Koelizjnikov en Bowe oppermachtig

In het eerste jaar van de nieuwe olympische cyclus zijn de krachtsverhoudingen ingrijpend veranderd.

Wereldkampioen sprint Pavel Koelizjnikov (r) wordt door zilveren-medaillewinnaar Hein Otterspeer gefeliciteerd. Foto Vincent Jannink/ANP

De beste schaatsers van de wereld streden in de Adler Arena van Sotsji om de olympische medailles, hij niet. In alle anonimiteit voltooide Pavel Koelizjnikov maar weer eens een training, op zijn thuisbaan in Kolomna meestal of in het krachthonk desnoods. Na een schorsing wegens doping bij de WK junioren van 2012 mocht de jonge Rus twee jaar lang geen wedstrijden rijden. Wie kende hem nog, een jaar geleden?

Brittany Bowe begreep er niets van. Fabelachtig was haar wereldrecord op de duizend meter in het olympische voorseizoen: 1.12,58. Hiervoor had ze een carrière als basketbalprof opzij gezet, om de beste te worden op schaatsen. Olympisch goud, in Sotsji moest het gebeuren. Haar klasseringen? Dertiende (500 meter), achtste (1.000) en veertiende (1.500). Iemand die in haar nog een toekomstig heerser zag op sprint en middenafstand?

Oppermachtig werden twee naamloze schaatsers van vorig seizoen gisteren in het prachtige maar niet bijster sfeervolle ijspaleis Alau van Astana wereldkampioen sprint, voor de eerste keer in hun loopbaan. De pas 20-jarige Koelizjnikov won drie van de vier afstanden en bleef Hein Otterspeer en landgenoot Aleksej Jesin meer dan een punt voor. Bowe (27) zegevierde zelfs op alle afstanden, had 1,22 punt voorsprong op haar landgenote Heather Richardson en meer dan drie volle punten op nummer drie, Karolina Erbanová uit Tsjechië.

In het eerste jaar van de nieuwe olympische cyclus naar Pyeongchang 2018 zijn de krachtsverhoudingen op de sprint ingrijpend veranderd. Koelizjnikov heerst dit seizoen al sinds de eerste wereldbekerraces in Obihiro, uitgerekend de plek waar hij in 2012 werd betrapt op het gebruik van methylhexanamine. Twee weken geleden won hij goud en zilver bij de WK afstanden in Heerenveen. „Ik had geen twijfel over mijn zege”, vertelde gisteren op de persconferentie.

Jevgeni Grisjin was in de jaren vijftig de eerste Russische wondersprinter, Valeri Moeratov in 1970 de eerste winnaar van de WK sprint en Igor Zjelezovski is nog altijd de meest succesvolle sprinter met zes titels. Maar Koelizjnikov – de eerste Russische sprintkampioen sinds Sergej Klevtsjenja in 1997 en de jongste winnaar sinds Eric Heiden in 1977 – heeft het in zich om de beste te worden van allemaal. Geboren in de Siberische kou van Vorkoeta, waar hij vooral tafeltenniste; getogen in Kolomna, waar hij op ijshockeyschaatsen begon. En nu met een unieke combinatie van kracht en techniek binnen een jaar een klasse apart.

De machtsgreep van Koelizjnikov staat niet op zichzelf. De Russen hebben voor het eerst sinds jaren weer een sterke lichting sprinters. Naast de bronzen medaille voor routinier Jesin (27), die bij WK’s tot nu toe nooit verder kwam dan een negende plaats in 2011, reed ook Roeslan Moerasjov een sterk toernooi. De 22-jarige generatiegenoot van Koelizjnikov werd op de slotafstand gediskwalificeerd, anders waren de Russen met drie man bij de eerste vijf geëindigd. En dan beschikt sprintcoach Dmitrij Dorofejev, zelf in 2006 winnaar van olympisch zilver, nog over sterke sprinters als Denis Koval en Artem Koeznetsov. Ook de winnaar van de 500 meter bij de wereldbeker voor junioren, Michael Kazelin, komt uit Rusland.

Waar de Russen terrein winnen, dreigen de Nederlanders terug te vallen. De machtige sprintbolwerken van de coaches Jac Orie en Gerard van Velde zorgden in Sotsji nog voor ongekend succes bij de mannen: de clean sweep op de 500 (Michel Mulder, Jan Smeekens en Ronald Mulder), goud (Stefan Groothuis) en brons (Michel Mulder) op de 1.000 meter. Bij de vrouwen won Ireen Wüst zilver op de duizend meter, Margot Boer voegde daar twee keer brons aan toe.

In Astana haalde alleen Otterspeer, die er vorig jaar niet in slaagde zich voor de Spelen te kwalificeren, het podium. De nationaal kampioen won de eerste duizend meter en voegde daar drie degelijke afstanden aan toe. Met zilver verbeterde hij zijn beste klassering van 2013, toen hij in Salt Lake City als derde eindigde. Michel Mulder werd dat jaar en vorig jaar wereldkampioen, maar kwam nu niet verder dan de vierde plaats. Hij koos ervoor om in november zijn schaatsseizoen te onderbreken voor de WK inline, waar hij brons haalde op de 500 meter. Maar op de schaats haalde hij zijn hoogste pieken niet meer. Bij de vrouwen was Boer, die in de aanloop naar het WK openlijk sprak over stoppen, de beste Nederlandse op de zevende plaats.

Niet alleen Nederland viel terug. Nog opvallender is het afhaken van de Aziaten. Het ontluisterende optreden van Mo Tae-bum stond model voor de problemen bij de Zuid-Koreanen. De voormalig olympisch kampioen op de 500 meter gleed met zichtbare tegenzin naar de 28ste plaats. Liever was hij thuisgebleven, een privilege dat olympisch kampioene Lee Sang-hwa wel was gegund. De tijden van Koreaanse uitblinkers op de sprint lijken na het geruisloze afscheid van viervoudig titelhouder Lee Kyu-hyuk voorbij. Zoals zich ook in Japan niet direct opvolgers aandienen voor meestersprinters als Joji Kato en Keiichiro Nagashima.

Noord-Amerika, ook een gekend sprintcontinent, moet zich voorlopig tevreden stellen met het duo Bowe-Richardson bij de vrouwen. Bij de mannen dient zich nog geen sprinter aan die Koelizjnikov kan bedreigen. En het Russische succes zal zich niet beperken tot de sprint, voorspelde de wereldkampioen met bravoure. „Ik verwacht dat Denis Joeskov het WK allround in Calgary gaat winnen.”