Feest dat geen feest kon worden

Het Vlaamse wielerseizoen begon zaterdag in mineur. Met een nieuwe dopingzaak en een Britse winnaar.

Tijdens de koers protesteerden boeren tegen het Europese landbouwbeleid dat ten koste zou gaan van de Ardennen. Foto Francois Walschaerts/AP

Het is zaterdagochtend iets over half elf als het feest begint op het Sint Pietersplein in Gent. Want een feest moet het zijn, de Omloop het Nieuwsblad, de traditionele opening van het Vlaamse wielerseizoen. Het is het domein van hunkering, verlangen en vooral de opmaat naar de Ronde van Vlaanderen, begin april.

Maar het feest komt wat vertwijfeld op gang. En dat heeft niets te maken met speaker Michel Wuyts, die op deze zonovergoten voorjaarsdag aimabele gesprekjes voert met de passerende wielrenners. „Kun je dronken worden in Seattle?” vraagt hij de Amerikaan Tyler Farrar. „Als je wilt wel”, lacht hij. En, aan de Noorse sprinter Edvald Boasson Hagen: „Is de goede vorm weer terug?” „We zullen zien”, zegt hij afgemeten. En zo keuvelt het voort.

De ingetogen sfeer heeft vooral betrekking op een publicatie in – nota bene – de organiserende krant Het Nieuwsblad. Greg van Avermaet, één van de favorieten voor de zege in de Omloop, wordt verdacht van dopinggebruik, zo opent de krant met chocoladeletters op de voorpagina. Van Avermaet zou injecties met verboden middelen tot zich hebben genomen bij de omstreden dokter Chris Mertens.

In de studio van de Belgische televisie loopt de temperatuur hoog op over de zaak Van Avermaet. „Zever”, foetert analist Nick Nuyens, alsof het feestje door niets of niemand verpest mag worden. De oud-renner zegt: „Er wordt nu gesproken alsof een naald per definitie slecht is, maar dat is alleszins niet het geval.” Naast Nuyens zit een driftig knikkende Eddy Planckaert. Furieus is hij. „Waarom nu?” vraagt de oud-renner zich af. „Om onze eigen sport kapot te maken? Om de renners verder af te breken?” Presentator Karl Vannieuwkerke krijgt de twee stil. Hij pareert: „Wat doet een renner bij een huisarts op bijna honderd kilometer van zijn woonplaats?”

Bij de bus van BMC, de ploeg van Van Avermaet, is het aanzienlijk drukker dan normaal. Alle ogen zijn gericht op rugnummer 22, de potentiële dissonant Greg van Avermaet. Het journaille heeft vragen. Veel vragen. Van Avermaet zegt, vanachter een dikke zonnebril, onschuldig te zijn. „Ja, ik was patiënt bij dokter Mertens”, bekent hij met trillende stem. „Ik zal me verantwoorden bij de bond. Ik heb mezelf niets te verwijten en zal ze de nodige uitleg verschaffen. Ik ben ervan overtuigd dat alles goed komt.” En weg is hij.

Saillant genoeg reikt de applausmeter het hoogst bij de entree van Van Avermaet op het podium. „Dat is wat je noemt een hartverwarmend applaus”, constateert Wuyts. Van Avermaet oogt opgelucht. Laten we hopen op een mooie koers, klinkt het voor de start. Die gedachte is te billijken. Zeker nadat een gast de uitnodiging voor de eerste voorjaarsklassieker niet aanvaardde. Astana verkoos een trainingskamp op Tenerife. Deels vanwege geringe sponsorbelangen in het Vlaamse land, deels om een radicale temperatuursovergang tegen te gaan na de Rondes van Qatar en Oman. Maar wat de reden ook moge zijn: de organisatie haalde opgelucht adem toen Astana aangaf niet te komen naar de Vlaamse seizoensouverture. De toekomst van de Kazachse formatie is in het geding. De UCI wil Astana alsnog de WorldTour-licentie afnemen, omdat er grote verschillen bestaan tussen bevinden van een onafhankelijke commissie en het beeld wat de ploeg zelf schetste. Thema is, hoe kan het ook anders, de bestrijding van doping. Vorig jaar werden er nog vijf renners van Astana betrapt op het gebruik van verboden middelen. Betwijfeld wordt of de aanpak om dopingzondaars tegen te gaan adequaat genoeg is bij Astana.

Eind vorig jaar kreeg Astana alsnog een licentie voor dit jaar. Een beslissing die niet door iedereen positief werd ontvangen. Dave Brailsford, ploegbaas van Sky: „Als je de baas bent, moet je regels handhaven en de leiderscapaciteiten hebben om deze sport geloofwaardig te houden. De UCI is de baas over het wielrennen en dat moeten ze ook laten zien”, zei hij tegen de BBC. „Ook wij zullen ons steentje bijdragen om doping uit te bannen, maar dat moet iedereen doen. En de organisatie die de sport regeert voorop.”

Een meeslepende koers en – bij voorkeur – een Belgische winnaar moesten de negatieve berichten zaterdag verdringen. Lang leek die wens vervuld te worden. De Vlamingen kwamen met drie renners van Quick Step in een viermanskopgroep. Naast een sterke Tom Boonen, die de Omloop nog nooit won, reden er ook de Belg Stijn Vandenbergh en de Nederlander Niki Terpstra, die in goede vorm verkeert en al triomfeerde in de Ronde van Qatar. De enige uitdager heette Ian Stannard, de Britse winnaar van vorig jaar.

Maar goed, drie tegen één, dat is champagne voor de Vlamingen, nietwaar? Dus niet. Vandenbergh moest als eerste passen, Boonen had zijn kruit toen al verschoten en Terpstra werd nipt geklopt in de sprint. Een drama voor Vlaanderen. „Ik was vandaag misschien niet de slimste, ik was wel de sterkste”, lachte Stannard na afloop op de persconferentie. Het waren de treffende slotwoorden op een feest dat nooit een feest kon worden.