

Het was immers hun doel om samen iets leuks te doen, „anders hadden we beter gezamenlijk in therapie kunnen gaan”, zegt Bert. Hannah: „Maar die mailwisseling moest openhartig worden, vonden we. Daardoor kwamen onderwerpen ter sprake als de scheiding van mijn ouders en de tijd dat we in Engeland woonden omdat mijn vader daar correspondent was. Mijn vader bleek spijt te hebben van die tijd, hij vond dat hij mij verwaarloosd had.” Bert: „Maar dat gevoel had zij helemaal niet, bleek nu.”

Hannah: „Ik weet niet of we het zonder het boek daarover zouden hebben gehad. We waren nooit echt gesprekspartners op een dieper niveau.”

De merkwaardige aard van de relatie

Die afstand ligt ook een beetje in de aard van de vader-dochterrelatie, denkt Bert. „Het heeft iets mystieks: je dochter is een wezen dat wezenlijk anders is dan jij. Een jongetje kan ik wel snappen, ik ben zelf een jongetje geweest. Maar een meisje kan iets wat ik niet kan en nooit zal kunnen: ze kan leven voortbrengen. Zij is voor de helft gemaakt van mij, genetisch, en toch is ze ook totaal anders. Dat is intrigerend.”

Hannah: „Toen ik puber was, kon mijn vader snel boos op me worden. Dan deed ik iets en klapte hij meteen uit elkaar. Met mijn moeder had ik dat nooit. Misschien komt het doordat mijn vader en ik allebei nogal koppig kunnen zijn, maar misschien is het iets van vaders en dochters.”

Bert: „Een doel van het boek was om te laten zien dat vaders en dochters een bijzondere, andersoortige band hebben dan moeders en zonen, vaders en zonen, moeders en dochters. Dochters die door alleen hun vader waren opgevoed werden beduidend succesvoller in het leven, las ik in een studie. Vaders pushen hun dochters meer, terwijl moeders meer de neiging hebben om een vriendschappelijke band te krijgen met hun dochter.”