Een beetje integer kan dus niet

Voor wie de in 2013 binnen de VVD afgekondigde vuistregels over integriteit kent, kan het oordeel van de partijcommissie onder leiding van Jan-Kees Wiebenga over het handelen van het Tweede Kamerlid Mark Verheijen in zijn tijd dat hij Limburgs gedeputeerde was, geen verrassing zijn. De regels waren duidelijk, de declaraties van Verheijen waren hiermee niet in overeenstemming en dus volgde er eind vorige week ook een helder oordeel: Verheijen heeft in strijd gehandeld met de integriteitregels van de VVD.

Het Kamerlid heeft inmiddels consequenties aan het onderzoek verbonden en is opgestapt. Dat is een verstandig besluit. Wie duidelijke afspraken maakt over integriteit – VVD-leider Rutte liet in 2013 niet na te benadrukken dat zijn partij hiermee vooropliep – dient deze ook onvoorwaardelijk na te leven.

Des te onbegrijpelijker is dan ook de aanvankelijk ontkennende en laconieke reactie van dezelfde Rutte en fractievoorzitter Halbe Zijlstra van de VVD op de berichtgeving in deze krant over het declaratiegedrag van Verheijen. Het gevolg is dat Rutte afgelopen vrijdag diep door het stof moest; een kwestie van ‘voortschrijdend inzicht’ die waarschijnlijk niet los kan worden gezien van de toenemende onrust die in de VVD was ontstaan naar aanleiding van deze kwestie.

Hoewel het rapport van de commissie-Wiebenga louter gaat over de gedragingen van Verheijen in zijn tijd als provinciaal bestuurder, is het wel zo leerzaam voor iedereen die zich beweegt in het openbaar bestuur. De kernboodschap is dat gradaties in dit soort zaken nauwelijks bestaan, en dat anders dan in het strafrecht begrippen als ernst en verwijtbaarheid minder opgaan. Bij integriteitkwesties is zoals de commissie stelt „de bestuursethiek” in het geding. Dan kunnen „wellicht in kwantitatieve zin op zichzelf geringe kwesties” een „grote symbolische betekenis” hebben. Hier gaat het precies om. Niet voor niets is de afgelopen tijd de uitspraak van toenmalig minister Dales dat een „beetje integer niet bestaat” vaak herhaald. Politici hebben hierin een voorbeeldfunctie.

In die zin is de reactie van de fractievoorzitter Marjolein Faber van de Gelderse PVV op onthullingen over haar integriteit een voorbeeld van hoe het niet moet. Faber, zowel lijsttrekker bij de statenverkiezingen als bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer, huurde voor het beheer van de Gelderse PVV-website het bedrijf van haar zoon in. Na extern advies heeft zij de samenwerking beëindigd. Maar consequenties verbindt zij niet aan haar handelen. Verrassend is dit eigenlijk niet. Het is zeker niet de eerste keer dat de PVV, die anderen zo graag de maat neemt, zeer coulant is voor zichzelf.